Nieuws —

Een Corbu in Eindhoven? Update

Walter van Hulst

Het Philipspaviljoen van de wereldtentoonstelling 1958 te Brussel wel of niet herbouwen? In Eindhoven of elders? Op de oorspronkelijke manier of met de nieuwste technologie? Puur als reconstructie van Le Poème Électronique – het kunstwerk in beeld, vorm en geluid door Le Corbusier, Xenakis en Varèse – of ook voor andere functies? Vragen te over op het symposium ‘Make it new: Le Poème Électronique’ dat plaatsvond in Eindhoven.

afbeeldingen afkomstig van de Virtual Electronic Poem project website

Geen buitenkant

En hoe zit het met de context? “Het paviljoen stond op een wereldtentoonstelling. Daar kun je toch nauwelijks spreken van een relevante omgeving,” stelt Marc Treib. Hij refereert nog eens aan de anekdote dat Rietveld, de ontwerper van het direct ernaast gelegen Nederlandse paviljoen, in een brief aan Corbusier zijn zorgen uitte over de interactie. “Geen probleem,” schreef deze terug, “mijn gebouw heeft geen buitenkant.” Wat Treib betreft is herbouw op meerdere plaatsen denkbaar, en is de locatie die Eindhoven op het oog heeft zo gek nog niet; in het hart van Strijp-S, het Philips-terrein waar het bedrijf ook experimenteerde met elektronische muziek en dat de komende jaren getransformeerd wordt tot een stedelijke wijk.

Architect Wessel de Jonge, die onderzoek verricht naar de technische mogelijkheden van de herbouw, heeft inmiddels het nodige historisch referentiemateriaal opgediept. Volgens hem is een reconstructie binnen de huidige regelgeving mogelijk, inclusief noodzakelijke aanpassingen zoals isolatie. Hij stelt vier mogelijke bouwwijzen voor, waarvan één destijds door Le Corbusier al is verworpen. Van de overige drie komt de goedkoopste uit op dik vier miljoen euro, terwijl een zo getrouw mogelijke kopie naar schatting van De Jonge meer dan tien miljoen euro zou belopen.

Briefpapier

Maar het kan ook veel goedkoper meent Arno Pronk, blob-onderzoeker op de TU Eindhoven. Op verzoek van Alice deed hij experimenten met meer eigentijdse, innovatieve productiemethoden. Pronk zegt het paviljoen voor pakweg 1,2 miljoen euro casco te kunnen opleveren. Minder authentiek, dat wel.

Er zal nog veel water door de Dommel vloeien eer het zover is. “Het zou mooi zijn als in 2008 de 50-ste verjaardag van het Philipspaviljoen kan worden gevierd met de aankondiging dat de reconstructie haalbaar is,” formuleert de aanwezige wethouder van Eindhoven voorzichtig. “Ik was aanvankelijk niet zo’n voorstander van het idee, maar ik raak er meer en meer van gecharmeerd,” aldus Marc Treib na afloop. “Wedden dat het gebouw na realisatie al snel op het briefpapier van de gemeente zal verschijnen als hét icoon van de stad? Wat het geld betreft: als mensen voor een Van Gogh zoveel miljoenen over hebben, waarom dan niet voor het Poème Electronique?”

Wordt vervolgd.

“Met de nodige ironie zou ik kunnen stellen: waarom een nieuw probleem creëren in Eindhoven als we al zoveel moeite hebben om de bestaande gebouwen van Le Corbusier op orde te houden? Geen sinecure, als ik u vertel dat zijn werken op vier continenten staan, in 11 landen, waaronder Irak.” Aldus Michel Richard, directeur van de stichting in Parijs die het erfgoed van de maestro beheert. “Er zijn voortdurend plannen en projecten. Elke zes maanden komt er wel iemand langs die de Villa Savoye wil nabouwen.”

Positieve houding

De bedoelingen van de Eindhovense stichting Alice komen Richard echter serieus genoeg voor om een positieve houding aan te nemen. Al vaker is een werk van Corbusier herbouwd of zelfs voor het eerst gerealiseerd, zoals de kerk in Firminy (Frankrijk) die deze zomer gereed komt. Maar de stichting hanteert strenge criteria, benadrukt Richard. Bijvoorbeeld met betrekking tot authenticiteit, gebruik en garanties voor de toekomst. “En het moet voor de bezoeker duidelijk zijn dat het een duplicaat betreft, en niet het origineel,” houdt hij het gehoor van experts voor.

Onder hen hoogleraar en Corbusier-adept Stanislaus von Moos, enkele kenners van het werk van de componist/architect Xenakis, en Varèse-experts Kees Tazelaar en Konrad Boehmer, respectievelijk komende en gaande directeur van het Instituut voor Sonologie in Den Haag waar de originele geluidsbanden van het Poème in het archief liggen. Speciaal uit Amerika is overgevlogen Marc Treib, hoogleraar architectuur en schrijver van een boek over het paviljoen, getiteld ‘Space Calculated in Seconds’.

Mijlpaal

Zoveel hoofden, zoveel zinnen. “Waarom een gebouw uit het verleden herbouwen? Dat past slechts in het Openluchtmuseum te Arnhem,” schampert een architectuurstudent uit Brussel. Waarom niet iets nieuws of op zijn minst een eigentijdse interpretatie gemaakt, opperen anderen? De universiteiten van Turijn, Bath (UK), Berlijn en Gliwice (Polen) hebben inmiddels een versie van het Poème in virtual reality vervaardigd. “Maar op een stoel met een helm op je hoofd beleef je het toch wezenlijk anders dan ‘in het echt’,” werpt Kees Tazelaar tegen. “Het paviljoen is en blijft een mijlpaal in de geschiedenis van de multimediale kunst. Misschien voor het publiek vandaag de dag niet meer zo indrukwekkend als destijds, maar als dat het criterium is, dan weet ik nog wel een paar gebouwen die we kunnen afbreken.” Hij krijgt bijval van Konrad Boehmer, die stelt dat het Philipspaviljoen het enige gebouw is in de laatste duizend jaar, dat gebouwd is louter en alleen voor een nieuw soort muziek.

Behalve als drager voor Le Poème Électronique zal het paviljoen tevens het handelsmerk gaan vormen van een centrum voor nieuwe kunst, architectuur en elektronische muziek, zo formuleert Tazelaar nog eens de ambities van de stichting Alice en de initiatiefgroep.