Nieuws —

De stad is van iedereen

Marina van den Bergen

Een hoorcollege van twee uur over de bouweconomie van Tokio, en dat op het Berlage Instituut. Yoshiharu Tsukamoto van Atelier Bow-Wow hield er op 16 mei een lezing in de serie Talking Cities.

Eigenlijk was het wel opmerkelijk dat het Berlage Instituut juist Yoshiharu Tsukamoto van Atelier Bow-Wow had uitgenodigd om een lezing te geven over de stad Tokio. Zijn architectenbureau is vooral bekend om de fantastische oplossingen van ruimtelijke puzzels in de vorm van vrijstaande woningen op microkavels.

Het begin van de lezing bestond uit een beknopte geschiedenis van Tokio: van het ontstaan rond 1603 tot aan de jaren negentig van de vorige eeuw. Over de stadsplanning en hoe grote delen van de stad werden vernietigd door een aardbeving in 1923 en later door de bombardementen aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Dat tijdens de wederopbouwperiode de stad werd volgebouwd met kleine huisjes. Van overheidswege werd de bouw van deze huisjes gestimuleerd met lage leningen op hypotheken, bouwmaterialen waren namelijk schaars. Toen de economie begin jaren zestig weer aantrok had dit zijn weerslag op de schaal waarop architecten werkten. (Denk aan Kenzo Tange's plan voor Tokio Bay uit 1960 ). Eind jaren tachtig begin jaren negentig, op het hoogtepunt van de zogenaamde Bubble Economy werden architecten volgens Tsukamoto introvert, ze spraken zich niet meer uit over de stad en ontwierpen een maniëristische architectuur.

Na deze introductie ging Tsukamoto in op de gevolgen van de Bubble economie voor de stad. Alles in Tokio wordt bepaald door de hoge grondprijzen. Scrap and build noemde de spreker het, na zesentwintig jaar wordt een gebouw afgebroken en komt er iets nieuws. Maar eigenlijk draait het vooral om de eigendomsverhoudingen. De grond is niet van de gemeente, maar in particuliere en institutionele handen. Zo kan een van de grote ontwikkelaars in Tokio, mijnheer Mori van Mori Building, perceel na perceel opkopen om na bijvoorbeeld twaalf jaar een kavel te bezitten met voldoende oppervlakte om een woon-werk-leisure-shoppingmall-complex neer te zetten.

1 luchtfoto Tokio
2 Roppongi Hills
3 Prada – Herzog en de Meuron
4 MVRDV

Het was fascinerend om te horen hoe Mori wet- en regelgeving in zijn voordeel weet om te buigen. Doordat hij werken en wonen mixt en zo het woonwerkverkeer helpt te verminderen, mag hij meer vloeroppervlakte realiseren op het kavel dan normaal wordt toegestaan. Hierdoor mocht hij bijvoorbeeld bij Roppongi Hills 719% van het kaveloppervlak aan vloeroppervlakte realiseren in plaats van de gebruikelijke 300%. En omdat Mori openbare ruimte en parken realiseert tussen de gebouwen mag hij nog meer vloeroppervlakte realiseren. Architecten krijgen van Mori nooit de opdracht een heel gebouw te ontwerpen. De ene architect mag een stukje gevel ontwerpen, de ander een deel van een toren, weer een ander de top. Mori ontwikkelt, verhuurt en onderhoudt zijn projecten. Door deze werkwijze komen steeds grotere delen van Tokio in zijn bezit. Mori heerst, in Tsukamoto’s lezing over Tokio. De grote maquette van Tokio die zo prominent op de tentoonstelling Towards Totalscape (2000) in het NAi stond, is van Mori.

Niet alleen mensen als Mori profiteren van de hoge grondprijzen. In tuinstadachtige wijken met ruime kavels waarop vrijstaande woningen in een soort villa-achtige setting staan, worden door de eigenaar, of nabestaanden van de eigenaar, de kavels in tweeën, drieën of soms nog meer delen gedeeld. Deze snippers grond worden voor veel geld verkocht. Hierop staan de huizen die de meeste architecten kennen van plaatjes in de vakbladen. Schattige kleine huisjes onder architectuur, gebouwd door onder meer Atelier Bow-Wow.

Bijna net zo schattig waren de bouwsels in parken en onder viaducten van de vele daklozen die Tokio kent. Ze worden gedoogd, waardoor een oorspronkelijk nomadisch bouwsel al snel een semi-permanent karakter krijgt. De mensen die hier wonen zijn het slachtoffer geworden van het kapitalistische systeem, de bubble barste en er waren niet voldoende sociale voorzieningen. Zij worden nu gedwongen om onder plastic zeiltjes te leven zonder stromend water, sanitaire voorzieningen of elektriciteit. Tsukamoto toonde foto's van kunstig in elkaar gezette constructies. Het waren net architectuurfoto's: het onderwerp was het bouwsel als object, contextloos, zonder mensen. De esthetisering van armoede.

Hoewel het een interessante lezing was – de twee uur vlogen om en de vakantiebestemming voor volgend jaar staat al vast – ontbrak een reflectie op de locale praktijk in relatie tot wereldomvattende tendensen, zoals het Berlage Insituut met deze serie beoogt. De tendensen die in Tokio spelen lijken daar toch voldoende aanleiding toe te geven. Het was niet aan Tsukamoto besteed. Mocht hij ooit idealen hebben gehad, dan was daar weinig van te merken. Tsukamoto leek zich al lang te hebben verzoend met het feit dat dingen gaan zoals ze gaan. Hij liet een lichte teleurstelling blijken over het feit dat Atelier Bow-Wow nooit gevraagd zou worden door mijnheer Mori om mee te werken aan een van zijn projecten. Waarom Mori hen nooit zou vragen werd niet duidelijk evenals waarom Atelier Bow-Wow wens koestert om aan dergelijke projecten en in dergelijke constructies mee te werken. Ook leek Tsukamoto het  jammer te vinden dat de flagship stores voor de Pradas en Diors door buitenlandse bureaus worden ontworpen. Misschien is het een post-bubble state of mind.