Nieuws —

Moskou, who’s talking?

Benda Hofmeyr

In zijn lezing over Moskou behandelde Sergei Sitar actuele ontwikkelingen op het gebied van architecturale representatie in de Russische hoofdstad. Of hiermee ‘een meer accuraat beeld van de wilde variaties van de globale stad’ werd geleverd, zoals de programmabrochure propageerde, was echter de vraag. Deze vierde aflevering van het Talking City-programma aan het Berlage Instituut vond plaats op 11 april 2006.

Sitars exposé besloeg een wijd spectrum van gebouwen die in Moskou een belangrijke representatieve rol spelen. Zoals het project 'New Ring of Russia' dat voorziet in een ketting van 26 tot 60 torens rond het centrum van Moskou. Of het project 'Moscow City' in het noordwesten van de stad, dat is opgezet als een soort Manhattan met torens die luisteren naar weinig verhullende namen als 'Tower Russia' en 'Federation Tower' (ook Erick van Egeraat pikt er een torentje mee). Architectuur, zo stelde Sitar, staat hier zowel symbool voor Moskou's boomende markteconomie, als voor Moskou als het machtscentrum van Poetins Russische federatie. Naast deze Grands Projects, die wat betreft megalomanie niet onderdoen voor het Rusland onder Stalin, sprak hij ook over de diarree van kerken die de afgelopen jaren verrezen. In totaal zo’n 730, in 2005 alleen al werden er 75 gebouwd. Hij zag deze kerkjes als fluïde, nomadische objecten die naargelang de context verknipt en verschaald worden en die slim inspelen op andere stedelijke programma's zoals metrostations, kiosken en zelfs casino's. Het vermelden waard was ook het wooncomplex 'Patriarch House', waar investeerders, projectontwikkelaar, architect en enkele prominente bewoners zichzelf lieten celebreren in standbeelden en reliëfs – in ware sociaal-realistische stijl. Dit creëerde een schokgolf van walging bij een deel van de Moskovieten, sommigen weigerden nog langer een voet te zetten in de betreffende wijk.

De belangrijkste ontwikkeling op het gebied van representatie vond volgens Sitar echter niet plaats in de echte, fysieke ruimte, maar in de virtuele ruimte van televisie en film. Hij verwees daarbij naar de recente Russische kaskraker Day Watch. Uniek aan deze film is volgens hem dat Moskou er voor de eerste keer in haar geschiedenis met de grond gelijk wordt gemaakt. Niet alleen het feit dat Moskou wordt verwoest, maar ook dat een filmmaker zo’n ingrijpend statement mag doen over de representatie van Moskou, zou enkele jaren terug nog ondenkbaar zijn geweest. Sitar ziet dit dan ook als een aardverschuiving binnen de Russische cultuur.

De symbolische destructie van Moskou moet volgens Sitar worden begrepen tegen de achtergrond van het toetreden van Moskou tot het informatietijdperk – een thema dat als een rode draad door zijn lezing liep. Gebouwen worden hierdoor steeds meer tot stomme materie die dient als drager van betekenis, informatie. Hij illustreerde dit met een eigen conceptueel project, een diagram van drie lege doosachtige volumes in een sferische ruimte die worden geactiveerd doordat er een stroom tekst doorheen wordt geleid. Het was Sitars centrale punt, de belangrijkste verschuiving die de Moskouse architectuur in de nabije toekomst te wachten staat, is die van architectuur als object naar architectuur als medium van informatiestromen. Hij verwees hierbij ook naar de reeds vermelde film Day Watch waar de persoon die de verwoesting van Moskou veroorzaakt, een kans krijgt om de destructie van gebouwen om te keren. Door er een bepaalde code op te schrijven, krijgen de amorfe hopen gebouwde materie opnieuw hun vorm terug.

