Nieuws —

Marktwaarde Rem Koolhaas meer dan 2 miljoen

Piet Vollaard

Afgelopen zaterdag maakte het NRC bekend dat Rem Koolhaas een aanbod van het Nederlands Architectuurinstituut heeft verworpen om het archief van zijn bureau OMA te kopen voor 1,3 miljoen euro. Leuk primeurtje – het was zelfs meer dan 1,3 miljoen – dat indirect de vraag oproept naar de aard en waarde van een architectenarchief in het algemeen en dat van OMA in het bijzonder.

Al enige jaren zijn OMA en het NAi in gesprek over het overdragen van het archief OMA. Op dit moment beheert het NAi al een flink deel (alles tot 1988) en het zou logisch zijn als de latere jaren daaraan zouden worden toegevoegd. Maar er zijn meer kapers op de kust. Dat was natuurlijk al langer zo, Rem Koolhaas / OMA heeft al vanaf het begin werk (tekeningen, maquettes) verkocht aan diverse musea. In het verleden waren er momenten dat deze verkoop noodzakelijk was om het bureau te kunnen laten draaien. We mogen aannemen dat dat op dit moment, gezien de enorme opdrachtenportefeuille van OMA, niet meer het geval is. Nu speelt er een ander fenomeen; de Starchitect, een term die Koolhaas zelf muntte, heeft een autonome economische waarde gekregen, die kennelijk op de internationaal concurrerende markt van architectuurmusea verzilverd kan worden.

Het NAi heeft de afgelopen drie jaar onder meer bij de Mondriaan Stichting, het Prins Bernhard Cultuurfonds en het VSB Fonds een behoorlijk bedrag bij elkaar gesprokkeld om aan die financiële eis te voldoen. Zo’n 2 miljoen euro is uiteindelijk geboden. Gemakkelijk was het overigens niet om dat geld bij elkaar te krijgen, de fondsen vreesden precedentwerking. Die vrees is waarschijnlijk onterecht, slechts weinig Nederlandse architecten kunnen bogen op een sterstatus en een internationaal belangrijk archief dat vergelijkbaar is met Rem Koolhaas / OMA. Volgens het NRC heeft het Canadian Center for Architecture eerder een bod op het archief van Koolhaas gedaan dat hoger was dan dat van het NAi. Ook dat bod heeft Koolhaas verworpen. Algemeen manager Victor van der Chijs van OMA meldt het NRC: “Wij zijn een internationaal opererend bureau. Het aanbod van NAi was geen offer we couldn’t refuse.” Met deze quote plaatst de algemeen manager de hele kwestie overigens in troebel water. Het zal hem immers niet onbekend zijn dat dit een regelrechte verwijzing is naar Godfather Don Corleone. Je vraagt je af welk aanbod dan inderdaad niet meer geweigerd kan worden en hoe de financiële afdeling van OMA uiteindelijk overtuigd zal worden. Voor we het weten slaapt Rem tussen de vissen omdat hij een ware aankoopveldslag onder de architectuurinstituten heeft ontketend.

Intussen lijkt het OMA archief aan Nederland voorbij te gaan. Lijkt, want het is nog geen gelopen koers. Het is maar de vraag of de buitenlandse instituten het volledige archief willen hebben, of dat ze alleen maar geïnteresseerd zijn in de krenten uit de pap. Mocht dat laatste het geval zijn, dan kunnen ‘wij’ alsnog de rest voor een prikkie overnemen. En die rest (de faxen, de verslagen, de vele werktekeningen die ‘oninteressante’ plannetjes, et cetera) zouden op de lange duur wel eens veel belangrijker kunnen zijn dan die duizend keer gepubliceerde maquettes en presentatietekeningen van de topprojecten. Bovendien blijft het vroege OMA-archief bij het NAi en daarmee de bron van al dat moois wat later kwam. Als ik het NAi was zou ik rustig achterover gaan leunen en de ontwikkelingen gewoon afwachten. En zoals een goede tweedehands auto-opkoper betaamd: altijd melden dat het bod alleen vandaag geldig is.