Feature —

Uitspraak brugkwestie: geen plagiaat

Piet Vollaard

Ruim een jaar na het inhijsen van de Westergo voet-fietsbrug in Zoetermeer oordeelde de rechtbank in Den Haag afgelopen 13 september in de zaak Zwarts & Jansma versus Holland Railconsult en de gemeente Zoetermeer. Belangrijkste vraag: plagieert het ontwerp van Holland Railconsult een eerder ontwerp door Zwarts & Jansma Architecten?

In 2000 maakt Zwarts & Jansma in opdracht van de gemeente Zoetermeer en in competitie met twee andere bureaus een ontwerp voor een langzaamverkeersbrug over de A12. De ontwerpen worden (mede) beoordeeld door een coördinatieteam waarin Holland Railconsult zitting heeft. Er wordt geen winnaar aangewezen, hoewel de gemeente wel met Zwarts & Jansma verder spreekt. Uiteindelijk wordt dit ontwerp afgewezen omdat onduidelijkheid bestaat over de constructieve stijfheid van de voorgestelde oplossing. De gemeente geeft NS Railinfrabeheer de opdracht, die deze doorgeeft aan Holland Railconsult (thans Movares). Op 22 mei 2005 is de door Holland Railconsult getekende brug ingehesen. De nadruk in de rechtzaak ligt niet op de dubbelrol van Holland Railconsult, maar op het auteursrecht: is het ontwerp van Holland Railconsult plagiaat of niet?

Kort geding

In 2005 bepaalde de rechtbank in een kort geding dat plagiaat weliswaar aannemelijk is gezien de opvallende visuele gelijkenis, maar dat ook sprake is van verschillen in de constructiewijze. De rechtbank beschouwt een kort geding als een ongeschikte juridische vorm voor een definitief oordeel en raadt een bodemprocedure aan waarin deskundigen kunnen worden gehoord.

Echt het naadje van de kous weten? Lees dan voor een verdergaande analyse van het voorafgaande het artikel Juridisch zoekplaatje: vorm of constructie? van 8 juni 2005

Bodemprocedure

Op 13 september 2006 oordeelt de rechtbank in Den Haag in deze bodemprocedure. Allereerst beschouwt de rechtbank het ontwerp van Zwarts & Jansma als een auteursrechtelijk beschermd werk, hoewel Holland Railconsult en de gemeente Zoetermeer het auteursrecht van de architect betwisten. De rechtbank sluit zich echter aan bij de door Holland Railconsult en de gemeente Zoetermeer aangehangen stelling dat in beide ontwerpen sprake is van een constructie die de ‘momentenlijn’ volgt en dat dit een technisch voordeel oplevert. De rechtbank onderschrijft de bewering dat het volgen van de momentenlijn een logische, voor de hand liggende ontwerpbeslissing is die weliswaar architectonische redenen kan hebben, maar vooral technische voordelen biedt en daarom niet auteursrechtelijk beschermd kan zijn. Verder constateert de rechtbank een aantal verschillen tussen de ontwerpen:

-V-vormige scheefstaande portalen met variabele doorsnede versus A-vormige rechtstaande portalen met gelijke diameter. ,,Het ontwerp van Zwarts & Jansma heeft daardoor een aanzienlijk opener karakter dan de bovenin gesloten brug van Holland Railconsult”.

– Hangdraden versus dikkere pijpen ”waardoor de brug van Zwarts & Jansma slanker oogt dan de brug van Holland Railconsult.”

– ”Open brughek versus dicht brughek”

– ”Rechte landhoofden versus schuin voorover hellende landhoofden”

Oordeel

”Geen (ongeoorloofde) nabootsing van het ontwerp van Zwarts & Jansma.”

Uit de uitspraak blijkt dat het auteursrecht weliswaar visuele kwaliteiten beschermt (de vorm), maar dat het auteursrecht niet van toepassing is wanneer een gekozen vorm grote constructieve en technische voordelen biedt. Deze uitspraak doet vrezen voor het auteursrecht van ontwerpers die constructie en vorm plegen te integreren.

