Feature —

Het verschil van Vathorst

Hans Teerds

Tien jaar geleden berichte ArchiNed dat de gemeente Amersfoort Adriaan Geuze en Ashok Bhalotra had aangetrokken om de nieuwe Vinex-wijk Vathorst te ontwerpen. Ondertussen zijn delen van het plan gerealiseerd. Hans Teerds ging onlangs kijken en laat zijn licht schijnen over wat hij aantrof.

Het is niet moeilijk kritiek te leveren op recent gebouwde wijken. De bomen zijn er schriel, de architectuur is willekeurig en de ruimte herbergt nog geen enkele herinnering. Deze kritiek komt echter meestal niet van de bewoners zelf. Vooral architecten en andere professionals zijn kritisch, maar die wonen over het algemeen in de oude steden en zijn liefhebbers van de stedelijke cultuur. Hun kritiek wordt daarom regelmatig afgedaan als ‘goedkoop’ en ‘bevoogdend’. Toch is het niet alleen minachting voor het burgerlijke ideaal van een huis met tuin aan een rustige en veilige straat dat het onbehagen bij deze professionals oproept. Maar wat dan wel? In zijn laatste boek De Nieuwe Wanorde wijst filosoof René Boomkens op de vervreemding die optreedt in de uitgestrekte nieuwbouwwijken om ons heen. Aan de hand van een serie foto’s, die Piet-Hein Stulemeijer van de verstedelijking van de Haagse Beemden bij Breda maakte, komt hij tot de conclusie dat een landschap dat we begrijpen vervangen wordt door een landschap dat zich niet laat ervaren als een herkenbare leefomgeving. Een onleesbaar landschap: optisch wel, maar tactiel niet herkenbaar als bebouwde omgeving. Stad noch dorp noch buitenwijk, de foto’s van Stulemeijer tonen slechts wegen, gras, lantaarnpalen, paaltjes, huizen en schuttingen. ‘We zien geen woonwijk ontstaan, maar een woonwijk onzichtbaar worden’, schrijft Boomkens.

Stulemeijers foto’s doen denken aan de eentonige beelden van de Hollandse nieuwbouwwijken die Adriaan Geuze in 1995 liet zien in zijn tentoonstelling In Holland staat een huis in het NAi. De boodschap was: we kunnen de volgende 800.000 woningen niet op dezelfde manier bouwen. Het lijkt effect te hebben gehad. Eenzelfde reportage zou nu een breed spectrum aan stedenbouwkundige typologieën tonen, van de stedelijke dichtheid van IJburg tot aan de nieuwe kastelen in het landschap van ’s Hertogenbosch. Geuze heeft daar zelf hard aan meegewerkt, zoals blijkt uit zijn plan voor de wijk Vathorst bij Amersfoort. Opvallend genoeg werkt hij hier samen met Ashok Bhalotra, die mijns inziens een van zijn tegenpolen is in de benadering van het vak. Dat lijkt bevestigd te worden door een bericht (Amersfoort sensueel? 20 november 1996) over deze samenwerking dat het toen net opgerichte ArchiNed publiceerde. Geuze wordt geciteerd als de vakman, die de samenhang van de wijk met de stad zelf benadrukt. Bhalotra kreeg de rol van visionair: Vathorst moest in zijn ogen een ‘een sensueel stadje’ worden, ‘waarbij behalve voor functionaliteit, ruimte is voor het dromerige, intuïtieve, het surrealistische.’

Tien jaar na de start van deze samenwerking ben ik benieuwd wat dit heeft opgeleverd. Op een zaterdagmorgen stap ik dan ook op station Vathorst uit de trein. Het valt meteen op hoe anders het hier is dan op de foto’s uit In Holland staat een huis. De hele openbare ruimte is met zoveel zorg en kleur vormgegeven, 2006 is hier echt anders dan 1995. Een wereld van verschil – wat overigens ook het motto van Vathorst is. Diversiteit is hier prioriteit nummer één. De wijk zal gaan bestaan uit een zestal deelgebieden. Ik ben vooral benieuwd naar twee van deze gebieden, die voor een groot gedeelte al gerealiseerd zijn: De Laak, door Geuze zelf voor zijn rekening genomen, en De Velden/Het lint, waarbij oude landschapselementen ingepast zijn in de nieuwe bebouwing.

