Feature —

Pastelkleurig resort naast zeventigerjaren woonparadijs

Mieke Dings

Het is vakantie: Nederlanders trekken massaal naar de Méditerranée of boeken een last minute naar een tropische bestemming. Slechts een klein percentage blijft in eigen land. En dat terwijl geen land ter wereld zo’n hoge dichtheid aan vakantiehuisjes heeft. Mieke Dings bezoekt deze zomer vier Nederlandse vakantieparken en schetst een beeld van hun ontstaansgeschiedenis. Dit vierde en laatste deel gaat over Aquadelta in Zeeland.

Al rijdend door Zeeland vraag je je menigmaal af of dorpsuitbreidingen nou écht zijn, of bestaan uit vakantiewoningen voor Randstedelingen, Duisters of Belgen. Het onderscheid is soms nauwelijks te zien: ook de vakantiewoningen beschikken over meerdere verdiepingen, een lap grond en een oprit. Soms zijn ze qua stijl zelfs geïnspireerd op de aanwezige bebouwing. En dorpsuitbreidingen worden regelmatig geflankeerd door een golfbaan of manege. Kortom: wonen en recreëren lopen hier dwars door elkaar.

Gelukkig zijn de meeste vakantieparken te herkennen aan hun vlaggen en uithangborden. De grotere parken, waaronder het welbekende Port Zélande en het hier beschreven Aquadelta, hebben zelfs hun eigen verkeersborden. Vanaf de N57 brengt de afslag ‘Aquadelta’ je naar het in aanbouw zijnde Resort Aquastaete, het centrum met appartementen, het bungalowpark de Kreek en de Tong en tenslotte het villapark Hoogerwerf. Deze parken – met allemaal een eigen stijl, voorzieningenniveau en accommodaties – vormen samen het project Aquadelta, dat bij de opening eind de jaren zeventig als ‘een voor Nederlandse begrippen buitengewoon compleet recreatieprogramma’ werd aangekondigd. Met het gereedkomen van de Deltawerken werd Zeeland beter ontsloten voor met name Zuid-Holland en dat had een belangrijk effect op de toeristisch-recreatieve infrastructuur. Zeeland kreeg naam als het paradijs voor tweede woningen.

Hoewel er in de jaren zestig en zeventig al veel kritiek bestond op de bouw van deze tweede woningen – ze zouden de bouw van ‘eerste woningen’ beperken en een nadelig effect hebben op het aanwezige landschap en de ‘traditionele’ leefgemeenschappen – bleven ze toch verrijzen. Nieuw was het tweede woningencomplex, een vorm die de overheid beschouwde als minder schadelijk dan ‘individuele oplossingen’, maar ook minder democratisch dan het verhuurde vakantiepark. In Nederland werd met name Buiten Stee bekend, in 1969 voortgekomen uit een samenwerkingsverband van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, de ANWB, NV Bouwfonds Nederlandse Gemeenten en de Heidemij. Buiten Stee kocht de grond en ontwikkelde de woningen, waarna een coöperatieve vereniging, bestaande uit geïnteresseerde bedrijven, organisaties en particulieren, het bezit en beheer van de woningen overnam. De vereniging regelde tevens de doorverhuur aan wisselende gezinnen. Binnen vier jaar zette Buiten Stee een keten van zeven parken op, waaronder ook twee in Zeeland.

Waar deze parken nog relatief kleinschalig van opzet waren en nauwelijks beschikten over eigen voorzieningen, werd Aquadelta van begin af aan als een compleet dorp gepland. Wilma Projectontwikkeling zag toekomst in een mix van verkoop en verhuur en vroeg bureau Rekra uit Haarlem (met name architect F.J. Schellekens) het park te ontwerpen. Aquadelta omvatte naast woningen en appartementen ook een jachthaven, winkels, een zwembad, midgetgolf, tennis etc. Alleen al de acht grote appartementencomplexen rondom het centrum tonen het hoge ambitieniveau: hier geen schattige laagbouw tussen de bomen – zoals de meeste parken in Nederland toch zijn opgezet – maar een professioneel recreatiecentrum. De zes voorste appartementengebouwen omsluiten een open middengebied met vijver en speelveld. Het park opent zich hiermee naar de jachthaven. Achter de zes drielaagse gebouwen ligt het voorzieningencentrum, met onder andere receptie, zwembad, supermarkt en terras. Nog verder naar het zuiden strekt bungalowpark De Kreek zich uit.

Dit oudste bungalowpark van het complex met zo’n tweehonderd vijftig bungalows ademt de sfeer van de jaren zeventig: geschakelde en verspringende woningen aan gemoedelijke woonerven. Auto’s worden op goed verscholen kleine parkeerplaatsen geparkeerd, vanwaar bestrate paden naar de vier woonbuurten leiden. De gesloten voorzijde van de woningen bevindt zich aan het erf of de straat, de meer open achterzijde aan een grasveld of eigen tuin. Net als in vele woonwijken uit de jaren zeventig is variatie aangebracht door toepassing van verschillende dakopbouwen. Een rijtje woningen telt daardoor zowel bungalows van 44m2 als van 57m2. In het midden van de vier buurten bevindt zich een groot open speelveld. Het park toont aan hoe goed de zeventigerjaren opzet zich leent voor recreatiedoeleinden: kleinschaligheid en hoge dichtheden gaan hier hand in hand, en hoewel het park met de bestrating en keurig gearrangeerde natuur meer aan een woonwijk herinnert dan bijvoorbeeld Center Parcs, biedt het park wel een groene en rustige omgeving.

Datzelfde geldt voor het nieuwste bungalowpark van Aquadelta, met de naam Resort Aquastaete. Rondom kronkelige waterlopen verrijzen hier de komende jaren in totaal tweehonderd achtentwintig vrijstaande recreatiewoningen naar ontwerp van Nederlands bekendste ‘leisure architect’ Matthijs Zeelenberg. Zeelenberg renoveerde onlangs tevens het centrum van Aquadelta en verving de donkere kleuren van het baksteen en de dakplaten, voor lichtgrijze zijmuren met rode pannen. Deze kleuren zijn ook terug te vinden in het chique Resort Aquastaete, waar traditionele zadeldaken, dakkapellen en veranda’s met wit houten hekwerk het beeld bepalen. De stedenbouwkundige opzet van dit deel is veel losser dan dat van De Kreek. Hier geen systeem van openbare erven en pleintjes, maar gewoon één autoroute die langs alle landhuisjes loopt. De terreinen ter weerszijde van die route vormen direct de voortuinen van de nieuwe woningen en zijn dus privé-terrein, enkele speelveldjes daargelaten. Zo is er voor de woning voldoende ruimte om de eigen auto te parkeren.

Dit beeld beantwoordt aan de tendens tot Amerikanisering zoals die ook steeds meer in de normale woonomgevingen opduikt: met weinig openbare ruimte, een nostalgische, geruststellende architectuur, en volledig gebaseerd op automobiliteit. Hopelijk bouwt Aquadelta over dertig jaar opnieuw zo’n groot bungalowpark. Dan kunnen we terugkijken op Aquastaete als ‘typisch voor de eeuwwisseling’ en duikt er ongetwijfeld een nieuw ruimtegebruik op, dat uiting geeft aan het toekomstige woonverlangen van dat moment.