Opinie —

Lelijk Nederland

Dirk van den Heuvel

De actualiteitenrubriek NOVA wijdde de hele maand augustus aan een omgekeerde beauty-contest: de uitverkiezing van de Lelijkste Plek van Nederland onder het motto ‘De Beuk Erin’. Elke dag nomineerde een mix van BN-ers, NOVA-kijkers en experts met een filmpje een plek die rijp zou zijn voor de sloop. De kijkers konden vervolgens elke week stemmen via de NOVA-website.

Gevers-Deynootplein in Scheveningen, verkozen tot lelijkste plek van Nederland.

De slotronde bestond uit een competitie tussen de vier weekwinnaars: de Nederlandse Bank in Amsterdam (genomineerd door Wim T. Schippers), de Betuwelijn (de keuze van Floortje Dessing), een snackbar in het natuurgebied De Kaag (Elco Brinkman’s ergernis) en het plein voor het Kurhaus in Scheveningen (voorgedragen door de TV-kok Pierre Wind). De laatste won uiteindelijk met een neuslengte van de Nederlandse Bank.

Behalve stemmen mochten de kijkers op de NOVA-site ook hun eigen lelijkste plek of gebouw voordragen, resulterend in een flinke lijst van zo’n 200 nominaties uit het hele land. De bijgevoegde toelichtingen lieten weinig ruimte voor twijfel. De NOVA-kijker ergert zich groen en geel zodra hij uit zijn eigen woning stapt. De uiteindelijke lijst bestaat uit een bonte verzameling plekken en objecten uiteenlopend van straatmeubilair, geluidsschermen, windmolens, winkelcentra, hoogbouw tot en met complete steden.

In een toelichting op de website geeft NOVA zelf aan dat deze uitverkiezing een hoog komkommergehalte heeft – de nieuwsdruk is immers niet zo groot in de zomer, wat gelegenheid biedt tot het bespreken van de doorgaans minder urgente onderwerpen zoals architectuur en ruimtelijke ordening. Het lijkt me iets om stil bij te staan als beroepsgroep. Nu lijkt architectuur inderdaad niet ‘urgent’ genoeg om in een politieke actualiteitenrubriek te bespreken, maar de ruimtelijke ordening lijkt me toch een andere kwestie, al was het maar vanwege het economische belang.

Het serieuze aspect van de uitverkiezing ligt volgens NOVA in het aan de orde stellen van de spanning tussen de ergernis over de ruimtelijke kwaliteit van Nederland en de dreigende ‘verrommeling’ van het landschap en de roep om liberalisering van de bouwprocedures en regelgeving, maar dat kwam uiteindelijk toch zeer minimaal uit de verf. Het was een onderwerp dat in de filmpjes in ieder geval niet aan de orde werd gesteld.

Twee korte interviews moesten dit inhoudelijk gebrek compenseren, aan het begin met Dirk Sijmons, rijksadviseur voor het landschap, die zeer sympathiek meldde dat hij zelf niet ‘zo’n uitgummer’ was, en aan het eind met de minister van VROM, Sybilla Dekker, die beleefd vaststelde dat het goed is dat Nederlanders zo bij de kwaliteit van hun leefomgeving betrokken zijn. Sijmons kreeg nog over het voetlicht dat de ruimtelijke ordeningsagenda van de komende jaren gericht zou moeten zijn op waterbeheer, de nieuwe recreatie die het landschap overspoelt en de afstemming van de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen. Deze punten werden door NOVA echter niet aan de minister voorgelegd – toch een gemiste kans. Het gesprek met de minister ging vooral over de vraag wie de ‘regie’ nou in handen moest hebben, zonder verder erg kritisch te zijn over de nota Ruimte van deze minister. Het maakte dat Dekker vooral haar eigen beleid nog eens kon uitdragen, zonder enige lastige vraag te hoeven beantwoorden. Ook het welstandbeleid en de mogelijkheden die de nieuwe wet hier biedt, kwamen in het geheel niet ter sprake. Kortom, architectuur en ruimtelijke ordening is voor de belangrijkste en meest toonaangevende politieke redactie van het land inderdaad niet meer dan ‘entertainment’ om een verder landerige zomer mee door te komen.