Op dus naar De Laak. Het blijkt een nieuw grachtenstadje. Geuze verdedigt deze keuze in de woonkrant van Vathort. Er was veel water in het gebied, zo vertelt hij, een aanleiding om een ‘watergeoriënteerde wijk’ te maken. Daarbij liet hij zich inspireren door kleine en populaire grachtenstadjes als Dordrecht, Delft, en Amersfoort zelf. Het resultaat is een nieuwe grachtenstructuur waarmee twee bestaande watertjes met elkaar worden verbonden. Geuze haast zich te zeggen dat het geen nostalgie is, wat hij hier wil bereiken. De aanblik zal modern, 21ste-eeuws zijn. Maar wat is dat eigenlijk? De nieuwste uitdrukking om te zeggen dat iets achterhaald is, is immers: ‘dat is zó 2005!’. Deze grachten doen in eerste instantie in ieder geval niet aan 2005 of 2006 denken, eerder aan 1600 en 1700. Het bijzondere is echter, en dat kan het wel echt ‘helemaal 2006’ maken, dat er in de toekomst langs deze grachten ook woontorens gebouwd zullen worden. Dat levert, althans op de billboards, een bijna Belgisch beeld op: de woontorens simpelweg opgenomen in de rij panden langs het water. Verder is De Laak een typische Geuze van de laatste jaren. Verschil tot op de kleinste korrelgrote: elke woning anders, zoals hij ook heeft ingezet in Ypenburg en Lelystad. Maar hier dan wel in grachtentypologie, sommige huizen hebben zelfs een souterrain. Verder is alles baksteen, ook de kades van de grachten en de bestrating van de straten. Het valt op dat alle huizen dezelfde maat baksteen hebben, al verschillen ze per huis van kleur en hardheid. Samen met de natuurstenen banden aan de gracht, de brugleuningen, de straatverlichting aan de gevels, de trappen naar het water en de auto’s op de binnenterreinen wijst ook dit op perfectie en aandacht voor de openbare ruimte. Het geheel roept, zoals Bhalotra zich wenste, een zeker gevoel van surrealisme op. Vooral langs de rand van de wijk, daar waar de grachtenpanden zowel over een gracht als over de maïsvelden van de Veluwe uitkijken. Is dat niet de inverse van de ultieme woonwens van de Nederlander, het boerderijtje op de Dam?

De Velden/Het Lint
1. Resten van het bestaande landschap
2. Nieuwe villa naast oude boerderij

Ik volg de doorgaande weg naar de wijk De Velden/Het Lint. Ondertussen zie ik dat de grachten en sloten niet doorlopen in de omliggende wijken – er liggen stuwen in. Dat is jammer, zo blijft het grachtenstadje een enclave in deze nieuwe wereld. De Velden/Het Lint biedt wat je van een nieuwbouwwijk verwacht. Rijwoningen en villa’s in verschillende vormen wisselen elkaar af. Wel opvallend hoeveel hoge bomen er staan. Het zijn de tastbare herinneringen aan het oude landschap, samen met houtwallen, sloten, boerenwegen en woningen, waartussen de nieuwbouw is ingepast. De eerste de beste overgebleven boerenweg die ik tegenkom blijkt verboden terrein voor onbevoegden. Alleen de bewoners mogen er komen. Het is een intrigerend weggetje, een geasfalteerd pad dat kronkelend wegloopt tussen de hoge bomen en de bossages. Verderop staan wat oude boerderijen, daartussen nieuwe grote villa’s zonder al te veel tuin. Ik loop er toch maar op, om vervolgens steeds meer van dezelfde villa’s op hun kleine stukjes perfect ingerichte tuinen tegen te komen. Het verboden pad transformeert tot fietspad, en rijgt zo verschillende delen Vathorst aan elkaar. Ook hier het surrealistische gevoel: steriele en nostalgische villa’s, met strakke tuinen en jonge boompjes tegen een decor van het oude weggetje met z’n hoge bomen.

Het moet gezegd worden, de afgelopen tien jaar is er in de nieuwbouwwijken een enorme stap voorwaarts gemaakt, en Vathorst is daar een goed voorbeeld van. Dit lijkt een beter leesbare leefomgeving, meer stad en meer dorp. De oude landschapresten zorgen voor het verschil, in steriliteit en perfectie, in groenstructuur en bebouwingstypologie. Maar toch, iets ontbreekt – ook in Vathorst. En dat is precies waar Geuze voor waarschuwde: het verband met de bestaande stad zelf. Of zoals Boomkens schrijft over de Haagse Beemden: ‘Wat we zien zijn soms spectaculaire fragmenten van suburbane of juist stedelijke architectuur […], die min of meer willekeurig naast elkaar liggen, als handtekeningen van de meesterarchitect ingekerfd in het neutrale landschap. Wat opvalt is dat de uiterst stedelijke straten van de Vinex-nieuwbouw evenzeer van niets naar nergens leiden als de uiterst suburbane kronkelwegen van het woonerf. Al het bouwkundige spektakel loopt ook hier dood in de garages van de netwerkstedeling.’