Nieuws —

Museum Hilversum in Living Daylights

Erik Stekelenburg

De Stichting Living Daylights belichtte op 29 juni de nieuwe expositieruimte van Museum Hilversum tijdens haar jaarlijkse Daglichtcafé. De Stichting promoot een goede toepassing van daglicht in de gebouwde omgeving.

Museum Hilversum is een museum voor architectuur en cultuurhistorie en is ontstaan na een fusie van het Goois Museum met het Dudok Centrum. Het museum bevindt zich in het voormalige raadhuis van Hilversum. Dit neoclassicistische gebouw uit 1881 raakte in 1931 in onbruik toen het raadhuis van Dudok gereed kwam. In 1988 werd het oude raadhuis gerestaureerd en kreeg een museumfunctie. Hans Ruijssenaars ontwierp een uitbreiding waarin zich een expositieruimte bevindt. Het vernieuwde en uitgebreide Museum Hilversum opende op 1 juli 2005 haar deuren voor het publiek.

Ruijssenaars over de expositieruimte: ‘Het is een doosje met vier muren en een daklantaarn. Als een aanhangwagen aan het hoofdgebouw gekoppeld.’ Bijna los van het raadhuis en er ondergeschikt aan. In het bestaande gebouw bevinden zich de entree, de museumwinkel, horeca en kantoren. Een glazen ‘kas’ met trap, licht en brug tussen raadhuis en expositieruimte maakt de nieuwbouw herkenbaar als een apart gebouw. De opstand is even hoog als het oude raadhuis. De daklantaarn zit ter hoogte van de zolder van het raadhuis. De expositieruimte kon door een ondergrondse laag drie bouwlagen hoog worden. Ruijssenaars: “Uiterlijk sloten we zoveel mogelijk aan bij het bestaande raadhuis, met speklagen van zandsteen en gecementeerde hoekstenen met dezelfde historische fout.” Op één punt verschillen de gebouwdelen drastisch van elkaar. De plaats van de open en gesloten delen is omgedraaid. Het raadhuis heeft grote ramen in de muren waartegen je dingen zou willen exposeren. In de expositieruimte zijn de wanden juist dicht en de hoeken open.

De aandacht in de expositieruimte trekt naar de centrale cilindervormige vide. Vier forse witgepleisterde kolommen baden in het licht. De weerkaatsing tegen de structuren van zwaartekracht helpt het daglicht van de daklantaarn niveau –1 te bereiken. Ruijssenaars: ”er bevindt zich hier een wolk van licht tussen de kolommen. Je ervaart je er niet ondergronds maar bent deel van de expositieruimte.” Het eigen trappenhuis van de expositieruimte doet door een simpele ingreep veel met de ruimte. Het zou oorspronkelijk als een haak uit de expositieruimte steken. Nu is de inwendige hoek van de haak afgerond en loopt het trappenhuis geleidelijk over in de expositieruimte. De ronding gaat een één-tweetje aan met de ronde vide, brengt het licht uit het trappenhuis en de vide bij elkaar en geeft de ruimte een Guggenheimisch trekje.

Pleiten voor daglicht lijkt een open deur intrappen. Bestuurslid Paul de Ruiter: ‘Inderdaad, maar bewustwording, verdieping en kruisbestuiving met fabrikanten blijft nodig’. Velux lijkt die kruisbestuiving al te hebben ondergaan. Velux’ Annemiek van Leeuwen over Living Daylights: ‘Daglicht is de hartslag van het gebouw. Dat licht moet de ontwerpers vanaf het eerste concept vervullen, opdat ze niet verdwalen in materialisatie.’ Hans Ruijssenaars: ‘Een gebouw zonder daglicht is geen architectuur. Zonder daglicht is het gebouw dood voor het klaar is. Eigenlijk is elk ontwerp een daglichtontwerp.’ Hij relativeerde: ‘Zelfs één promille daglicht is al genoeg om het verschil te kunnen voelen. Kwantiteit zegt niets over de wijze waarop het daglicht toetreedt zoals een automobilist met veel licht in de mist weinig ziet.’