Feature —

Onzichtbare opdrachtgever

Jan Duursma

Het was een bijzondere avond, afgelopen woensdag in de Rotterdamse zaal De Unie. Vijf jaar nadat het ontwerp van Alsop in de prullenbak verdween en drie jaar nadat Team CS (Meyer & Van Schooten, West 8 en Benthem Crouwel) de opdracht verwierf voor het maken van een nieuw ontwerp, zou het eerste publieke debat plaatsvinden over het nieuwe Rotterdam Centraal. De belangstelling was zo groot dat besloten werd de avond live op internet uit te zenden.

Mondjesmaat informatie

Al in de zomer van 2004 had stichting AiR een debat over het schetsontwerp voor het Rotterdam  Centraal gepland. Deze bijeenkomst werd echter op het laatste moment op verzoek van de gemeente afgelast. Eerder dat jaar was het schetsontwerp wel al gepresenteerd op de TU Delft, maar dat vond plaats buiten de regie van de gemeente om. Sterker nog: de presentatie op de TU zorgde ervoor dat het debat in Rotterdam werd geschrapt. Men had op dat moment namelijk totaal geen behoefte aan pottenkijkers. Getuige de strak geregisseerde communicatie rond het project probeert men nog steeds kritiek uit onverwachte hoek uit de weg te gaan. Zo is de informatievoorziening op de gemeentelijke website voor zo'n megaproject minimaal. Een paar zeer algemene teksten en een paar plaatjes van postzegelformaat, daar moet de geïnteresseerde Rotterdammer het mee doen. Kritiek daarover wees Jeroen van Schooten (Meyer en Van Schooten) van de hand. Hij verwees naar het fantastische informatiecentrum naast de bouwput waar toch echt alle plannen te zien zijn. Ook heeft Rotterdam Centraal een eigen PR-programma op TV-Rijnmond en zijn er de gebruikelijke inspraakavonden in de wijken en planpresentaties in het Stadhuis geweest. En tot slot hebben de architecten de plannen op eigen initiatief een paar keer publiek gepresenteerd. Kortom, wie echt wilde kon heus weten waar het naar toe ging.

Planontwikkeling in stilte

Hoe kan het dat dit voor Rotterdam zo beeldbepalende en belangrijke project dan toch in zo’n oorverdovende stilte tot stand komt? Volgens Adriaan Geuze (West 8) komt dit door het volstrekte gebrek aan interesse van Rotterdammers voor de plannen die er voor hun stad worden gemaakt. Zo zei hij dat in al die jaren niet één journalist bij hem langs is geweest met vragen over het station. Dat vermeende gebrek aan belangstelling valt moeilijk te rijmen met de vele aanmeldingen voor deze avond in De Unie, maar wat vast staat is dat de gemeente natuurlijk blij was met zo weinig kritische volgers. Zeker na het debacle van de Alsop-plannen zat niemand te wachten op ingewikkelde voorstellen en dito discussies. Er moest gewoon snel een nieuw plan komen. Daarbij paste een low key-aanpak, die nog eens extra werd aangezet toen Marco ‘niet lullen, maar poetsen’ Pastors als wethouder Fysieke Infrastructuur het voor het zeggen kreeg.

Het door Geuze geconstateerde gebrek aan belangstelling zou ook AIR zich moeten aantrekken. In 2004 had het debat over het schetsontwerp ook op andere wijze, zonder architect en gemeente gevoerd kunnen worden. Ook had men niet tweeëneenhalf jaar hoeven wachten om het nog eens te proberen. Nu werd er gedebatteerd over een vrijwel goedgekeurd definitief ontwerp.

