Nieuws —

Dagboek Buenos Aires

Jan Jongert, Iris de Kievith

Argentinië staat aan het begin van de industrialisatie van afvalverwerking. De afvalproblematiek wordt zeer ambitieus aangepakt met een streven naar 0% afval in 2017! Caro Isern, Iris de Kievith en Jan Jongert organiseerde eind maart in Argentinië
de workshop reciclan. Samen met Argentijnse ontwerpers en afvalspecialisten werd gezocht naar nieuwe bouwtoepassingen met plaatselijk veelvoorkomend afval.

Zaterdag 25 maart

Het zijn woelige tijden in Buenos Aires.

De president heeft net één week geleden besloten dat 24 maart de nationale herdenkingsdag is van de militaire coup in 1976. Per decreet hebben alle ambtenaren een vrije dag; ziekenhuisoperaties en huwelijken gaan plotseling niet door.

De avond voor de herdenkingsdag is er een massale manifestatie georganiseerd op het Plaza de Mayo, het plein voor het presidentieel paleis waar wekelijks de Dwaze Moeders nog altijd strijden voor meer gerechtigdheid. We zien drommen demonstranten met vlaggen het plein op stromen, ambulante drank- en che-guevara-vlaggen-verkopers doen goed zaken en zien we ook de eerste ‘cartonero’, mensen die ‘s nachts uit de vuilniszakken karton en petflessen plukken en vervoeren in een bigbag op wielen.

De faculteit bouwkunde en design van de UBA (universiteit van Buenos Aires) waar de workshop wordt gehouden, hangt vol met affiches om de studenten en docenten die sinds de dictatuur vermist zijn, te herdenken en te protesteren tegen huidige overheidsrepressie. Diverse acties en algehele stakingen staan deze week op het programma. Deze universiteit geeft (te weinig) ruimte aan 36.000 studenten en is ten tijden van de dictatuur op ‘veilige’ afstand van de stad en vlak bij het vliegveld gebouwd. Lezingen en gesprekken worden constant onderbroken door het oorverdovend lawaai van laag vliegende vliegtuigen. Tezamen met de start van het nieuwe studiejaar waardoor tienduizend nieuwe studenten door het gebouw zwermen, is de chaos compleet en overal.

Voorafgaand aan de laatste dag van de workshop brengen we op uitnodiging van het lokale energiebedrijf Edenor een bliksembezoek aan een arme buitenwijk van Buenos Aires waar zij samenwerkt met Iduar, een onafhankelijk instituut dat sinds een paar jaar werkzaam is in de stadsontwikkeling en sociale woningbouw. Buiten het kantoor van Iduar zien we een rij mensen wachten. Tweehonderd mensen melden zich per dag aan voor woningherstel of een nieuwe woning. Zo een nieuwe woning wordt gebouwd naar een existentminimum modelwoning van drie kamers op 43m2, en waarvoor een hypotheek gegeven. Voor twintig dollar per maand kunnen niet-draagkrachtigen een eigen huis kopen, wel is de termijn van afbetaling wat lang, vijftig jaar…

Edenor heeft nu het initiatief genomen om de renovatie van een buurtje van twintig woningen als voorbeeldproject te financieren, waarbij er in tegenstelling tot de modelwoning wèl gelet wordt op energiezuinigheid. De bewoners krijgen nieuwe koelkasten en verbeteringen aan hun woning in ruil voor medewerking aan het registreren van de besparingen, zodat de resultaten kunnen dienen als leidraad voor volgende projecten. Wat is het belang van het energiebedrijf in een lage energierekening? Wanneer een klant de rekening niet kan betalen is dat in wezen het probleem van het energiebedrijf. Zij kan de stroom wel afsluiten, maar de kans dat van de buren afgetapt zal worden is heel groot, zeker gezien het feit dat deze huizen geheel zelf gebouwd zijn…en daarin ligt vast ook de reden waarom het systeem van deurwaarders hier niet bestaat. Wij zien dat er in deze huizen met heel weinig middelen veel bespaard kan worden op de energierekening. De betonnen vloer en stenen muren zijn klam en koud omdat overal isolatie en waterkerende folies onder de vloer ontbreken. Er is geen afvoer boven het fornuis zodat al het kookvocht in de ruimte blijft hangen. Het gebrek aan ramen houdt dit vocht binnen vast, en maakt dat de hele dag een peertje brandt. En de tv aanstaat, maar dat is een andere kwestie.

Op weg naar deze huizen hebben we fabrieken gezien waarvan de afvalstromen met behulp van een oogstkaart in kaart gebracht kunnen worden, een staaltje organisatiekunde van Recyclicity waarvan men hier wel onder de indruk is. Met het afval van deze fabrieken kan vast nog beter bouwmateriaal ontwikkeld worden dan met het gewone huisvuil dat we hebben bestudeerd in de workshop. Daarnaast kan zoveel beter geprofiteerd worden van het klimaat, van de oriëntatie op zon en wind.

