Nieuws —

TU Eindhoven viert 50 jaar jubileum

Frido van Nieuwamerongen

Op 4 juli vierde de faculteit Bouwkunde van de TU Eindhoven haar vijftig jarige jubileum met een symposium. Onder de cryptische titel Adaptables toonden een keur aan gelouterde oud-studenten hun inzichten. Waar de titel uit moest dagen tot een nieuwe zoektochten naar de veranderende wereld van de architect, bleek de dubbelzinnigheid ervan vooral aanleiding om met een eigen verhaal te komen.

Uit de congresfolder blijkt dat het begrip Adaptables op twee manieren opgevat kan worden: De fysieke verandering van een gebouw, bijvoorbeeld door beweegbare gebouwdelen of door van eigenschap veranderende materialen. En de organisatorische verandering waarbij het gebouw aangepast kan worden aan nieuwe eisen en wensen. Buiten op het universiteitscomplex stonden verschillende voorbeelden van beweegbare gebouwtjes, binnen ging slechts een enkele spreker in op de fysieke verandering van architectuur. Rob Nijsse, constructeur bij ABT hoogleraar in Gent (en opgeleid in Delft), sprak zijn voorliefde uit voor beweegbare gebouwen. Een technisch spectaculair voorbeeld – hoewel visueel onaantrekkelijk – is het Gelredome, met zijn schuifbare dak én verrijdbare grasmat. Inspirerender zijn het honkbalstadium in Tokio of de paviljoens van Calatrava. Nijsse daagt de Nederlandse architecten uit met meer bewegende ontwerpen te komen.

Het Adaptables gevoel van Sjoerd Soeters ligt meer aan de andere kant van het spectrum: Soeters wil vooral het ‘menselijk geluk’ organiseren. Zoals op Java Eiland in Amsterdam; of in Engelen (Haverleij) waar Soeters het kastelengevoel zo letterlijk mogelijk probeert te benaderen. Soeters streven is niet in Archis (ondertussen opgegaan in Volume, red.) te staan maar in Home, een blad voor het volk.

Deze vorm van Adaptables doet het momenteel goed in Nederland. Onder het containerbegrip ‘consumentgericht bouwen’ worden talloze initiatieven ontplooid met de mooiste namen: Wenswonen, Flexwonen en Maatwonen. Professor John Habraken, de eerste decaan van de faculteit Bouwkunde in Eindhoven geldt als één van de pioniers van bewonersinspraak. Met zijn boek ‘De dragers en de mensen: het einde van de massawoningbouw’ (1961) was hij voor generaties architecten het boegbeeld van ‘Open Bouwen’. Zijn ideeën werden vaak verguisd, vooral als gevolg van de – in de ogen van architecten – onaantrekkelijke projecten die volgens zijn theorie werden gerealiseerd. In het buitenland vond hij meer navolgers. Maar het laatste decennium beleeft Habraken ook in Nederland weer een revival, getuige onder meer de toekenning van de BNA kubus in 2003 en het TU/e eredoctoraat in 2005.

Habraken, inmiddels bijna tachtig, blijft vitaal strijden voor zijn idealen, zo bleek ook deze dag. Hij gaat echter wel met zijn tijd mee. Zijn ooit dogmatische ‘scheiding drager-inbouw’ is nu vervangen door ’scheiding der verantwoordelijkheden’. En de idealistische zeventiger jaren visie is vervangen door een zakelijker grondslag. Habraken haalt talloze voorbeelden uit binnen- en buitenland aan om zijn ideeën te ondersteunen. Dat de betreffende ontwerpers nooit van zijn theorieën gehoord hebben hindert hem daarbij niet, het is eerder een ondersteuning van de universaliteit van zijn visie. Aan het eind van zijn lezing concludeert Habraken dat er thans een grote markt is voor de inbouwindustrie: met een kleine ploeg een gehele woning in drie weken, lees een vakantieperiode, inwendig geheel vernieuwen. ‘Een markt zo groot als de auto-industrie, mits je met goede, gecertificeerde ploegen werkt’ aldus Habraken.

Het was een bont gezelschap op deze jubileumbijeenkomst van de TU Eindhoven. Lang niet altijd uitdagend en inspirerend, wat de initiators wellicht wel gehoopt hadden gelet op de dubbelzinnige titel van het congres. Duidelijk werd wel dat Bouwkunde Eindhoven gedurende zijn gehele bestaan een zeer diverse groep succesvolle architecten heeft afgeleverd. Van Habraken, Soeters, Coenen tot en met een van de jongste hoogleraren: René van Zuuk.