Feature —

Borneo Sporenburg – 10 jaar later

Daniel Lockefeer

Ongeveer 10 jaar geleden werd begonnen met de bouw van Borneo en Sporenburg in Amsterdam. West 8 ontwierp een vernieuwend stedenbouwkundig plan met nieuwe woningtypologieën. Delen van de woonblokken en de vrije kavels werden door bekende architectenbureaus ontworpen. De eilanden kwamen voor verschillende prijzen in aanmerking, onder meer voor het stedenbouwkundig plan, voor de bruggen die de eilanden verbinden, en voor enkele architectonische ontwerpen.

Inmiddels wordt er weer flink gebouwd, verbouwd, en aan de weg getimmerd. Er worden daktuinen geplaatst op enkele woonblokken, er komen extra verdiepingen op woningen en patio’s worden overkapt. Genoeg aanleiding om te kijken naar wat uiteindelijk goed aan het plan was, en wat achteraf verbetering behoeft.

Laagbouw in hoge dichtheid

Het stedenbouwkundig plan van West 8 schreef een compacte woonwijk in laagbouw voor. De woningen hebben hooguit drie woonlagen, de straten zijn smal, en het gaat hoofdzakelijk om eengezinswoningen in smalle en diepe kavels. De bouwblokken hebben geen open binnenruimtes met tuinen op de begane grond, maar staan rug-aan-rug tegen elkaar. Patio’s zorgen voor licht en lucht binnenin de bouwblokken. Op de daken zouden tuinen komen. Omdat alle woningen drie lagen hebben, zouden deze daktuinen allemaal op gelijke hoogte komen te liggen, met daaronder een zee van compacte en bakstenen stedenbouw. Uiteindelijk zijn, waarschijnlijk om economische redenen, bij slechts enkele woningen de daktuinen gerealiseerd.

Laagbouw in hoge dichtheid, dat in een mooi contrast staat met het uitgestrekte water om de eilanden heen. Vandaar het motto ‘het blauw is het groen’ en weinig openbaar groen in de straat. De compacte huizenmassa wordt alleen af en toe onderbroken door een megablock, een groot en hoog wooncomplex dat zich tussen de lage en dichte huizenmassa heeft genesteld. Als een kathedraal in een oude binnenstad.

Alle benedenverdiepingen zijn 3,5 meter hoog, geïnspireerd op de typisch Amsterdamse bouw, de zogenaamde bel-etage. Door de smalle straten en de dicht op elkaar staande woningen zijn de benedenverdiepingen toch vrij donker. Bovendien is de begane grond grotendeels ingericht als parkeergarage, de smalle straten bieden immers weinig parkeergelegenheid. Veel woningen hebben een eigen garagedeur aan de straatkant, de drive-in woning. Andere woningen hebben hun parkeerplaats aan een soort binnenstraten. De bewoner komt zijn wijk binnen rijden, drukt op de afstandsbediening, de garagedeur rolt omhoog, en de verborgen binnenstraat is tijdelijk toegankelijk. Vanuit deze binnenstraat kan de bewoner direct zijn woning in. Zo wordt de 3,5 meter hoge begane grond als parkeerplaats en berging benut, en heeft de voordeur een groot deel van zijn functie verloren.

Should I stay or should I go

Veel rust en ruimte voor spelende kinderen op straat zou je zeggen. Maar kinderen waren er aanvankelijk weinig. De bewoners waren jong, met geen of weinig kinderen. Logisch, de huizen hebben geen tuin, en precies twee slaapkamers. Niet voor gezinnen met meer dan een kind dus. Maar de gezinsuitbreiding heeft doorgezet en de jonge families verhuizen niet allemaal naar Almere, zoals gedacht werd, velen blijven zitten waar ze zitten. Jaren streden ze bij hun stadsdeel om een vergunning, die toestaat een extra verdieping bovenop hun woning te bouwen.

Tegelijk willen veel bewoners gebruik maken van de gelegenheid om nog een verbetering aan hun woning toe te voegen. De buitenruimte die veel woningen nu hebben blijkt tegen te vallen. Een patio, omgeven door meters hoge muren, biedt geen uitzicht en geen zonlicht. Terwijl er boven hun, op het platte dak, 50 m2 potentieel dakterras ligt, badend in het zonlicht en met uitzicht over het IJ. Nooit uitgevoerd en thans onbereikbaar, terwijl technisch gezien de mogelijkheid er altijd al geweest is.

Daktuinen en dakkamers

Jaren lang wilde het stadsdeel er niet aan. Zij hadden het bewaken van het stedenbouwkundige concept en de architectonische eenheid tot hun taak gemaakt. Dat wil zeggen, het concept zoals dat is uitgevoerd, niet zoals het oorspronkelijk bedoeld is. Dus geen daktuinen en geen dakopbouwen. Het stadsdeel schijnt verweten te zijn een Maoïstisch beleid te voeren – de woningen zijn immers geschikt voor maximaal één kind, en de mogelijkheid om er een slaapkamer voor een tweede kind aan toe te voegen werd hen ontnomen. Het feit dat veel oorspronkelijke bewoners niet weggingen, en het uiteindelijk lukte de vergunningen te krijgen, toont aan dat de bewoners er op zijn minst graag willen blijven wonen, en dat ze, na een upgrade van hun woning, toekomst zien in hun wijk.

Omdat de bewoners van Borneo en Sporenburg zo massaal willen investeren in het uitbreiden van hun woning, legt het stadsdeel de regels waarbinnen zij dit toestaan nu vast in een boekwerk. Dit moet ervoor zorgen dat het oorspronkelijke straatbeeld met de sobere architectuur zo min mogelijk wordt aangetast, en privacy, uitzicht, inkijk en daglichttoetreding wordt gewaarborgd in de hoge dichtheid van de wijk.

Er zijn al veel vergunningen verstrekt, en Borneo en Sporenburg veranderen langzaam weer in een halve bouwplaats. Boven op de daken van de huizen verrijzen de daktuinen en de extra slaapkamers. De bewoners kunnen er weer met een gerust hart gaan slapen.