Nieuws —

Leren van Daqing

Jan Willem ter Steege

Recentelijk bezocht Jan Willem ter Steege de Chinese voorbeeldstad Daqing, gelegen tussen de olievelden in het noordoosten van China. Sinds begin 2005 werkt Ter Steege als architect op het Chinese architectenbureau A&S in Peking.

‘Located right in the international business center of Daqing,’ herinner ik me nog terwijl de taxi met hoge snelheid het enige stadsdeel dat enigszins te typeren valt als stadscentrum achter zich laat op weg naar het Daqing Petroleum Hotel. Enkele plukjes bebouwing worden afgewisseld door eindeloze vergezichten over de Heilongjiangse steppe, aan de horizon zijn de schoorstenen van de olie-industrie zichtbaar. Na het inchecken begeleidt een hotelmedewerkster mij naar mijn kamer. De lange muren zijn behangen met foto’s van raffinaderijen, oliepompen, een ruime rotonde, woontorens van twintig verdiepingen en een kantoor van Petrol China, de monumenten van Daqing.

Daqing werd begin jaren zestig, als eerste van een reeks productiesteden, op een steppe in het Noordoostelijke Heilongjiang gesticht. Daqing betekent letterlijk iets als ‘grote viering’, dit vanwege de vondst van olie op de maagdelijke vlakte. De olie maakte China in één klap van olie-importeur tot olie-exporteur. Van consument tot producent. Onder het motto ‘Leren van Daqing’ moest de stad het hele land tot voorbeeld dienen.

In het China van de jaren vijftig waren de pijlen gericht op produceren. Een voortdurend groeiende Chinese productie zou niet alleen het land verenigen maar ook respect afdwingen bij de rest van de wereld. In dienst van dit ‘één China beleid’ werd de bevolking gevraagd af te zien van ‘consumeren’, om vanaf nu nog slechts te produceren. Het nationale motto in die dagen was aldus: ‘consumeer minder, produceer meer’.

De oude steden van China werden in die tijd ‘consumerende steden’ genoemd. Het onderhouden van de infrastructuur van die dichtbevolkte steden was namelijk duur. Daarbij kwam dat het ingewikkeld was om industriële complexen toe te voegen aan het dichte stedelijke weefsel. Bestempeld als ‘niet doelgericht’ werden oude steden als Peking, Shanghai en Guangzhou afgeschreven. Vanaf nu moesten nog slechts ‘doelmatige productiesteden’ worden gesticht.

3 groene ruimte wordt winkelstraat

Naast een paar hoge kantoorgebouwen van Petrol China, bestaat de skyline van Daqing uit enkele clusters appartemententorens en wat olie-installaties. ’s Avonds zijn de hoge gebouwen verlicht als bakens van schijnbare activiteit. Samen maken ze vooral duidelijk hoe ver de verschillende districten uit elkaar liggen. De vier voornaamste districten van de stad, Daqing Chengshi, Ruang Hu Lu, Cheng Feng Zhuang en Xin Cun worden onderling verbonden door ruime wegen. Het is geen druk verkeer, wel rijden er taxi’s en stadsbussen af en aan om de gaten tussen de districten te overbruggen. Tijdens een taxirit blijft de horizon continu zichtbaar. De wegen snijden dwars door het olieveld, waar zich afwisselend ook de landbouwactiviteiten bevinden.

Hoewel de productiestad nog duidelijk te herkennen is, heeft zich sinds eind jaren zeventig op veel plekken een wonderlijke transformatie voorgedaan; van een doelmatige voorbeeldstad naar een rommelig en vol commercieel centrum. De oorspronkelijke stadsstructuur is met name in het gebied rond het station nauwelijks nog te herkennen. Achter etalages, vlaggen en reclameborden valt nog net de oorspronkelijke Russische structuur uit de jaren zestig te ontwaren. De Jaknikkende oliepompen zijn er ook nog te vinden.

Daqing en de consumenten functies

Enerzijds blijkt de ruime modernistische stadsplattegrond flexibel te zijn en verandering toe te staan. Anderzijds moet gezegd worden dat Daqing simpelweg wordt overmand door grote groepen nieuwe bewoners, afkomstig van het Chinese platteland. De nieuwkomers veranderden stap voor stap, met lichte materialen en eenvoudige constructies, de groene ruimte tot winkelstraat, zich daarbij weinig aantrekkend van de anti-commerciële denkbeelden van de overheid.

Van China’s huidige bevolking woont 39% in de steden, wat vergeleken met bijvoorbeeld 83% in Zuid-Korea een laag percentage is. De afgelopen jaren zijn er 144 miljoen mensen naar de steden verhuisd en ook de komende jaren zullen grote delen van de boerenbevolking volgen. In steden als Peking, trekken de immigranten naar de oude genegeerde wijken van de stad en brengen ze tot leven. In Daqing hebben de immigranten de ruime opzet van de stad benut en een plek gevonden tussen de productie-iconen.