Met de projectleider van Edenor bespreken we de mogelijkheden om onze ideeën samen met Arcagrup toe te passen en te toetsen aan de realiteit, waar de noodzaak zo groot is.

1 tetrapak-paneel
2 petvloer
3 kartonmuur

Woensdag 29 t/m vrijdag 31 maart

De workshop hebben we een Hollands gestructureerde aanpak meegegeven. We hebben een matrix voorbereid waarin de bovenste rij de verschillende gebouwdelen staan getekend en in de eerste kolom de geselecteerde huishoudelijk-afvalmaterialen. De matrix moet iedereen stimuleren om met de materialen zo veel mogelijk verschillende toepassingen te genereren (dag 1).Vanuit deze veelheid aan ideeën willen we drie of vier toepassingen kiezen die verder worden ontwikkeld en getest (dag2). De laatste dag wordt hiervan een prototype gefabriceerd.

Ondanks onze strenge voorselectie van maximaal 20 deelnemers staan op de eerste dag 40 deelnemers klaar om met de workshop te beginnen; studenten, architecten, industrieel ontwerpers en oudere professoren. In vier groepen (isolatie, constructie, bekleding en fundering) komen ruim twintig concepten op tafel. De deelnemers krijgen allen een rood en geel plakkertje waarmee ze hun waardering voor mooie respectievelijk haalbare toepassingen aan kunnen geven.

Zes toepassingen krijgen een duidelijke voorkeur. Met deze toepassingen in het achterhoofd gaan de deelnemers met het materiaal experimenteren om de haalbaarheid van de noodzakelijke bewerkingen na te gaan. De groep is inmiddels gegroeid tot 50.. ‘Afvalarchitect’ Carlos Levinton hakt aan het eind van de dag zowat alle ideeën kritisch de pan in.

De slotdag wordt gewerkt aan de drie meest haalbare ideeën; het tetrapak-paneel, de petfles-vloer en het kartonblokken-wand. In een uitgelaten stemming wordt met dertig man verschillende en aanvullende varianten gemaakt. Zoals altijd is alles precies op tijd klaar om aan een kleine schare toeschouwers gepresenteerd te worden.

De resultaten:

Het tetrapak-paneel is een isolerend wandpaneel van 40 bij 60 cm. Het wordt gemaakt van honingraat karton verpakt in opengevouwen, aan elkaar gestreken drankverpakkingen. Zo zorgt het voor lucht en stralingswarmte-isolatie. De panelen kunnen mbv de uitstekende flappen die aan elkaar worden gestreken. Benodigde gereedschappen zijn mes, nietmachine, lijm, een strijkbout en bakpapier.

De petvles-vloer zorgt voor een geïsoleerde droge vloer die bij stijgend water kan drijven. De petflessen worden om en om op de grond geplaatst en mbv polyethyleenfolie tussen dop en tuit verbonden. Boven op dit pakket wordt wapening aangebracht en een vloer gestort. De vloer is (zonder het beton) getest tot 1200 kg/m2. Om het draagvermogen van de vloer te vergroten kunnen in de flessen stokken worden geplaatst. Benodigd gereedschap: handen en een betonmolen.

De kartonblokken-wand voorziet in een eenvoudig bouwsysteem van tot 10 cm dikte gelijmde kartonplaten. De blokken zijn zodanig van vorm dat ze als een soort lego in elkaar passen. Zo kunnen lichte scheidingswanden of voorzetwanden gevormd worden die thermisch isoleren. Benodigd gereedschap: mes en lijm.

Dinsdag 28 maart

Vanavond is de eerste publieke bijeenkomst waarbij Jan aan tafel zit met de vertegenwoordigster van gemeentelijke afvalinzamelaar Ceamse, een vertegenwoordigster van het ministerie van milieu, Greenpeace en de lokale afvalarchitect en onze gastheer Carlos Levinton. In Argentinië waar nog steeds het merendeel van het afval wordt gedumpt, wordt afvalbeleid op dit moment ontwikkeld. Hierdoor bestaat (mede door de lagere arbeidslonen) de kans om naast centrale recycleverwerking, lokale hergebruiknetwerken op te zetten zodat een meer evenwichtig en energievriendelijk systeem kan worden opgebouwd, dat bovendien kan bijdragen aan meer energiebesparende huisvesting van de bevolking. De workshop van de komende dagen zal daarvoor een aanzet moeten geven.

