Feature —

Housing Generator revisited

Jeroen Mensink

In 1997 liet Archined het project The Housing Generator geheel aan zich voorbij gaan. Nu, bijna 10 jaar later, maken we het goed. Jeroen Mensink ging in Zuid-Afrika op bezoek bij Barbara Southworth, de prijswinnaar van de locatie Cato Manor (Durban) en thans directeur van de afdeling City Spatial Development & Urban Design in Kaapstad.

Twee jaar nadat er voor het eerst in Zuid Afrika apartheidsvrije verkiezingen hadden plaats gevonden, initieerde de Academie van Bouwkunst Rotterdam in 1996 The Housing Generator Competition for South African Cities, een project waarin ook verschillende Zuid Afrikaanse instellingen participeerden. De ontwerpopgave betrof woningbouw voor de lage en laagste inkomensklassen. Deelnemers konden kiezen uit drie verschillende locaties: de townships Cato Manor (Durban), Duncan Village (East London) of Wattville (Benoni). Het project werd in 1997 afgesloten met een publicatie, een tentoonstelling en een conferentie.

In Durban, waar Cato Manor als prijsvraaglocatie was aangewezen, leefden in 1996 41%van de 3,2 miljoen inwoners in ‘informal settlements’ of krottenwijken. Het ontwerp dat Barbara Southworth, Suzanne du Troit, Joanne Lees en Theresa Gordon maakte, bestaat uit een stedenbouwkundig grid van 300 x 300 meter dat ruimte biedt voor 3.100 wooneenheden en publieke faciliteiten zoals een school, een markt, winkels en recreatievoorzieningen. Het plan is een kritiek op de toenmalige modellen voor huisvesting voor lage inkomens, die volgens hen geen betekenisvolle of fatsoenlijke stedelijke omgevingen creëren omdat ze worden beperkt door de focus op individuele eenheden op individuele kavels. De crux van hun prijsvraaginzending was het streven naar een meer integrale aanpak en naar hogere dichtheid, wat beter betaalbare woningen en meer kwaliteit aan de openbare ruimte geeft. Southworths werk wordt nog steeds bepaald door deze houding.

Gevraagd naar het belang van The Housing Generator, vertelt Southworth dat het in die tijd niet de enige woningbouwprijsvraag is geweest, maar door de Nederlandse inbreng (in de vorm van organisatie, geld, een publicatie en betrokkenheid van rijksbouwmeester Wytze Patijn) meer impact heeft gehad dan binnenlandse competities die zich met dezelfde problematiek hebben bezig gehouden. Maar wat heeft de prijsvraag dan concreet veranderd? Southworth: ‘It changed some peoples thinking with respect to housing and it filtered through to the policy makers in South Africa’.

Enkele jaren na de prijsvraag werd het team van Southworth uitgenodigd om een nieuw plan te ontwikkelen dat meer op de gangbare planningsprocedures was afgestemd van de 'Cato Manor Development Agency'. In de ogen van de ontwikkelaar bleef ook het nieuwe voorstel te gewaagd. Het besef dat je vooral energie moet steken in een kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte als basis voor huisvesting voor lage inkomens stond nog te ver van het toenmalige beleid en financieringsregelingen. Voor zover Southworth zich kan herinneren zijn  ook de andere prijsvraaginzendingen voor Benoni en East London nooit gerealiseerd.

townships Kaapstad
townships Kaapstad

Nog steeds hamert Southworth op het belang van een kwalitatief goede openbare ruimte als voorwaarde voor een goede woonomgeving. ‘Wat we niet nodig hebben, zijn nog meer van die dozen op losse kaveltjes’, aldus Southworth.

Langzaam kentert het beleid. Een nieuw document van de centrale overheid, Breaking New Ground, wordt veelvuldig aangehaald door de huidige minister van huisvesting. Daarin wordt meer aandacht besteed aan de kwaliteit van de omgeving, het verbreed de blik op wat huisvesting eigenlijk betekent en hoe je bijvoorbeeld de markt kan betrekken bij het realiseren van huisvesting voor lage inkomens. Toch blijft de praktijk, zoals vaker, achter bij het verkondigde beleid.

Tegelijkertijd is er de druk van de aantallen. Kwantiteit wordt veelal boven kwaliteit gesteld. Begrijpelijk als je je realiseert dat de officiële cijfers aangeven dat er in Kaapstad alleen al een tekort aan 260.000 woningen. Officieuze en volgens gemeenteambtenaar Southworth niet al te betrouwbare cijfers spreken zelfs van een tekort van 400.000 woningen.

Dit resulteert in opgaven als voor het N2 Gateway Project waar langs de snelweg van de luchthaven naar de stad binnen 6 maanden 20.000 woningen moesten worden gebouwd. Een onmogelijke opgave die door de politiek met veel bravoure en veel pers werd aangekondigd. Een jaar na de start zijn de eerste 700 wooneenheden opgeleverd. Over het gebouwde resultaat is Southworth redelijk tevreden. ‘For the first time ever, we’ve built 700 medium density units, 2 and 3 story blocks, with landscaping, with public space, facilities, the whole package.’ Toch wordt het project niet in deze vorm voortgezet. De kosten per eenheid zijn te hoog en het tempo is te laag bevonden. Het project is overgedragen aan de Provincie (Western Cape) en nu die ook niet snel genoeg gaan, neemt de centrale overheid de regie over het gebied over.

Waar het Digest of South African Architecture in 1997, het jaar van de prijsvraag, volledig werd gedomineerd door exclusieve villa’s op berghellingen, corporate hoofdkantoren, hotels en conferentiecentra, zien we in deze Zuid-Afrikaanse equivalent van ons Architectuur Jaarboek vanaf 1997 een verschuiving van de aandacht. In het meeste recente nummer is de inbreng van de kapitale villa’s tot de helft teruggebracht en is er ruimte gemaakt voor community centers in townships, monumenten om de democratie te vieren en de Apartheid te herdenken. Dit lijkt een teken dat in de ontwikkeling van de openbare ruimte, ook in townships, daadwerkelijk een inhaalslag plaatsvindt. Waar Southworth fijntjes aan toevoegt dat ook de redactie in de tussentijd drastisch gewijzigd is.