Wat betekent dat nu voor de woede en ergernis die al die avonden de huiskamers in Nederland binnenstroomden? Is het erg als de media ons vak gebruiken om eens flink te fulmineren en de kijkcijfers op te krikken? Moet je je zorgen maken over dit soort ‘imagobeschadiging’? Gezien de populistische oppervlakkigheid waarmee NOVA het probleem benadert, hoeven we het als architecten en critici blijkbaar niet erg serieus te nemen. Het lijkt niet meer dan één groot toneelstuk met (helaas voor ons) de architectuur en ruimtelijke ordening als kop van jut.

Desalniettemin is het interessant om de uitslag eens nader te bekijken, al was het maar om het spel mee te spelen. Want wat valt er nu precies op? Wie zijn de ‘winnaars’ – of ‘verliezers’? Wat en wie worden het meest genoemd? En wie ontbreken er?

Wat direct opvalt bij het doornemen van de reacties, is dat er bijna niets lelijkers is dan nieuwbouw, of het nou klein of groot is, ‘modern’ of ‘neo-traditioneel’, plat of met een puntdak, het maakt niks uit. Nieuw is lelijk, per definitie. Het enige wat nog erger is, is een nieuwbouw-plan. De lijst barst van zeer recente projecten, aangevuld met diverse plannen voor nieuwbouw. Een uitgesproken ontwerp scoort ook hoog. Hoewel de meeste inzenders de naam van de architect niet kennen of niet noemen, is zeer veel ‘onder architectuur’ gebouwd. Blijkbaar roept een gebouw dat met aandacht ontworpen is en dus een zekere articulatie kent (of het nu lelijk is of niet), meer reacties op dan een gebouw dat een soort anoniem, gemiddeld karakter heeft. Dergelijke gebouwen vallen weg in de alledaagse rommel van de stad, terwijl een scherp project als het Amsterdamse ‘peper en zoutstel’ bij het Rijksmuseum van Van Gool altijd weer genoemd wordt – deze keer door Herman Heinsbroek. Deze lijst lijkt dus Carel Weebers gelijk te bewijzen: aan architectuur moet je wennen.

Verder valt op dat de hele discussie draait om de buitenkant van de architectuur. De ‘toeristische blik’ is alom, en iedereen, wethouders en ministers incluis, kijkt naar zijn omgeving met de norm van de ansichtkaart. De toeristische blik is die van de toevallige passant, en houdt geen enkele rekening met de mensen die er wonen en hoe die een plek ervaren en gebruiken. Dit kwam uiterst verrassend, en ook wel pijnlijk, naar voren bij de live uitgezonden ‘prijsuitreiking’ toen de TV-kok de ‘Beukbokaal’ uitreikte aan de bewoner van de lelijkste plek van Nederland. Of meneer het ook geen vreselijke plek vond? Maar de bewoner straalde en zei dat hij er heerlijk woonde en er zeer gelukkig was. Het was een fantastische woning, op een fantastische plek.

Zeer verrassend is het hoge aantal gemeentehuizen en stadskantoren dat op de lijst prijkt. Als specifiek gebouwtype het meest genoemd. Of ze nu zijn ontworpen door Marco a Campo, Alberts en Van Huut, Claus en Kaan, Rau en partners, Gunnar Daan of Jo Coenen, ze zijn allemaal lelijk volgens de NOVA-kijkers. De gemeentelijke herindeling heeft heel wat ellende veroorzaakt in den lande, ook architectonisch. Het werpt overigens een pikant licht op de uitspraak die de minister in de uitzending deed, dat juist op gemeentelijk niveau aan kwaliteit moet worden gewerkt.

