Feature —

Stad-Speel-Ruimte

Marieke Berkers

Om de twee jaar, dit jaar voor de zesde keer, krijgt een aantal jonge ontwerpers de opdracht om in interdisciplinair samengestelde teams onderzoekend en ontwerpend een visie te geven op de stedelijke omgeving en de publieke ruimte. Groepsportretten 06 stelt het thema spel centraal en ondervraagt daarbij de rol van de ontwerper.

Wanneer heb je als gebruiker van de stad het idee uitgedaagd te worden de stad als speelruimte te zien? Op Koninginnedag wellicht, dat heeft wel iets van collectief winkeltje spelen. Harde euro’s worden verdient via de kunst van het afdingen en dolle pret voert de boventoon. De stad voelt aan als een grote speelplaats. Maar wanneer de stedeling weer terugkeert tot de orde van de dag ziet hij de stad niet meer als speelruimte. Toch, als het aan de teams van Groepsportretten 06 ligt, is er in de stad van alledag ruimte voor subtiel spel. Misschien speelt de stedeling stiekem vaker dan hij denkt.

Drie teams stelden zich de opgave om een subtiel, tijdelijk en soms heel vluchtig moment te ontwerpen. Speelruimte vatten ze op in de brede zin van het woord. Niet enkel als een plaats om te spelen, maar ook meer abstract als bewegingsruimte of mogelijkheid tot het afwijken van de regel. De drie teams (Groep 1*, 2* en 3*) registreren en regisseren spel in de stad en nodigen de stedeling uit mee te spelen in het spel.

Groep 1*, met Boaz Bar-Adon, Guus Dix, Letteke Klooster en Fred Woerden, onderzoekt met Archetypen op de fiets de fietsende Amsterdammer. De ruimte waar het spel plaatsvindt is Amsterdam en het spel is het fietsen. De spelers zijn – naast het handjevol fietsers dat het team analyseerde – de tentoonstellingsbezoekers zelf. De bezoeker wordt namelijk uitgenodigd een vragenlijst in te vullen aan de hand waarvan zijn fietsgedrag wordt geanalyseerd, waarna wordt vastgesteld welk fietstype hij is: een fysieke, meditatieve, sociale of visuele fietser. Deze vier archetypen zijn vervolgens vertaald in beeldmerken, die de teamleden op de Amsterdamse straten hebben aangebracht, op locaties die kenmerkend zijn voor de verschillende archetypen. Via vier routes door de stad kunnen deze gecodeerde plekken bezocht worden. Het aanbrengen van de codes op de wegen is een subtiele ruimtelijke ingreep die niet door alle Amsterdamse fietsers begrepen zal worden. Enkel een incrowd die bekend is met het project kan ze ontcijferen. Voor hen gelden de codes op de weg niet alleen meer als regels gemaakt door de wetgever, maar ook als merken van betekenis.

Omdat de meeste tentoonstellingsbezoekers fietsende stedelingen zijn spreekt het project zeer tot de verbeelding. De fysieke fietser zal wellicht moeite doen visueler of socialer te gaan fietsen en daardoor meer oppikken van de stedelijke omgeving. De gehele exercitie verheft zich dan tot een hoger niveau en veroorzaakt een lichte, subtiele verandering in het gedrag van de bewuste fietsers.

Een soortgelijke aanpak heeft Groep 2* van Sander Bos, René van Engelenburg, Petra Hulst en Marte Kappert. Ook zij nemen de stad Amsterdam als speelveld en ook zij onderzoeken het mobiele gedrag van een specifieke groep gebruikers van de stad, in dit geval de zwervers. Met hun project Omzwervingen volgen ze zowel de klassieke zwervers, als de postmoderne zogenaamde hypermobiele. Deze laatste groep bestaat uit mensen die altijd onderweg zijn en, beladen met mobiele telefoon, laptop en elektronische agenda, over de ganse wereld reizen, verblijvend in hotels en restaurants. Het team onderzocht hoe beide zwervende groepen de publieke ruimte als netwerk gebruiken en vervaardigde een interessante kaart waarop twee zwerftochten zijn uitgezet. Startpunt voor de beide routes is Amsterdam CS. Maar waar de zwerver kiest voor het Stationsplein, zoekt de hypermobiel liever de taxistandplaats op. De kaart verhaalt op anekdotische wijze de route en geeft zo een kijkje in de wereld van de zwerver en van de yup. Door de hele stad heen staan ANWB paddestoelen die de weg wijzen naar punten op de route. Zo wordt het onderzochte netwerk zichtbaar en volgbaar gemaakt. De keuze voor de paddestoelen is raak, door hun vorm brengen ze een connotatie van gezapigheid teweeg die hoort bij conventionele toeristische fietsroutes en die in geen geval past bij zowel de klassieke als de postmoderne zwerver.

‘Terrains Vagues’ door Groep 3*

Groep 3*, met Sannah Belzer, Pieter Eeckeloo, Christopher Paesbrugghe, Lin Vanwayenbergh en Dries Verbruggen, richt zich met Terrains Vagues in tegenstelling tot de andere twee groepen allereerst op concrete ruimtes in de stad. Welke ruimtes zijn geschikt om in of mee te spelen, vroegen de teamleden zich af. Geconstateerd werd dat de manier waarop voorbijgangers omgaan met onbestemde plekken veel weg heeft van spel. De ‘leegte’ van dergelijke locaties draagt bij aan creativiteit en geeft daarom een gevoel van vrijheid – speelruimte – al is het maar in de verbeelding. Neem nu de braakliggende terreinen waar ooit een gebouw stond, waarvan nu alleen nog afdrukken van daklijsten en muren als littekens op de muur van het buurgebouw zijn achtergebleven. Dergelijke resten prikkelen de fantasie. Ontwerpers hebben de neiging lege ruimtes meteen vol te plannen, maar daarmee wordt de vrijheid die de onbestemdheid met zich meebrengt meteen lamgeslagen. Volgens Groep 3* rest de ontwerper maar één oplossing, wanneer hij ruimte voor vrij spel in acht wil nemen: zich concentreren op de grenzen van het terrain vague. Waar begint en eindigt de onbestemdheid van een plek?

Groep 3* toont een hele reeks foto’s van gebouwafdrukken in Brussel. Vervolgens pellen ze met de precisie van een archeoloog de verschillende lagen van deze sites. Grenzen blijken uit meerdere partjes te bestaan: een afbakeningslint, graffiti, een onbestemd muurtje, houten latten, een blinde muur. Op de tentoonstelling zijn modellen te zien die het team maakte van gebouwen waarvan onderdelen horizontaal achter elkaar geplaatst werden. Het resultaat is een kamerloos gebouw dat bestaat uit een verzameling dicht op elkaar geplaatste muren. Het gebouw lost als het ware op en bestaat enkel nog uit grenzen van onbestemde plekken. In Antwerpen is een event gepland waarin deze veelal theoretische exercitie in de werkelijkheid wordt uitgeprobeerd. Via de website van Groepsportretten wordt het publiek op de hoogte gehouden.

In Groepsportretten 06 vatten de drie participerende teams de stad op als het spelbord van hun onderzoek. De stadsgebruikers zien ze als pionnen die volgens de subtiele, weinig dwingende gebruiksaanwijzing van de ontwerpers bewegen. Het maakt dat de drie projecten een sympathiek spel spelen met de voorbijganger. De uitkomsten zijn vrij.