Feature —

New Towns

Joost van den Hoek

In het kader van de lezingreeks Size Matters van de Academie van Bouwkunst Amsterdam presenteerde Wouter Vanstiphout zijn nieuwste onderzoek naar new towns. Centraal thema in de lezingenreeks staat de stedenbouw van grootschalige modernistische interventies uit de jaren ’60, ’70 en ’80. Het verhaal van Vanstiphout over het cultureel imperialisme van de moderne stedenbouw op wereldschaal vormde voor de gelegenheid een veelbelovende aftrap van de serie.

Wouter Vanstiphout, een van ’s lands meest vooraanstaande architectuurhistorici, produceerde de afgelopen jaren samen met het onderzoekscollectief Crimson een onafgebroken stroom publicaties. Bekend zijn de boeken Rearch en Reurb over hergebruik van gebouwen en stadsdelen. De boeken Trousers of Mart Stam en Too blessed too be depressed gaan in op het Hollands modernisme en het werk van Crimson zelf. Recentelijk publiceerde Vanstiphout zijn proefschrift Maak een stad waar de het levensverhaal van architect Jo van den Broek wordt geprojecteerd op de dynamische stadsontwikkeling van Rotterdam in de 19e en 20e eeuw. Met Crimson is Vanstiphout ook actief buiten het speelveld van de architectuurgeschiedenis. Zo is hij al geruime tijd betrokken bij herstructureringsmanifestatie Wimby in Hoogvliet onder de rook van Pernis.

De herstructurering van de moderne naoorlogse woonwijken vormde de aftrap van Vanstiphouts verhaal. Voor zijn onderzoek naar new towns koos hij de mondiale dimensie van de herstructurering als invalshoek. Inmiddels zijn tienduizenden modernistische new towns over hele wereld onderwerp van herstructurering. Hierbij leiden verschillende culturele, economische, politieke maar ook religieuze omstandigheden per land en per continent tot verschillende vormen van al dan niet geplande transformatieprocessen. Vanstiphout  ging  terug naar de oorsprong van de moderne stedenbouw. Hij presenteert de Garden Cities of To-morrow van Ebenezer Howard als grondslag voor de moderne stedenbouw. Met name de kwantitatieve dimensionering van leefgemeenschappen en de constante van een groene omzoming die op verschillende schaalniveaus de leefgemeenschappen bij elkaar houdt ziet Vanstiphout als de grootste gemene deler van de moderne new towns. Hij liet zien dat deze methodiek zich vanaf de jaren 20 van de vorige eeuw als een olievlek verspreid over de verschillende continenten.

Exponent van dit bouwkundig imperialisme is de praktijk van de Griekse stedenbouwkundige Constantinos A. Doxiadis. Vanstiphout liet zien hoe Doxiadis in de periode van na de Tweede Wereldoorlog verantwoordelijk was voor de expansie van steden in meer dan 30 landen op alle continenten. De ingenieuze plot van de new town studie wordt duidelijk als Vanstiphout verhaalt hoe Doxiadis gefinancierd door Amerikaanse geldschieters aan het einde van de jaren 50 de opdracht kreeg voor planning en expansie van Teheran en Bagdad. De moderne woonwijken van Teheran zien er tussen de oogharen door hetzelfde uit als de Amsterdamse Bijlmermeer van voor de grootschalige interventie. In de analyse van Vanstiphout zijn de moderne woonwijken in islamitische metropolen door aantrekken van de religieuze gedragscode verworden tot toevluchtoord voor een verlichte elite terwijl in het westen precies het omgekeerde aan de hand is. Ook was Doxiadis betrokken bij de planning van Bagdad en de uitwerking van Sadr City aan de noordzijde van de Tigris, dat wordt gekenmerkt door een gridstructuur met pleintjes die zich zelfs vanaf een satellietfoto makkelijk laten herkennen.

Na de anekdotische presentatie van Teheran en Bagdad wordt de structurele dimensie van het onderzoek duidelijk. Vanstiphout laat zien dat hij werkt aan een genormaliseerde analyse van moderne new towns op verschillende continententen. Voorbeelden passeren de revue van Hoogvliet in Nederland naar Toulouse in Frankrijk tot Caracas in Venezuela en Accra in Ghana.  Centraal in de analyse staat de ‘afterlife’ van de new towns en de wijze waarop al dan niet gepland vanuit verschillende culturen wordt getracht om de new towns geschikt te maken voor de eisen van het huidig tijdsgewricht. Series van frisse tekeningen laten zien hoe het vertrekpunt voor de new towns op basis van Howards grondslagen overal bijna identiek zijn. Satellietfoto’s maken vervolgens duidelijk hoe de ‘afterlife’ er voor opeenvolgende voorbeelden anders uitziet. Veel van het onderzoeksmateriaal van Vanstiphout wordt verkregen via het internet. Het onderzoek is dan ook volgens Vanstiphout een liefdesverklaring aan de ongekende mogelijkheden van Google earth.

Vanstiphout sluit af met de opmerking dat hij hoopt dat analyse van de herstructurering van de new towns als mondiaal fenomeen zal leiden tot analyse- transformatie- methodes die het ongebreidelde optimisme van de naoorlogse planners blijvend kunnen incorporeren. Dat er methoden van herstructurering naar boven komen waarin ook het modernistische gedachtegoed niet wordt wegpoetst, maar wordt voorzien van een update zodat hardware, software en orgware met elkaar gaan congrueren. Of dat zal lukken ??? Wie weet. De eerste officiële presentatie van het onderzoek vindt plaats op de TU Delft, in de vorm van een tentoonstelling. Laten we daar allemaal maar eens gaan kijken.