Feature —

Op zoek naar een nieuw momentum

Peter van Schie & Marcel Hermans

Ter gelegenheid van de officiële opening van het Kunstcluster te Tilburg werd een symposium gehouden met als thema Architectuur als motor van stedelijke vernieuwing. De gemeente Tilburg had, naast een aantal eminente architecten, bestuurders van de steden Graz en Porto uitgenodigd om antwoord te geven op de vragen wat deze strategie had opgeleverd en of ze toekomstwaarde heeft.

Al snel bleek dat Tilburg, Porto en Graz meer verschillen dan overeenkomsten vertonen. Tilburg is vooral een exponent van de industriële revolutie. Het centrum van Tilburg kenmerkt zich door de contrasten tussen de fijnmazige historische structuren en de grootschalige ingrepen uit de naoorlogse periode. Tilburg maakt deel uit van de netwerkstad BrabantStad, maar  lijkt daarin geen centralistische positie op te eisen. Graz is daarentegen is een oude stad met een strategische ligging die van historische betekenis in Centraal Europa is. Ze profileert zich als een autonome stad in een snel transformerende regio. Porto tot slot is de centrale stad van de gelijknamige metropolitane regio. Een historische havenstad met een stadcentrum dat op de werelderfgoedlijst staat. Alle drie de steden hebben de laatste jaren gewerkt aan stedelijke vernieuwing waar aan cultuur gerelateerde architectuur een belangrijke rol werd toegediend.

Hans Ibelings sprak in relatie tot Tilburg van een ‘momentum in slow motion’ dat al zo’n twintig jaar duurt. Het Kunstcluster is geen architectonisch icoon dat andere ontwikkelingen genereert. Het ontwerp voor een kunstzaal leidde uiteindelijk tot de transformatie van Centrum-Zuid. Dit proces maakte onderdeel uit van een bestuurlijk momentum waarin de persoonlijke inbreng van burgemeester Brokx een belangrijke factor vormde. Jo Coenen, architect van het Kunstcluster, bevestigde dit beeld door Brokx  ‘misschien wel mijn beste opdrachtgever’ te noemen. Volgens Ibelings is het Coenens verdienste dat hij met het Kunstcluster een brug heeft weten te slaan tussen de neogotiek van het naastgelegen klooster en het modernisme van Bedauxs rechtbank aan de linkerzijde.

De architecten Nuno Grande en Eduardo Souto de Moura constateerden dat het in Porto nog ontbreekt aan een stedenbouwkundige samenhang die tegenwicht zou kunnen bieden aan de uittocht naar de periferie. De drijvende kracht achter de stedelijke vernieuwing waren vooral de middelen die vrijkwamen uit het budget van Europees Culturele Hoofdstad 2001. Het Casa de Musica van OMA moet zich, volgens hen, nog bewijzen als magneet. Toch is dit gebouw een doorbraak in de bouwcultuur van Porto. Tot begin deze eeuw waren de architectonische opgaven van de stad nauw verbonden met de plaatselijke architectuuropleiding. Er heerste in het architectuurdiscours een sterk naar binnen gekeerde blik. Casa de Musica is het eerste moderne gebouw in Porto dat niet door een locale architect is ontworpen.

Casa da Musica Porto – OMA
Kunsthaus Graz – Peter Cook

Na de lunch was het ontspannen achterover leunen in de schouwburgstoelen bij de Peter Cook-show over het Kunsthaus (2000-2003) in Graz. Het Kunsthaus, dat ook gebouwd is in het kader van Europese culturele hoofdstad – dit keer van 2003 –  speelt op twee manieren met de historie van Graz. De blob-architectuur vormt enerzijds een ongewone verandering in de historische, binnenstedelijke structuur. Tegelijk wordt, zoals de hoofdconservator van het Kunsthaus stelde, voortgebouwd op een gegroeid cultureel klimaat; eigenlijk heeft het gebouw er al veertig jaar gestaan, en zijn sinds de late jaren zestig de geesten gerijpt voor de ‘attack of the blobs’.

Aan het begin van de dag waarschuwde Ibelings al dat een overkill aan schoonheid tot een verlies aan interesse voor architectuur leidt  bij bestuurders en investeerders. Een panklaar idee van wat nu tot een nieuw momentum kan leiden had niemand. Architect Harold Saiko uit Graz hield een pleidooi voor de kracht van ‘localiteit’. Kleine steden met minder dan 500.000 inwoners blijven hierdoor herkenbaar en de lijnen in het netwerk zijn relatief kort. Dat zou de ideale maat zijn waarbij het voor bestuurders goed mogelijk is om ruimtelijke ontwikkelingen te kunnen initiëren.

Kleine steden zijn mede hierdoor ook voor ontwerpers een interessant werkterrein. De Academie voor Architectuur en Stedenbouw in Tilburg speelt in op deze trend met Stadslab.eu dat op het eind van de dag officieel werd gestart. Deze post-graduate opleiding is een ‘laboratorium voor stadsontwerp’ en start met ontwerpen voor de kleinere grote steden aan de randen van het nieuwe Europa.

Burgemeester Vreeman van Tilburg stelde dat de omvang van steden als Tilburg, Graz en Porto ‘bevatbaar en begrijpbaar is voor de inwoners’. Dat is de kracht van deze steden, die volgens Vreeman een belangrijke culturele rol spelen in de globaliserende wereld. Het teveel upgraden van de binnenstad leidt tot wegtrekken van bevolkingsgroepen en is niet goed voor de gewenste diversificatie. Een nieuw momentum voor stedelijke vernieuwing zou kunnen voortkomen uit streekgebonden kwaliteiten. Vreeman doelde hiermee onder meer op de rol van het lokale bedrijfsleven, wat het gemis van deze belangrijke gesprekspartners op dit symposium onderstreepte. Andere sprekers hadden al geconstateerd dat sterke persoonlijkheden onmisbaar zijn om investeerders te overtuigen. Zo werd deze bijeenkomst impliciet een postuum eerbetoon aan Gerrit Brokx.