Nieuws —

Community Planning

Janjaap Ruijssenaars

Het loslaten van controle is wat van alle partijen gevraagd wordt bij Community Planning. In Meppel werd deze methode toegepast. Janjaap Ruijssenaars (Universe Architecture) was hierbij betrokken en doet verslag.

De gemeenschap als wezenlijke partij in de ruimtelijke ordening heeft een eigen dynamiek. Dankzij intensieve participatie in een overzichtelijke periode zijn bevolking, projectontwikkelaars, gemeentepolitiek en stedenbouwers deel van een efficiënte manier van plannen. Met een goede organisatie blijkt het mogelijk om de intensiteit en de chaos die het ontwerpen eigen zijn, door een grote groep mensen actief te laten beleven. De gemeente Meppel had de landelijke primeur van de door John Thompson en Partners uit Londen ontwikkelde werkwijze. Ten behoeve van de 1e fase van een geplande uitbreiding van 5500 woningen ten westen van het Meppelerdiep, werd Overes Interactieve Planontwikkeling gevraagd een stedenbouwkundig plan voor 1500 woningen te ontwerpen gebruikmakend van deze methode.

Een kenmerk van de werkwijze is het korte tijdsbestek waarin het proces plaatsvindt. Juni 2005 startte de opdracht, eind september vond het evenement plaats en op 26 januari 2006 stelde de Meppeler Raad het plan vast. Als uitgangspunt diende het Masterplan Nieuwveense Landen.

Het evenement, in Meppel tot Ontwerpfestival gedoopt, vond plaats in de Grote Kerk. Gedurende twee dagen was iedereen vrij in en uit te lopen en op basis van gelijkwaardigheid deel te nemen. Een kleine 500 mensen nam actief dan wel passief deel.

Enigszins verrassend bleek tijdens deze twee dagen dat het   onmogelijk was alleen  de eerste fase in ogenschouw te nemen. Deelnemers namen het gehele plan onder de loep en stelden bijvoorbeeld een uitbreiding voor rondom een nieuw te bouwen centrum dat  niet tot de feitelijke opdracht behoorde. In het enkele dagen later gepresenteerde voorstel was de fasering uit het Masterplan dan ook vervangen door een meer gewenste centrale uitbreiding.

Het leverde spannende momenten tussen opdrachtgever en opdrachtnemer op toen het masterplan, waar twee jaar lang door veel mensen (waaronder raadsleden) aan gewerkt was, in nog geen week tijd op punten werd verbeterd. Het gepresenteerde plan had dan ook een overdonderend effect op de politiek, die daarop enkele weken nodig had om een standpunt te bepalen. Het veenweidelandschap, met als te behouden te beschouwen slotenpatroon, was onvoldoende terug te vinden in getoonde tekeningen oordeelde de politiek uiteindelijk.

Op dit moment ontstond een vreemde situatie. De Engelse delegatie wilde niet met de in hun ogen extreem landschappelijke onderlegger werkenen verdedigde het reeds gepubliceerde plan met de stem van het volk.

De gemeente dreigde op haar beurt de stekker  uit het experiment te trekken als niet aan de door veel bestuursorganen onderschreven landschappelijke wens werd voldaan. In goed overleg is besloten dat er een plan moest komen dat beide uitgangspunten kon verenigen.

Universe Architecture, onderdeel van het oorspronkelijke ontwerpteam, kreeg het vertrouwen deze ogenschijnlijke impasse om te buigen in een passend voorstel. Het in de twee maanden daarna verder ontwikkelde plan is in december tijdens een openbare presentatie toegelicht. Zes weken later is het voorstel met instemming van alle partijen door de Meppeler Raad vastgesteld.

Het plan bestaat uiteindelijk niet uit een definitief ontwerp, een ambitie die de gemeente in eerste instantie wel koesterde, maar uit een nauwkeurig schema van een stedenbouwkundig plan waarin de komende jaren per woningbouwplan door architecten invulling gegeven kan worden. Landschap, infrastructuur en dichtheden worden reeds in het nieuwe bestemmingsplan opgenomen. Het schema behelst een opgeschaalde versie van een lintstructuur, de ruggengraat van veel slagenlandschappen. Een slag als bouwkavel. Door de hoofdkenmerken te analyseren is een basis gelegd waarin de twee-eenheid van bouwlint en landschap ook in de verstedelijkte versie van kracht blijft en een bijzondere, vrije stedenbouw op de ´achtererven´ mogelijk wordt. Bewonerswensen over variatie in dichtheden, herkenbaarheid van de eigen buurt, wonen in het groen en vele andere zaken hebben een plek gekregen binnen dit kader.

Zoals elke nieuwe stap op weg naar dit voorstel een kritische blik wierp op de voorgaande bevindingen, zo zou dit plan bij de specifieke uitwerking van deelgebieden hetzelfde lot beschoren moeten zijn.