In het vonnis klinkt door dat de rechter vooral onder de indruk is geraakt van de schets van de momentenlijn van de brug, die kennelijk door een als deskundige gehoorde constructeur is vervaardigd. Aangezien er alleen plaats was voor een ondersteuning op circa 1/3 van de overspanning, levert dat een momentenlijn op die inderdaad lijkt op de contouren van beide plannen. De rechter (of de gehoorde deskundigen, dat is onduidelijk) lijkt echter van mening dat de vorm van beide plannen automatisch volgt uit ‘het volgen van de momentenlijn’ en bovendien dat een dergelijk volgen van de momentenlijn min of meer vanzelfsprekend is. Alsof het geen ontwerpkeuze zou zijn om de ‘momentenlijn te volgen’, maar een door de opgave, budget en context afgedwongen noodzakelijkheid. Maar zo is het natuurlijk niet. Er zijn andere mogelijkheden om met de vorm te reageren op het krachtenverloop in een constructie. Zoiets zou elke architect/constructeur duidelijk moeten zijn. Holland Railconsult heeft wel degelijk eenzelfde technisch concept gekozen als Zwarts en Jansma in eerste instantie deden: een hangbrugconstructie waarbij de momentenlijn letterlijk wordt gevolgd. Dat was een keuze, geen technische, budgettaire en/of architectonisch noodzaak.

Of er nu daadwerkelijk sprake is van plagiaat? Dat is een kwestie van interpretatie. De beide ontwerpen lijken wel erg veel op elkaar. Holland Railconsult had dat kunnen weten en had, al was het maar om de eigen ontwerpkwaliteiten te etaleren of problemen met een collega-architect te voorkomen, een heel ander technisch concept kunnen kiezen dan het bij hun bekende plan van Zwarts en Jansma. Nu dat niet is gebeurd is er nog niet automatisch sprake van plagiaat, of preciezer: ‘geen ongeoorloofde nabootsing’. Daarvoor zijn de verschillen voor de rechter kennelijk toch te significant. Een zekere nabootsing is geoorloofd (en zo lijkt de uitspraak te willen zeggen, in dit geval onvermijdelijk.) Bovendien is het zeer waarschijnlijk zo dat er wel meer bruggen zijn ontworpen die op een vergelijkbare manier de momentenlijn volgen. Ook Zwarts en Jansma hebben dit wiel niet zelf uitgevonden.

Eens te meer blijkt dat plagiaatkwesties in de architectuur zich altijd in grijze gebieden afspelen. Tenzij er sprake is van het letterlijk kopiëren van bouwtekeningen, blijft het een zaak van – soms discutabele – interpretaties. Intussen is de derde partij, de opdrachtgever, eigenlijk degene die echt onzorgvuldig is geweest. Op het moment dat duidelijk werd dat Holland Railconsult een ontwerp maakte dat toch wel erg leek op dat van Zwarts en Jansma, had de gemeente Zoetermeer moeten proberen om beide partijen te laten samenwerken of tenminste Zwarts en Jansma van de ontwikkeling op de hoogte moeten stellen. Ook Holland Railconsult had er best – toen bleek dat het eigen ontwerp richting dat van Zwarts en Jansma ging – een collegiaal telefoontje aan kunnen wagen. De verrassing was dan niet zo groot geweest toen de brug werd opgeleverd. Zwarts en Jansma hadden dan wellicht minder opgewonden gereageerd en er was waarschijnlijk geen rechtszaak gekomen.

Overigens moet Zwarts en Jansma als onderdeel van de uitspraak gedurende een maand een rectificatie op de eerste pagina van eigen website plaatsen. Een maand. En niet zo maar eentje. Nee, paginagroot, inclusief voorgeschreven rouwrandje. Naar verluidt zitten de advocaten van Holland Railconsult er bovenop om dit mea culpa ook daadwerkelijk zo pontificaal te tonen. Dit lijkt me gezien de boter die alle drie de partijen op hun hoofd hebben een disproportionele straf voor Zwarts en Jansma. Het zou Holland Railconsult, dat toch ook niet helemaal brandschoon uit de kwestie komt, sieren als men verder afzag van het recht op deze rouwkaart en genoegen nam met een bericht met een wat bescheidenere positie op de website van Zwarts en Jansma.