Voor de architecten die toch al binnen haast onmogelijke marges moesten opereren  was het werken in de luwte ook wel prettig. Jan Benthem (Benthem Crouwel) verwees naar HSL-station Schiphol dat door zijn bureau binnen drie jaar tijd gebouwd kon worden, alleen omdat Schiphol  alle touwtjes in handen heeft. Het is tekenend dat het station er nu al tien jaar staat, terwijl alle grote steden nog druk in de weer zijn met hun HSL-stations. Toch was ook in Rotterdam, zeker na het afhaken van de marktpartijen, de opdrachtsituatie niet al te ingewikkeld: Team CS zou het hele station ontwerpen, Prorail werd verantwoordelijk voor de uitvoering van het spoorgedeelte en de gemeente Rotterdam (Ontwikkelingsbedrijf en Gemeentewerken) voor de stationshal. Dit laatste bleek in de praktijk nog simpeler. Omdat de dominante positie van het Ontwikkelingsbedrijf tijdens de periode Pastors afnam werd de feitelijke regie over het proces gevoerd door Gemeentewerken – bij uitstek een dienst van doeners, niet van gedoe.

1 passage
2-3 perrons
4 luchtbrug
architect: Team CS

Presentatie

Vorig jaar werd het VO gepresenteerd, sindsdien lijkt er weinig aan het ontwerp te zijn gewijzigd. De detaillering van de hal, de perrons, de kappen en de buitenruimte aan de Spoorsingel-kant zijn verder uitgewerkt, maar van wezenlijke veranderingen is nergens sprake. Het was voor het publiek goed om het verhaal nu eindelijk eens uitgebreid te horen, en voor de ontwerpers was het aangenaam te kunnen constateren dat de plannen door de bezoekers zeer positief werden ontvangen.

Er werden wat kleine kanttekeningen geplaatst bij onder andere de inrichting van de buitenruimte en de beperkte toegankelijkheid van de stationshal, maar daar bleef het eigenlijk bij. Dit kwam deels door de gestroomlijnde presentaties van Benthem en Geuze, waar voor het amper geïnformeerde publiek moeilijk een speld tussen te krijgen was. Maar de presentaties toonden ook dat Team CS in alle stilte gewoon heel goed zijn werk heeft gedaan. Zoals bekend is het de combinatie gelukt om de lat op een aantal punten zelfs een stuk hoger te leggen dan de opdrachtgever vroeg. Zo vonden college en raad volledig overdekte perrons niet noodzakelijk, maar de architecten wel, en die overkappingen zijn er gekomen.

Een aantal zaken wordt  de komende tijd verder uitgewerkt, waaronder de afwerking van het plafond in de hal, de verlichting en de lichtfilters op de perronkap. Juist bij het sobere ontwerp dat nu is gepresenteerd maakt de uitwerking van dit soort onderdelen het verschil tussen een acceptabel en een geslaagd ontwerp.

Dubbel

Naast aangenaam verrast leek de zaal ook haast opgelucht dat het toch allemaal goed ging komen met het nieuwe CS. En dat is natuurlijk een absurde constatering bij zo een gezichtsbepalend project. De stad doet een investering van meer dan 400 miljoen op een van de belangrijkste plekken in de stad, en achteraf mogen de bewoners concluderen dat het toch goed is afgelopen. De Dienst Stedenbouw schitterde door afwezigheid – alleen John Westrik was aanwezig namens het Kwaliteitsteam – en ook het Stadhuis had vriendelijk bedankt voor de uitnodiging om aan te schuiven. De architecten werden hierdoor in een vreemde positie gedwongen. Ze moesten vragen beantwoorden die eigenlijk gericht waren aan hun opdrachtgevers, of die formeel buiten hun verantwoordelijkheid vielen, zoals bijvoorbeeld het uitvoeringsniveau van de buitenruimte en de omgang met bestaande en nieuwe bebouwing rondom het station.

Blijkbaar vind men het aan de Coolsingel en op het Marconiplein niet langer belangrijk om in het openbaar te reageren op vragen over het proces en de planvorming, en bestaat er niet langer de behoefte om aan de hand van dit soort beeldbepalende projecten een verhaal te vertellen over de ruimtelijke en architectonische ambities van Rotterdam. Dat is een reden voor ongerustheid, niet alleen omdat het stationsgebied nog lang niet klaar is, maar ook vanwege de andere grote opgaven die de stad nog te wachten staan zoals Dijkzigt en de transformatie van de Stadshavens.

Hopelijk kan de binnenkort te verschijnen architectuurnota van de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur fungeren als hefboom om de stilgevallen discussie in Rotterdam weer op gang te krijgen. Op de drempel van het Architectuurjaar 2007 lijkt dat geen overbodige luxe.