Feature —

Tendentieuze eenvoud in Almere

JaapJan Berg

Na ‘Ongewoon Wonen’ (1982),’Tijdelijk Wonen’ (1986) en ‘Ongewoon Wonen II’ (1989) organiseerde het Comité De Fantasie in Almere dit jaar de ontwerpprijsvraag ‘De Eenvoud’. Zeventien jaar na de laatste editie broedde het driekoppige bestuur op een nieuw thema en locatie. De aanhoudende waardering voor en populariteit van de resultaten van de eerdere prijsvragen, de daaruit voortkomende herhaalde verzoeken tot een vervolg en de samenwerking met architectuurcentrum CASLa leidde tot de nieuwe prijsvraag.

De eerdere prijsvragen resulteerden in een boeiende verzameling, als tijdelijke bedoelde, gebouwen in de wijkjes De Fantasie en De Realiteit. Die, zo bleek later, een bescheiden maar invloedrijke traditie zouden inluiden in de nog jonge architectuurgeschiedenis van Almere. In de publicatie Dutchtown stellen Michelle Provoost en Bernhard Colenbrander zelfs dat De Fantasie niet minder is dan het ‘officieuze en onbedoelde begin van de campagne voor informele stedenbouw en woonliberalisering die de stedenbouw van de jaren negentig langzaam steeds meer zou gaan beheersen’.

Alle, maar met name de winnende en dus te realiseren ontwerpen van De Eenvoud  torsen bij voorbaat een deel van deze historische last en verwachtingen met zich mee. Houden de winnende ontwerpen eigenlijk wel stand gezien tegen een dergelijke verwachtingsvolle achtergrond? En schat de gemeente Almere, als ‘eigenaar’ van een groeiende collectie bijzondere woonarchitectuur, het initiatief wel voldoende op waarde en potentieel?

Om met het eerste te beginnen. Weinig deelnemende ontwerpers lijken zwaar getild te hebben aan de mogelijke architectuurhistorische betekenis van hun ontwerpen. Het naamgevende begrip heeft daarbij zeer waarschijnlijk een rol gespeeld. Eenvoud lijkt  vaak vertaald als simpel, regulier en af en toe als slaafse navolging van historische klassiekers in het ‘genre’, bijvoorbeeld uit het oeuvre van Mies en Corbu. Het thema heeft vaak geleid tot een bevestiging van het gangbare of reguliere, mogelijk omdat vooraf al bekend was dat de ontwerpen, anders dan bij de eerdere prijsvragen, voor de ‘eeuwigheid’ zouden blijven staan. Dit vooruitzicht heeft zichtbaar geleid tot het denken in conventionele lijnen. Zelfs het aanpassen van de welstandsnota om het toekomstige wijkje een welstandsvrij niveau te garanderen heeft daarin niets kunnen veranderden.

De conclusie moet zijn dat de prijsvraag voor veel deelnemers als een ‘opportunity’ is opgevat om een ietwat traditioneel en degelijk droomhuis te kunnen bouwen, ware het een reguliere vrije kavel. Risicovolle beslissingen, onderscheidende emoties of platte extravertheid zijn zaken die veelal onderdrukt zijn. De jury, onder voorzitterschap van Moshé Zwarts, sluit in de catalogus overigens niet uit dat de inzendingen daarmee simpelweg een afspiegeling zijn van, of een reactie op, tendensen in de samenleving zoals de behoefte aan veiligheid en nuchterheid. In complexe tijden is eenvoud dus niet per definitie een aantrekkelijke optie.

1 Second Opinion – Matton Office
2 Unité – Joao Pedro Prates Vital Ruivo

Dat het uiteindelijk wel goed zal komen met het wijkje is vooral te danken aan diezelfde jury. De juryleden hebben daarbij ‘weerstand geboden aan een dreigende vervaging tussen marktconform bouwen en de meer ideologische en artistieke ambities van het organiserende comité’. Of anders gezegd, er was onder de driehonderd inzendingen nog veel interessants te vinden. De twaalf winnende ontwerpen zijn gekozen omdat ze, hoe bescheiden soms ook, fascineren, recalcitrant of onbegrijpelijk en onverklaarbaar willen zijn. Zoals het kinky ‘Rubber House’ van Nils Nolting (D) en de schijnbaar onuitvoerbare ontwerpen ‘Gatas’ van Gaetan Kohler (F) en ‘Hysteric Ballroom’ van Daniela Bergmann (NL). Ton Matton (NL/D) en Joao Pedro Prates Vital Ruivo (NL) zullen, als alles goed gaat, Almere verrijken met respectievelijk een origineel, archetypisch DDR-woonhuis en een Madurodam-achtige versie van Le Corbusier’s Unité d’Habitation. Zowaar een attractie om naar uit te kijken! Zowel als ‘vervolg’ op De Fantasie en De Realiteit als een verbeelding van tendentieuze eenvoud.

De gemeente, zo zou je denken, staat te applaudisseren voor deze nieuwe impuls in citymarketing en woonpromotie. De kersverse wethouder van woonbeleid, Adri Duivesteijn, was bij de prijsuitreiking inderdaad zichtbaar in zijn nopjes met de resultaten. Na zijn aantreden heeft hij in interviews laten weten zich te gaan inzetten voor particulier opdrachtgeverschap. Een reden daarvoor gaf hij tijdens een bijeenkomst van de Almeerse Bouwsociëteit: “Wat mij irriteert is dat we onze steden uit handen geven aan de markt, die heilig schijnt te zijn. (…) maar commerciële producten zijn in het algemeen in deze tijd vaak anonieme producten, waar niemand persoonlijk op aan te kijken is. Wij gaan allemaal mee in het anonimiteitgebeuren. Ik vind het verbijsterend dat wij onze steden niet meer zelf maken. Waar dat wel gebeurt, ontstaat evident meer kwaliteit.”

Wethouder blij, organisatie blij, ontwerpers blij, zou je denken. De vis wordt echter duur betaald. In het voortraject bleek de gemeente niet al te scheutig met goedwillende steun. Anders dan bij eerdere prijsvragen is de beoogde grond namelijk niet eigendom van Domeinen maar van de gemeente. Die kwam vervolgens op de proppen met regels, bestemmingsplannen en een marktconforme grondprijs die voor veel winnende deelnemers te veel van goede dreigt te worden. Hoe graag ze ook in een zelfbouwdroomhuis in Almere willen wonen. Ondertussen voert het comité gesprekken met banken en corporaties, maar eigenlijk is de wethouder iets aan zijn stand verplicht. Nu maar eens zien of hij nog steeds uit het zelfde hout gesneden is als in zijn Haagse periode en De Eenvoud en Almere een dienst kan bewijzen.