Feature —

Nieuwe rivierfronten Arnhem en Nijmegen

Frank Hemeltjen

Op vrijdag 29 september jongstleden organiseerde LUX, debatcentrum in Nijmegen, in het kader van Ruimte! een debat over de nieuwe stedelijke rivierfronten van Arnhem en Nijmegen. De bijeenkomst vond plaats op het schip de Graaf van Bylant dat ondertussen van Arnhem naar Nijmegen voer.

Tijdens de boottocht werden de stedenbouwkundige visies en aspiraties van Arnhem en Nijmegen tegen het licht gehouden. Beide steden willen hun relatie met de rivier versterken en hebben daartoe een stedenbouwkundige visie laten ontwikkelen. De verschillen tussen de opgaven zijn behoorlijk groot, zodat ze eigenlijk niet te vergelijken zijn, maar de onderliggende ontwerpvisies verraden wel de mentaliteit waarmee beide steden naar hun toekomst kijken.

Nijmegen heeft Lodewijk Baljon en Liesbeth van der Pol een plan laten ontwikkelen voor een voormalige industrieterrein aan de westzijde van de stad, dat is locaal zeer positief ontvangen. Opvallend in hun voorstel voor het Masterplan Waalfront is dat een groene parkwig de wijk in een noordelijk en een zuidelijk deel verdeelt. Het zuidelijk deel bestaat uit een serie grote, zogenaamde ‘Kollhof’ bouwvolumes, waartussen relatief brede groenzones liggen. De noordzijde ligt direct aan de Waal, een dicht Romeins grid (n-z/o-w) vormt hier de onderlegger waar de verlengde groenzones uit het zuidelijk deel van de wijk diagonaal doorheen snijden om de kortste weg naar de rivier open te leggen. Hoewel aansluiting op de rivier hierdoor gegarandeerd is ontstaat er geen eenheid maar valt de wijk juist in componenten uiteen. Het Romeinse grid blijft wezensvreemd omdat het maar gedeeltelijk wordt gebruikt. Wanneer het Romeinse grid daadwerkelijk een goede onderlegger voor dit deel van Nijmegen vormt, waarom dan niet in zijn geheel toegepast? Vele varianten en structuurmogelijkheden zijn hierbij voorstelbaar. Nu geldt voor het plan dat elk van de componenten zijn voor- en nadelen kent, maar de som wil niet meer worden dan een optelling van aardige maar losse elementen.

1 t/m 4: Masterplan Rijnboog Arnhem

Arnhem loopt wat betreft de ontwikkelingen enigszins achter, maar de stad pakt flink uit met de bouwvorderingen rond het nieuwe (HSL) station en het Rijnboogproject. De Spaanse architect Manuel de Sola Morales en Urhahn Urban Design tekenen voor dit laatste ontwerp. In een ruime boog die vanaf het station naar het water loopt, worden de west- en zuidkant van het centrum langs de Rijn aangepakt. Waarbij een grote diversiteit aan kantoor-, cultuur- en woonfuncties worden ingepast, die aansluiten op de oude binnenstad en die de verbindingen met de rivier versterken. Arnhem kiest dus voor een grootschalige herstructurering waarbij niet wordt geschroomd om nieuwe beeldbepalende functies in te passen, zoals een nieuwe haven en een cultuurcluster. Het hele centrum wordt als het ware opnieuw gekalibreerd. Een zeer gedurfd voorstel dat misschien juist daarom ook zoveel weerstand ondervindt.

Gedurende de presentaties bleek een groot verschil in aanpak te liggen op het vlak van politieke coalitie en ondersteuning tussen de twee steden. Paul Depla, verantwoordelijk wethouder in Nijmegen, verklaarde dat B&W de politieke en sociaal-maatschappelijke kaders stringent controleert en het proces verder in grote lijnen met de investeerders organiseert. In Arnhem is die coalitie van partijen veel meer verdeeld en wantrouwend naar elkaar. In Arnhem wordt juist gewerkt vanuit een grote ontwerpvisie, er wordt van bovenaf naar de stad gekeken. Topdown in plaats van bottom-up zoals in Nijmegen.

Tel het gemak van aanwijsbare historische artefacten daar boven op. Die verlagen de maatschappelijke discussiedrempel aanzienlijk, een drempel die daardoor makkelijker te nemen is voor de locale bestuurders. Bovendien vallen de aanloopkosten een stuk lager uit, geen jarenlang zich voortslepende discussies in de raad of prereferenda (!) zoals in Arnhem het geval is. De bestuurders hebben het zich daar dus blijkbaar, onnodig, verschrikkelijk moeilijk gemaakt.

Desalniettemin denk ik dat de het uiteindelijk over de inhoud en niet over de vorm van het proces moet gaan. De voorstellen voor Arnhem zijn gevarieerder, gelaagder en bieden een divers palet aan mogelijkheden voor de toekomst, hoe onzeker die soms ook is. Behalve de haven die tot in het centrum reikt is de invulling van het Nieuwe Plein een gewaagde maar meesterlijke zet. De planvoorstellen veranderen het aanzien van de stad en zetten een schaalvergroting in gang die uiteindelijk onontbeerlijk zal blijken voor de stedelijke ontwikkeling. Er zijn ook behoorlijke discussie- en knelpunten aan te wijzen in de plannen van Morales en Urhahn Urban Design. Maar zij beschikken over inpassing- en aanpassingsvermogen, zonder pastiches te willen bouwen, en tonen daarbij een grote mate van lef naar de toekomst.

1. Cultuurhistorische referentie Nijmegen
2. Presentatie Masterplan Waalfront Nijmegen

Wat veel mensen vaak vergeten is dat ontwerpen een kwestie van het definiëren van uitgangspunten binnen een gegeven context is. Ontwerpen is dus eigenlijk het construeren van een coherent verhaal. Stedenbouwkundigen proberen uitgangspunten te verbinden en te verankeren in een model. Maar hoe je het ook wendt of keert het blijft een constructie, een concept, gevormd door verschillende uitgangspunten die voor dit doel, schijnbaar logisch, zo nodig hiërarchisch geordend zijn. Maar betekenissen en zwaartepunten verschuiven in de loop der tijd. Het concept valt onmiddellijk weer uiteen wanneer een enkele verbinding loslaat omdat bijvoorbeeld de context is veranderd.

Historische verankering biedt stedenbouwers schijnbaar waardevaste uitgangspunten. Over het verleden kun je natuurlijk twisten maar het vormt een traceerbaar en verifieerbaar uitgangspunt zoals: ‘er was hier ooit een Romeins kampement’. Er is bij bestuurders een duidelijke tendens waarneembaar om het glorieuze verleden aan te wijzen als richtinggevend, omdat ze eigenlijk niet weten waar ze op aan moeten sturen in het huidige tijdsgewricht – een geval van VOC mentaliteit!?

Welk verleden kies je als ontwerper of bestuurder? Je kiest natuurlijk altijd een tijd waaraan men zich kan spiegelen. En Nijmegen spiegelt zich graag aan haar Romeinse verleden. De vraag is alleen wat dat verleden te bieden heeft in het hier en nu, behalve een glorieus voltooid verleden tijd. Onvoltooid toekomende tijd daar gaat het mijns inziens om. Het verleden is er om lering uit te trekken, de toekomst is er om te bewijzen dat je die les hebt geleerd!