Feature —

De digitale ARCAM KAART

Indira van 't Klooster

‘De kaart van het ambtelijk achterhoofd’, noemde Geert Mak hem in het NRC Handelsblad. ‘Amsterdam ontploft’, concludeerde een geschokte Jaap Huisman in de Volkskrant. ‘De verstikkingsdood in kaart gebracht’, constateerde Rinus Ferdinandusse in Vrij Nederland. ‘Het eerste grootscheepse voorbeeld van openbare beleidscartografie’, stelde Archis. Tien jaar na dato is het verrassend te zien hoezeer de ARCAM KAART de gemoederen bezighield.

Kaarten representeren op overzichtelijke wijze een bepaalde, geabstraheerde werkelijkheid. Dat deed ook de ARCAM KAART 95, die op 17 december 1995 werd gepresenteerd.¹ Op deze kaart van vijf bij vijf meter, schaal 1:10.000 van een gebied van vijftig bij vijftig kilometer, waren alle plannen voor de Amsterdamse regio, van Zandvoort tot Almere, van Alkmaar tot Uithoorn bijeengebracht. De verbijstering en verontrusting in de vakgemeenschap werd waarschijnlijk opgeroepen doordat voor het eerst te zien was hoe plannenmakend Nederland anno 1995 de toekomst van de Amsterdamse regio zag. Voor het eerst was de samenhang tussen al die plannen zichtbaar. En toen pas viel op hoevéél plannen er waren, hoezeer sommige elkaar tegenspraken, hoe weinig programmatische afstemming er tussen de gemeenten was. Alsook: dat voor belangrijke, kwetsbare gebieden, zoals delen van Het Groene Hart, helemaal geen plannen bestonden.

Het probleem met kaarten in zijn algemeenheid is dat ze al voor publicatie zijn verouderd. Na de ARCAM KAART 96 werd duidelijk dat, wilde de kaart actueel zijn én blijven een digitale versie onvermijdelijk was. 1996 was de tijd van Netscape en Word Perfect 5.1, maar vormde ook de prille jeugd van De Digitale Stad (DDS) en de Maatschappij voor Oude en Nieuwe Media (nu: De Waag), onder leiding van respectievelijk Joost Flint en Marleen Stikker, die beide droomden van de digitale snelweg (nu: breedband). Gemeenten werkten met GIS, ARC.View, Carto.Info, Intergraph – geen van alle uitwisselbaar, en geen enkele instantie voelde ervoor hun peperdure programma’s te delen met ARCAM. Noch om hun informatie openbaar te maken in digitale vorm. Even is overwogen om een cd-rom te maken, maar daar is van afgezien, omdat ook cd-roms te snel verouderen. De digitale ARCAM KAART moest een kaart worden die altijd up-to-the-minute was.

Dat de digitale ARCAM KAART kon worden gemaakt, was te danken aan de Bangemann Challenge, een wedstrijd voor steden in het kader van de Wereld Expositie Internet 1996, waarbij Amsterdam zich wilde presenteren als dé internetstad bij uitstek. Zo kwam er 200.000 gulden beschikbaar om de kaart te digitaliseren en nieuwe toepassingen toe te voegen, zoals beeldmateriaal, aanvullende gegevens, en de mogelijkheid om deelkaarten samen te stellen. Onder de naam Transparant Amsterdam werden alle plannen gedigitaliseerd.² De bron was een papieren deelkaartje met projecten, geen digitaal bestand. De plannen werden punt voor punt (handmatig, met een muisklik) vastgelegd op een digitale onderlegger. Elk punt op de kaart werd een coördinaat, waaraan –via databases – aanvullende andere informatie kon worden toegevoegd. Voor elke update van de ARCAM KAART (ongeveer een keer per week) stonden twee enorme computers bij DDS vierentwintig uur lang te rekenen.

Honderdduizenden muisklikken later was het dus mogelijk geworden om de digitale ARCAM KAART te bekijken…, áls de gebruiker tenminste beschikte over alle nieuwste snufjes op internetgebied, een computer met een fiks intern geheugen, een ISDN-aansluiting (het was 1996, dus voordat het worldwide web gemeengoed werd), en een grafische browser die java, shockwave en realaudio ondersteunde. Uit die tijd stamt het fameuze internetbeeld: ‘Bezig met ophalen van de kaart’. Dat kon inderdaad wel een paar uur duren. Maar wie de knowhow had, kreeg toegang tot een cartografisch mer à boire. Archined schreef destijds: ‘De website waarop dit alles gebeurt is zonder meer een technisch en grafisch hoogstandje. Als de 43 categorieën, 1122 gebieden en 530 projecten zijn ingeladen en als men beschikt over een zeer snelle verbinding met het Internet is er inderdaad veel informatie inzichtelijk geworden. Dat zal in de toekomst, als links naar diepere informatielagen worden aangebracht, alleen maar uitgebreider worden. Dit en de mogelijkheid om de discussie over de plannen op het gebied van Ruimtelijk Ordening in het openbaar te voeren, maakt optimaal gebruik van de werkelijke potentie van het Internet. Transparant Amsterdam (TA) bevindt zich op dit moment op de grens van wat op Internet mogelijk is. Daar ligt dan tevens het probleem van het gebruik op dit moment. Om werkelijk goed gebruik te kunnen maken van de mogelijkheden is (veel) geduld en een snelle Internet verbinding noodzakelijk. TA richt zich wat dit betreft op de toekomst en wacht op een spoedige vergroting van de bandbreedte.’ Er kwam een ‘light-versie’, die uiteindelijk de enig bruikbare versie bleek en die tot 2001 heeft bestaan.

De ARCAM KAART was een fantastisch experiment anno 1995/96, dat een fundamentele verandering in het denken over de toekomst tot gevolg heeft gehad, en kende derhalve vele navolgers. In 1996 kwam de regio Rotterdam onder leiding van Joost Schrijnen, toen directeur van dS+V, met de (analoge) Zuidvleugelkaart. In 1997 werd de eerste (analoge) Nieuwe Kaart van Nederland gepresenteerd, maar met een andere filosofie waardoor alleen de projecten die al helemaal zeker waren van realisatie op de kaart kwamen.

Sommige vernieuwingen hebben lange tijd nodig om ‘gewoon’ te worden. Sinds kort werkt de Rijksoverheid, die tien jaar geleden niet aan het ARCAM-experiment wilde meedoen, aan het DURP (Digitale Uitwisselingsproject in Ruimtelijke Processen), dat tot doel heeft om alle ruimtelijke plannen die in Nederland worden vervaardigd digitaal uitwisselbaar te maken. In 2001 besloot ARCAM dat het werk erop zat, dat het tijd werd om andere vernieuwende dingen te gaan doen. De ARCAM KAART wordt voortgezet als Toekomstkaart en is te raadplegen via de ARCAM website.