Recensie —

De stedelijke conditie

Marieke Berkers

In Museum De Paviljoens in Almere en op locatie in de stad is de tentoonstelling De Stedelijke Conditie / The Urban Condition te zien; achttien kunstenaars en ontwerpers verbeelden, bevragen, en commentariëren de stedelijke ruimte in het algemeen en een enkeling die van Almere in het bijzonder.

Wie heeft ooit gehoord van de steden Helmstedt of Helmsdale, Hempstead, Helmülsjo, Helppi, Helmond? Het zijn allemaal provinciestadjes in Europa. Vlekken op de landkaart die slechts waarachtig worden bij een toevallig bezoek. In Invisible Cities toont Jonas Dahlberg deze steden in de vorm van een behang waarop 14.000 namen van dergelijke oorden staan geprint, zichtbaar worden ze in beeld, in dia en film. De steden blijven akelig onherkenbaar; je krijgt het idee enkel naar één uniforme stad te kijken. Ook de vele plaatsnamen duizelen voor de ogen. Je leest ze en bent ze meteen weer vergeten. Ondanks de schijnbare uniformiteit hebben deze steden bij nadere bestudering  allemaal een eigen uiterlijk en sfeer. Ze zijn stuk voor stuk gevormd door een fysieke opstapeling van geschiedenis; ze zijn voortgekomen uit keuzes die planners en/of bouwers ooit maakten. Daarnaast is elke stad niet alleen een artefact, het is ook een conglomeraat van individuele belevingswerelden. In de stad wordt immers geleefd. In dat treffen van mens en stad wordt ‘stedelijkheid’ gevoeld, zonder dit belevingsaspect is stedelijkheid een hol begrip. Het is dan ook deze stedelijke beleving waar de kunstenaars en ontwerpers van de expositie in Almere zich op fixeren.

Dat een stad een concentraat is van vele lagen en splinters geschiedenis verbeeldt Maunel Graf in zijn werk 1000 Jahre sind ein Tag. Op het ritme van de gelijknamige Schlager van Udo Jürgens toont hij beelden van architectuur en geschiedenis. Zijn keuze om dit te doen in de vorm van een ‘videoclip’, alsmede de titel van het werk, versterken het idee van de gecomprimeerde wereld die een stad is. De tijdslagen worden geperst in één zich steeds herhalende clip.

In Dag Almere van Marin Kasimir gebeurt iets soortgelijks. Ook in dit werk wordt tijd gecomprimeerd tot een behapbaar beeld, een foto. Kasimir maakte in 2001 tijdens de viering van het 25-jarig bestaan van Almere 24 uur achter elkaar foto’s van de stad. In een fotocollage vormde hij zijn beelden tot de panoramafoto Dag Almere. Een fragment van deze foto werd speciaal voor de expositie tot een banier uitvergroot en hangt aan de Flevogarage in het centrum van Almere. Wie door Almere loopt en Kasimirs banier passeert zal merken dat het bevroren beeld van Kasimir reeds geschiedenis is geworden.

Carsten Hõller, Kompaktes Kommunehaus (2001) Foto: Marco Sweering / Museum De Paviljoens

In de aankondiging van de tentoonstelling wordt aangegeven dat naast het universele idee van stedelijkheid ook specifiek op de stedelijke ruimte van Almere zal worden ingegaan. Dit aspect blijft op de tentoonstelling onderbelicht. Dat de expositie ook plaatsvindt op locatie in Almere maakt automatisch dat de stad de context van deze werken is. Context gebonden zijn enkel de werken van Carsten Höller en Ira Koers. Höller ontwierp een doorzichtige perspex burgerzaal die in de werkelijke burgerzaal van Almere staat opgesteld. Het Kompakte Kommunehaus van Höller kopieert het werkelijke gebouw, ontwerp van Cees Dam, in transparantie en monumentaliteit. Ira Koers ontwierp met Up-Stairs drie verschillende trappen voor Almere. De andere kunstenaars en ontwerpers bevroegen niet specifiek de stedelijke ruimte van Almere, maar stedelijke ruimte in het algemeen. Had het uitgemaakt of deze tentoonstelling in Helmstedt had plaatsgevonden, of in Helmond? Nee. Ook daar kun je op zoek gaan naar het onzichtbare en ongeplande.

Een gemiste kans voor een stad met een zo eigen karakter als Almere? Lonnie van Brummelen en Siebren de Haan stellen dat de condities die veel opdrachtgevers stellen voor beeldende kunst de artistieke vrijheid van de kunstenaar en de zeggingskracht van de kunstwerken verregaand beperken en ontkrachten.* Juist het feit dat kunstenaars en vormgevers het begrip stedelijkheid in universele zin hebben opgevat gaf hen de ruimte hun ideeën te vormen binnen eigen kaders. Almere is dan misschien wat onderbelicht gebleven, met name kunstenaars als Sakoun en Schrader zijn er in geslaagd een tot nu toe onzichtbare laag van de stad te onthullen en zodoende een nieuw laagje geschiedenis aan de stad toe te voegen

Niels Schrader, Urban Hymns #6, Pier (Waterfront) (2006), poster, Bruikleen kunstenaar, Foto: Nicoline Wijnja / Museum De Paviljoens

Dat planning betekent keuzes maken, leidt tot het ontegenzeglijk euvel dat niet iedereen altijd even blij is met de inrichtingskeuzes die in de loop der jaren zijn gemaakt, maar er is ook zoiets als de ongeplande stad. Hierbij lijkt de stad bijna magisch haar eigen gang te gaan. Hoe ongepland is Almere bijvoorbeeld? Rebecca Sakoun gaat op zoek naar het ongeplande, ongeplante en oncontroleerbare. De natuur is haar uitgangspunt. Ze ontwierp stadswandelingen door Almere met de titel Search + Research. Ze wijst haar gasten op aangepland en ongepland groen en vertelt mythen en volksverhalen over het eeuwenoud medicinale gebruik van deze planten. Zo laat Sakoun de bewoners iets zien dat voorheen onzichtbaar voor ze was. Tanja Keilen en Niels Schrader gaan ook op zoek naar het onzichtbare. Hun materiaal is geluid, een stedelijke conditie die stedelingen bij uitstek ervaren op het moment dat het er niet is. Schrader maakte samen met musicus Keilen opnames van geluiden op bijvoorbeeld het treinstation, in de winkelstraat, op de pier en in een parkeergarage. Deze geluiden zijn ‘gezuiverd’ en vervolgens met behulp van een computerprogramma omgezet in zwart-wit beelden, afgedrukt op posters en opgehangen op de betreffende locaties in de stad. De posters zijn ook in het museum te zien en je kunt ze zelfs mee naar huis nemen. Zo hangt bij mij thuis nu een stukje Almere-geluid aan de muur. Iemand die de poster ziet zal het als zodanig niet herkennen. De beelden hebben een geheel autonome verschijningsvorm en lijken meer op een megastreepjescode; een chip waarin geheime informatie zit opgeborgen. In feite zijn ze dat ook.