De productiestad zonder commerciële functies, verschaft de boerenbevolking op zoek naar economische mogelijkheden, letterlijk een gat in de markt. Onopgeleid, is er voor hen vaak geen mogelijkheid om aansluiting te vinden bij het producerende, georganiseerde deel van de samenleving. En dus zoeken ze hun heil in eenvoudige commerciële activiteiten als het verkopen van groente en fruit, en het verhandelen van kleding. Of ze beginnen – vaak in een later stadium – een restaurant. Kortom, ze ontsluiten de lang verwaarloosde consumentenmarkt van Daqing.

In China, waar zoveel mensen naar de steden trekken, zijn stedelijke modellen of stedenbouwkundige ontwerpen vaak niet meer dan een uitgangspunt. De grote aantallen, de ‘zee van mensen, berg van mensen’ afkomstig van het Chinese platteland, zijn in staat, doordat ze weinig ruimte opeisen en van weinig geld kunnen leven, het model stap voor stap aan te passen. Vijfenveertig jaar na dato lijken we van Daqing nog slechts te kunnen leren hoe en waar de grote hoeveelheid immigranten hun onvermijdelijke plaats innnemen in de (productie) steden van China. Leren van Daqing anno 2006, is leren hoe de boerenbevolking het aangezicht van de Chinese steden verandert.

1 een kantoor van Petrol China
2 Jing Yuan park
3 de ijzeren man Wang Jinxi

De productiestad moest, in de beste rurale traditie, een zelfvoorzienende stad worden. Een moederbedrijf werd in het hart van de stad gedacht en deze werd behalve voor werk ook verantwoordelijk geacht voor het voeden en het huisvesten van haar arbeiders. De stad moest daarom uitgestrekt en ruim van opzet zijn. Ten eerste omdat de infrastructuur dan eenvoudig en goedkoop bleef, maar ook omdat  er veel ruimte nodig was voor landbouw binnen de stadsgrenzen. Bovenal echter hadden de industrieën dan ruimte om te groeien.

Overblijfselen van een productie verleden

In Daqing zijn oliepompen, gasinstallaties en schoorstenen al op elke denkbare plek zichtbaar. In het JingYuan park (in het Ruan Hu Lu district) wordt de oorspronkelijke ideologie voor Daqing als productiestad echter nog intenser voor het voetlicht gebracht. Hier wordt de Chinese pittoreske traditie ingezet om de aandacht te vestigen op de industriële wonderen uit de omgeving. Aan de voet van een kunstmatig opgeworpen heuvel, van waar de Daqingse vlakte kan worden overzien, is op de voorgrond de dichtstbijzijnde raffinaderij zichtbaar. De kronkelpaadjes om een klein meer geven afwisselend zicht op schoorstenen, een tempel, een kantoor van Petrol China en een pagode. Kortom, China’s nieuwe monumenten in het illustere gezelschap van traditionele architectonische iconen.

Het treinstation van Daqing bevindt zich in het oudste district van de stad. Tegenover het station hangt een zwart-wit afbeelding van de ‘IJzeren Man’ Wang Jinxi, de man die volgens de communistische heldenverhalen als eerste olie vond op de Heilongjiangse steppe. Het stationsplein van de stad is naar hem vernoemd. In dit district lijkt de logica van het olieveld de uitleg van de woonblokken te hebben bepaald. Overal zijn werkende oliepompen te zien tussen de uit Rusland geïmporteerde flats. Iets verhoogd lopen er olieleidingen langs de straten.

Het moederbedrijf van Daqing, China Petrol, is het grootste olieconcern van Azië. Oorspronkelijk was het verantwoordelijk voor alle aspecten van het dagelijks leven, nog steeds is het opvallend aanwezig in de stad. Het Ruan Hu Lu district wordt op de website van Daqing ‘het zakenhart van de stad’ genoemd. Op veel kantoren en fabrieken staat het logo van Petrol China, terwijl de namen variëren van Daqing Vastgoed Ontwikkelingsbedrijf tot Daqing Tandpasta Fabriek. Staatsbedrijven als Petrol China zijn, juist omdat ze zich met veel verschillende industriële takken tegelijk moeten bezighouden, inefficiënt. Recent heeft het oliebedrijf daarom, net als veel andere staatsbedrijven in China, veel werknemers ontslagen. Met elke ontslaggolf raakt het bedrijf meer georiënteerd op de markt buiten Daqing en verwatert haar oorspronkelijke verantwoordelijkheid ten opzichte van de zelfvoorzienende productiestad.