Vodka Drinking Pavilion, Alexander Brodsky

Volgens Sitar hebben nog maar weinig Russische architecten de mentale overgang naar het informatietijdperk gemaakt. Dit verklaart zijn summiere lijstje van recente projecten: drie in totaal. Zoals het conceptuele ontwerp voor een nieuw hoofdkwartier voor de Moskouse burgemeester en diens administratie, het bestaat uit twee grote kubusvormige volumes die zijn geconcipieerd als een billboard, waarop de Moskouse bewoners worden geïnformeerd over stedelijke kwesties. Dan was er nog een private woning met een zwembad geïntegreerd in de woonruimte, als een gigantisch aquarium waarin gebruikers veranderen in zwevende objecten in de ruimte. En tenslotte het zogenaamde Vodka Drinking Pavilion van Alexander Brodsky, een volledig uit witgeschilderde oude vensters opgebouwd parkpaviljoentje, met als enig meubilair één tafeltje met twee kopjes om vodka uit te drinken. Sitar liet een video zien waarop de architect toastte op het einde van de architectuur. Het was allemaal inderdaad niet om enthousiast van te worden.

Het enige moment waarop Sitars motor enigszins op toeren kwam, was toen hij de decors ontleedde van populaire Russische talkshows. Hieruit viel af te leiden dat televisiemakers veel beter uit de voeten kunnen met de toetreding van de gebouwde omgeving tot het informatietijdperk. Sitar gaf het voorbeeld van een informatie- en debatprogramma over het stedelijke beleid. Door achter de debattafel een immens, halfreflecterend venster met uitzicht op de Moskouse skyline te plaatsen en het meubilair uit een witglanzende te laten bestaan, zien de toeschouwers in de zaal zichzelf geprojecteerd op de plek waar de presentatoren, experts en beleidsmakers debatteren. Hiermee probeert men het gevoel van transparantie, participatie en samenhorigheid te vergroten. Andere voorbeelden waren een televisieshow waar het licht van onderen komt zodat de suggestie ontstaat dat men zich ergens in de hemel boven Moskou bevindt, en een televisiedecor waarin de ruimten niet langer lokaliseerbaar zijn doordat ze zijn opgevat als vlottende informatieblokken.

Het was zeker verfrissend om te horen hoe Sitar aan de hand van media-architectuur de veranderingen in de representatie van macht door middel van architectuur analyseerde. Toch botste de nadruk op de virtualisering van de architectuur – en daarmee de indruk dat de feitelijke, fysieke stad er niet meer toe doet – met zijn eerdere opsomming van de vele megaprojecten die op stapel staan in de Russische hoofdstad. Wat bijvoorbeeld te denken van de reële plannen voor enkele grootschalige nieuwe steden in het Moskouse district? Zo werkt het bureau Maxwan op dit moment aan een masterplan voor een nieuwe stad in Moskou met maar liefst tweehonderdduizend inwoners. Sitars uitstapje in de virtuele ruimte – hoe inzichtvol ook – leek hierdoor een afleidingsmanoeuvre van de vele reële opgaven en ‘echte’ projecten die, anders dan in Westerse steden, in Moskou nog op til staan.

Sitar nam zich in het begin van zijn lezing voor om als journalist te spreken, maar hij sprak vooral als architectuurjournalist. Op basis van de vrij bescheiden en algemene stellingen die hij vanuit deze positie maakte over de Moskouse architectuur – architectuur wordt meer en meer een simulacrum – moeten we ons ernstig afvragen of dit wel het juiste uitgangspunt is om een stad tot spreken te brengen. Wat onbrak was echte onderzoeksjournalistiek die de onderbuik van het Moskouse architectuurgebeuren – de sociale, politieke en economische krachten en belangen erachter en de manier waarop architecten (en waarom niet, Nederlandse architecten zoals Van Egeraat) hiermee omgaan – tackelde. Dit zou ongetwijfeld meer duidelijkheid hebben verschaft over wat van Moskou nu precies een ‘wilde variatie’ van de globale stad maakt, zoals stond opgetekend in Berlage’s programmabrochure.