Feature —

Stad zonder mensen

Lotte Haagsma

Op de tentoonstelling Spectacular City is werk te zien van fotografen die hun camera richten op het hedendaagse stedelijk landschap. Favoriet zijn de op hol geslagen steden in Azië of de slaapverwekkende middelmatigheid van de zich als olievlekken uitspreidende suburbs.

Als een fata morgana rijst een smetteloos wit gebouw op boven het karakteristiek rommelige straatbeeld van een Aziatische stad. Architect en opdrachtgever bouwden hun protserige cliché zonder zich iets aan te trekken van de chaos beneden. Francesco Jodice, een van de deelnemers aan de tentoonstelling, fotografeerde het beeld in Bangkok. Inwisselbare gebouwen, rafelige stadsranden en grootschalige infrastructuur, Spectacular City bestaat overwegend uit beelden van de generic city. Als er al mensen te zien zijn, dan zijn het anonieme passanten, deel van de massa. Gebouwen bestaan voornamelijk uit frontaal gefotografeerde eindeloze repetities van balkons en ramen. Woon en werkmachines zijn het; imposant misschien, maar geen hoogstandjes van architectuur.

‘Vandaag de dag wordt de beste architectuur niet alleen gebouwd, maar vooral bekeken en bewonderd als afbeelding op glossy papier. Daar zien we spectaculaire foto’s die de schoonheid en potentie van het stedelijk landschap met haar verlaten straten en iconografische gebouwen portretteren.’ Met deze zinnen opent het NAi de tentoonstelling. Wie na deze woorden glamourachtige architectuurfoto’s verwacht komt van een koude kermis thuis. Veel verlaten straten en stedelijke landschappen, maar bijzondere architectuur… nauwelijks. Toch zijn de tentoongestelde werken verre van grauw. Spectacular City toont foto’s van 29 autonoom werkende fotografen en kunstenaars. De stad, haar straten en gebouwen, vormt voor hen het materiaal waaruit zij hun beelden samenstellen. Deze beelden krijgen glans door weloverwogen standpunten in te nemen en te kadreren, door te spelen met licht, door te vervagen, vervlakken of juist uit te lichten, door te manipuleren of zelfs te construeren. Zo ontstaan monumentale portretten van de hedendaagse stad, die tegelijkertijd vervreemdend en afstandelijk zijn.

Glinsterend doemt Las Vegas op in de kale woestijn. Olivo Barbieri fotografeerde de stad vanuit een helikopter. Het vogelvluchtperspectief en de gedeeltelijke onscherpte van het beeld zorgen voor een hoge mate van kunstmatigheid. Playmobil, Madurodam, Legostad – de speelstad ziet er op de foto’s van Barbieri uit als een stad om mee te spelen. Gebouwen en straten zouden net zo goed uit plexiglas en boardkarton kunnen bestaan. Maquettes die goed uitgelicht net echt lijken.

Een andere groep fotografen, waaronder Edwin Zwakman en Oliver Boberg, doet precies dat. Zij bouwen fragmenten uit het hedendaagse stedelijk landschap na in hun studio. Het levert alledaagse beelden op, van een onopvallende betonnen muur of een anoniem stuk weg. Zwakman beschouwt zijn werkwijze als schilderen, vertelt hij tijdens een lezing in het NAi. Een proces van componeren, zoeken naar de juiste belichting, de interessantste uitsnede, het sterkste standpunt. Hij tekent uit zijn herinnering een situatie, om vervolgens uit eenvoudige materialen schaalmodellen van stedelijke fragmenten te bouwen: een fly-over, een flatgebouw, een betegelt achtertuintje. Het resultaat is een herkenbaar beeld, samengesteld uit herinneringen aan honderden achtertuintjes en tientallen fly-overs, dat tegelijkertijd laat zien dat het fake is.

4 Untitled 1989-1997 (detail), 1989-1997, foto: Naoya Hatakeyama
5 Display, 2005, foto: Frank van der Zalm

Van fotografie wordt sinds haar uitvinding verwacht dat zij ‘de waarheid’ toont. Dat zij ontmaskert of een voor het oog onzichtbaar moment vangt. Anders dan het schilderij, dat een interpretatie is van de realiteit, zou de fotografie de wereld om ons heen direct vertegenwoordigen. Dat idee is ondertussen keer op keer ter discussie gesteld. Toch kleeft ze de fotografie nog steeds aan, ook op de tentoonstelling Spectacular City: ‘Opeens wordt zichtbaar, wat meestal aan onze blik op de snelveranderende wereld weet te ontglippen.’ Volgens de samenstellers van de tentoonstelling laat de fotograaf zien wat ons ontgaat, hij vangt de identiteit van de hedendaagse stad in zijn foto’s. Opvallend, want een groot deel van de beelden is toch in meer of mindere mate bewerkt, geconstrueerd, dan wel gemanipuleerd. Deze foto’s zijn een interpretatie. Zij tonen de stad als een fenomeen dat buiten ons om lijkt te functioneren, als een organisme dat zijn eigen gang gaat. Hoewel organisme? Zo levend lijkt de stad hier niet, ze vertoont zich eerder als het werk van een ambitieus decorontwerper.

Sinds halverwege de jaren negentig doen deze foto’s het goed in de kunstwereld. Fotografen als Andreas Gursky, Thomas Struth en Aglaia Konrad hebben er hun naam mee gevestigd. Nederlanders als Frank van der Zalm en Bas Princen volgden hen. Met enige vertraging hebben zij nu het NAi bereikt. In groten getale. Met als nadeel dat de tentoonstelling, door al die gelijksoortige stadsgezichten, doet denken aan een postzegelverzameling van het type ‘alle staatshoofden op een rij’. Hier en daar slaat het, ondanks de aanwezigheid van excellente exemplaren, een beetje dood. Een werk op de tentoonstelling wijkt echter opvallend af van de rest, zowel in techniek (video) als in onderwerp (mensen). Francesco Jodice volgde Japanse jongeren, die zich rigoureus van het leven in de stad en op straat hebben afgekeerd. Zij komen hun kamer niet meer uit en brengen hun dagen door op het internet, met video’s en spelletjes. ‘Otaku’ is de geuzenaam die zij zichzelf hebben gegeven. De Otaku’s vormen een tegenbeweging, zij onttrekken zich aan de nimmer slapende, dolgedraaide, altijd meer eisende, even hard verdiend als weer spenderende stad. Waar zijn de mensen van de Spectaculaire Stad? Zij zitten binnen en verkiezen de virtuele wereld van internet boven het spektakel van de grote stad.