Nieuws —

Uitslag prijsvraag Verbeter Bedrijventerreinen

Piet Vollaard

Het Ministerie van Economische Zaken heeft gisteren de resultaten bekend gemaakt van de prijs en prijsvraag Verbeter de architectuur van bedrijventerreinen. Een flinke prijzenpot bleek geen garantie voor een overweldigende kwaliteit en kwantiteit van de inzendingen.

Het leek een prijsvraag die alles mee had: de problematiek – wat te doen met verouderde bedrijventerreinen –  is nijpend en het beschikbare prijzengeld was genereus (200.000 Euro verdeeld over twee ontwerp- en twee gerealiseerde categorieën). Een interessante ontwerpuitdaging dus, maar helaas – zonder de winnaars te diskwalificeren – is het algemene gevoel bij de jury en de prijsvraaguitschrijvers toch teleurgesteld. ‘ De prijsvraag heeft minder ideeën opgeleverd dan was gehoopt’…’Inzendingen niet altijd origineel en praktijkgericht.’ Het aantal inzendingen was gering. Vooral de categorie Gerealiseerd leverde nauwelijks inzendingen op (in totaal zes, waarvan slechts drie voldeden aan de vraagstelling) en in de categorie Ideeënprijsvraag Industrieel werden zelfs maar drie inzendingen ontvangen, waarvan twee niet inhoudelijk ingingen op de opgave. De overgebleven inzending in deze categorie kreeg een eervolle vermelding.

Blijft over Ontwerp Binnenstedelijk gebied. Daarvoor werden 32 plannen ingezonden. In deze categorie werden wel drie prijzen en vier eervolle vermeldingen uitgereikt.

De eerste prijs gaat naar Gereon Bargeman van IMOSS bureau voor stedenbouw uit Amersfoort i.s.m. Meedenken & Doen bv, voor hun voorstel om bedrijventerreinen in cycli van 15 jaar aan de hand van een thema en in samenspraak met de MKB-sector te ontwikkelen.

De tweede prijs is voor Jeroen Lange, Bas van den Broeck en Maarten Innemee van Studio Schaeffer Architecten. Hun voorstel is gericht op schaalverkleining en het inweven van woningen.

De derde prijs werd uitgereikt aan het ontwerpteam van Almira van der Lee, Miranda Reitsma en Saline Verhoeven. Voor hun inzending hadden zij een klankbordgroep samengesteld. Hun gezamenlijke voorstel was het vertrek van industriële bedrijven te gebruiken als kans om de kenniseconomie te ondersteunen.

Goede plannen en ongetwijfeld terechte winnaars, maar toch er had meer ingezeten. En dat gevoel klinkt ook door in het rapport van de jury. Overigens valt dat niet perse de ontwerpers te verwijten. Zo zou ook de prijsvraaguitschrijver zich kunnen afvragen of de vraagstelling niet veel te algemeen was (zoek zelf een terrein, analyseer zelf de problematiek ter plaatse, en stel zelf een programma van eisen op). Daardoor krijg je niet alleen onvergelijkbare inzendingen (verschillende gebieden, verschillende problematiek), maar zadel je de ontwerpers ook nog eens op met het zelf vinden van een opgave. Op zichzelf is dat misschien niet zo’n probleem, maar de tijd die de ontwerpers gegund werd was nogal beperkt. Circa 8 weken tussen uitschrijving en inzending; terwijl de uitschrijver er vervolgens 5 maanden over doet om de uitslag bekend te maken, die verhouding in beschikbare tijd versus inspanning tussen de ontwerper en de jurering had beter omgekeerd kunnen zijn.

De verzuchting van de jury dat ‘het opvalt dat de deelnemende architecten ter voorbereiding van hun inzending maar zelden contact hebben gezocht met ondernemers en bestuurders.’ is dan ook nogal gratuite, en kan beter worden omgekeerd: het is jammer dat de prijsvraaguitschrijver niet zelf de problematiek heeft geanalyseerd en daaruit twee of drie concrete aan een specifieke locatie gekoppelde programma’s heeft gedestilleerd waarmee ontwerpers inderdaad binnen een week of acht (in de vrije uren van de dagelijkse praktijk) aan de slag hadden kunnen gaan.

Er is nog wat prijzengeld over. De categorie Industrieel, veel lastiger en een veel nijpender problematiek dan de categorie Binnenstedelijk kan van die pot misschien nog een keer, maar dan beter voorbereid worden uitgeschreven.