Natuurlijk komt de reactie dat er in Argentinië lang niet zoveel geld beschikbaar is als in Nederland. De Argentijn betaalt nu 3 euro per jaar aan afvalstoffenheffing, terwijl de Nederlander gemiddeld 400 euro betaalt. De 3 euro wordt op zich niet als veel beschouwd, maar wel als het enige wat daarmee wordt gedaan dumpen op een open vuilstort, bovendien binnen de stedelijke omgeving is. Greenpeace weet wat er moet veranderen; de producenten van verpakkingmateriaal moeten op hun verantwoordelijkheid worden aangesproken, met wetten. Men moet erkennen dat afval een probleem is dat aangepakt moet worden. Alleen al het efficiënter ophalen van huisvuil zou geld bespaard kunnen worden, wat weer gebruikt kan worden voor het beperken van de schadelijke effecten van de vuilnisbergen.

Op weg naar ons hotel zien we vuilnismannen aan het werk; het zijn marathonrenners in training waar iedereen ontzag voor heeft. De wagen rijdt, gespierde mannen rennen er achteraan en werpen er zakken van alle kanten in. Aan efficiëntie van de mannen zelf ligt het niet.

Onze workshop vindt plaats in de middag en ‘vroege’ avond (tot 22 uur), zodat ervoor en erna (!) colleges gevolgd kunnen worden of gewerkt kan worden. Wij bedachten ons wel af en toe dat er veel minder gewerkt zou hoeven worden als er sprake zou zijn van een plan en als iedereen daarvan op de hoogte zou zijn… Dat zijn de verschillen in de culturen waardoor Caro, Argentijns-Nederlandse, juist het idee kreeg om te profiteren van de merites van de twee in een samenwerkingsverband. Op onze beurt maken wij kennis met een maatschappij die onbekend is met het credo ‘Tijd Is Geld’. Mensen hebben de tijd voor elkaar op een innemend warme manier.

Oprichtster van El Ceibo, Cristina Lescano, legt het verschil tussen diverse Petflessen uit. Het grootste deel hiervan wordt momenteel naar China verscheept om te worden verwerkt tot fleece.

Maandag 27 maart

Vandaag op bezoek bij El Ceibo, één van de best georganiseerde coöperaties van cartoneros. Ongeveer 40 werknemers zijn zeker van een minimum inkomen, wat uitzonderlijk is in deze informele ‘branche’. Dankzij de gedreven campagnes werken in de wijk bijna 1000 huishoudens mee aan het project door hun huisvuil thuis te scheiden en bieden hierdoor ‘schoon afval’ aan. De mensen van El Ceibo kunnen dit onder gewone werktijden ophalen, dragen herkenbare uniformen en worden dan ook de VIPs onder de cartoneros genoemd. De organisatie heeft de beschikking over een loods die door de overheid geschonken is maar zonder elektriciteit functioneert. Het is een milieupark in de kinderschoenen waar alles handmatig wordt gescheiden. Enorme balen petflessen, karton, blikjes en andere verpakkingsmaterialen worden hiervandaan verkocht aan de recycle-industrie. In onze workshop willen we onderzoeken hoe dit materiaal hergebruikt kan worden als bouwmateriaal. We bezochten El Ceibo om gegevens over prijzen van het afvalmateriaal te weten te komen zodat we kunnen inschatten hoeveel de productiekosten van hergebruik zullen worden.

Daarnaast is de organisatie een goede bron voor het inventariseren van de lokale behoeften aan bouwmaterialen, aangezien veel van de werknemers in een kwetsbare situatie leven.

Boca-River

Zondag 26 maart

Op onze vrije zondag brengen we een bezoek aan de wijk La Boca, bekend om de idyllische huisjes en bezongen in vele tango’s. De huizen zijn oorspronkelijk gemaakt van golfplaten die als ballast in de lege schepen uit Europa kwamen. De arme Italiaanse immigranten hebben er hun huizen mee gemaakt, en ter bescherming verschillende kleuren verf op gesmeerd. Daar werd het zo vrolijk van dat de wijk nu een ware toeristische attractie is, met bijbehorende winkels vol prullaria. Het is een geslaagd hergebruik project.

Wanneer er in het nabijgelegen stadion een belangrijke voetbalwedstrijd wordt gespeeld, wordt de wijk plotseling overspoeld met hooligans en ME. De sfeer wordt ons te spannend, aangezien het Boca tegen River is, zoiets als Ajax – Feijenoord. In onze serie ‘per ongeluk verzeild raken in uitzonderlijk massale bijeenkomsten’ is dit de derde in drie dagen.

We gaan naar de nationale bibliotheek van Testa, een fantastisch idioot gebouw in dezelfde geest als ‘onze’ aula in Delft, waar toevallig net een klassiek concert begint.