De lijst bekijkend is er ten slotte ontzettend veel ‘klein’ drama, ook al is de ergernis van de betreffende klager zeer groot en oprecht. Hoge masten, een lelijke bank of foute stoeptegel, een plat dak, verpest uitzicht, ga zo maar door, het doet het bloed koken bij menige landgenoot.

Andere opmerkelijke zaken:

– Vinex-wijken en industrieparken worden af en toe genoemd, maar vallen niet bijzonder op.

– sommige mensen noemen complete steden; zoals Tilburg, Eindhoven, Dordrecht, Almere, Stadskanaal en Heerlen.

– ook de hele provincie Zuid Holland is genoemd, net als de Drentse en Groningse Veenkolonieën.

– stationsgebieden zijn niet populair; Leiden en Utrecht springen eruit, maar ook Amsterdam Centraal en Amsterdam Bijlmer worden genoemd.

– naoorlogse wijken ontbreken in het geheel, wel worden enkele flatgebouwen en ‘kantoorkolossen’ uit de jaren 60-70 genomineerd.

– het meest voorgedragen is de cluster van nieuwe ministeries in Den Haag, terwijl minister Dekker zich vanuit haar eigen toren vooral ergert aan de Zwarte Madonna van Weeber, die weer verrassend genoeg ontbreekt op de NOVA-lijst.

Dan de namen achter de Lelijke Plekken. Een klein voorbehoud is hier overigens op zijn plaats, omdat het niet altijd mogelijk was om de architect van een project te achterhalen. De lijst is dus indicatief, en zeer relatief; een of twee meer nominaties en de uitslag was anders geweest.

Wie verwacht dat Weeber samen met Cees Dam (vanwege de Stopera) de eerste plaatsen inneemt, zal verrast zijn. Degene met de meeste projecten in de lijst is de Architecten Cie. met vijf projecten van Pi de Bruijn: het Tweede Kamergebouw, de uitbreiding van het Amsterdamse Concertgebouw, het Nieuw Amsterdam kantoorgebouw, Roombeek Enschede, en de Belle van Zuylentoren voor Leidsche Rijn. Een goede tweede is UN Studio met het Rijksmuseum Twente, Museum Valkhof in Nijmegen, de Kolk in Amsterdam en de gloednieuwe stationstorens in Arnhem. Als je het aantal vermeldingen telt dan staat juist UN Studio op de eerste plaats, en De Bruijn op de tweede. Verder bestaat de top tien uit EEA/Erick van Egeraat, A+D+P Architecten, Benthem Crouwel, Cees Dam en partners, Rau en partners, Rudy Uytenhaak, Koen van Velzen en Carel Weeber (nog net tiende, sorry Carel, je gebouwen wennen blijkbaar alsnog).

Van de ‘Superdutch’ helden worden OMA/Koolhaas, Neutelings Riedijk en Mecanoo één keer genoemd, Wiel Arets nul keer. Er wordt geen een ‘blobmeister’ genoemd, of je moet het stadhuis van Alphen aan de Rijn als blob-gebouw betitelen. Ook de Villa VPRO – waarover de gebruikers destijds zo publiekelijk klaagden – ontbreekt. Wel wordt het mediapark zelf genoemd, met name de betonnen parkeerdecks, grappig genoeg door Clairie Polak van NOVA.

Ten slotte, uiteraard ontbreekt er veel nieuwbouw op de lijst. Zou het toch mogelijk zijn, nieuwe architectuur die de mensen bevalt? Het Oostelijk Havengebied in Amsterdam bijvoorbeeld, toch een nieuwbouwgebied met uitgesproken architectuur en meestal mondige bewoners, is opvallend afwezig in deze lijst. Zou dat op een succes duiden? We zullen het weten als NOVA zo sportief is om volgend jaar een serie over de meest geslaagde plekken van Nederland te maken.