Feature —

Steegjes en hofjes voor de buurt?

Harry den Hartog

De steeds verder terugtrekkende overheid biedt ontwikkelaars de mogelijkheid om bij nieuwbouwprojecten ook de buitenruimte in de planvorming te betrekken. Vooral in kwetsbare gebieden lijkt privaat beheer van de buitenruimte een middel om hogere inkomensgroepen te trekken. Drie van dergelijke projecten worden nu ontwikkeld in Rotterdamse achterstandswijken. Naar aanleiding hiervan organiseerde AIR het debat Individueel, collectief of openbaar?

Buitenruimten die niet beheerd worden door de gemeente maar door bewoners zijn natuurlijk geen nieuw fenomeen. Zo heeft Rotterdam het Justus van Effenblok te Spangen en de Stampioen Dwarsstraten op Zuid. In het eerste voorbeeld is er sprake van opgelegde collectiviteit door een corporatie. In het tweede voorbeeld gaat het om een hechte groep huurders die gezamenlijk de handen uit de mouwen steekt. De drie tijdens het debat besproken voorbeelden gaan echter uit van particulier bezit en gedeeld eigendom.

Allereerst presenteerde Michelle Provoost (Crimson) Co-housing in Hoogvliet. Het project is een initiatief van WiMBY! en woningcorporatie Vestia, en gebaseerd op het principe van co-housing. Het project bestaat uit verschillende deelplannen, ieder met een eigen vorm van gemeenschappelijk wonen. De deelprojecten worden in collectief opdrachtgeverschap met de bewoners ontwikkeld. De bewonersgroepen kregen ook een stem in de architectenkeuze. Naast het eigen privé-huis hebben de bewoners als extra, een doelgroepgerichte voorziening. Het idee is dat een dergelijke voorziening de sociale binding en betrokkenheid binnen de eigen buurt zal vergroten. Of iemand van buiten de buurt ook mag deelnemen is onduidelijk. Het deelplan ‘Hof van Heden’ is ontwikkeld door een Eco-groep in samenwerking met architectenbureau opMAAT. Er wordt een moestuin gedeeld en er komt een ontmoetingsruimte. 24H Architecture ontwierp het deelplan ‘Wonen met Muziek’. Dit bestaat uit een hofje met semi-vrijstaande woningen voor professionele muzikanten. Elke woning krijgt een eigen vrijstaande muziekkamer. Het derde deelplan van Van Bergen Kolpa Architecten bestaat uit een stempelbare eenheid gebaseerd op nabuurschap; een oud ideaal wordt met een variant opnieuw leven ingeblazen. Binnen het totaalplan is ook ruimte gereserveerd voor een maisonnette flat voor alleenstaande moeders.

Co-housing is een fenomeen dat in Denemarken en de Verenigde Staten al langer bestaat en daar het imago heeft van sterke sociale controle en leefregels binnen de eigen groep. Vaak gaat dat samen met een gedeelde ideologie. Het repareren van een Harley op het gemeenschappelijke erf mag waarschijnlijk niet, tenzij het allemaal motorliefhebbers zijn. Ivan Nio sprak zijn twijfels uit over dit soort woonvormen. De sociale controle is er volgens hem te groot. Naast de behoefte om anderen te ontmoeten moet er een mogelijkheid blijven de ander te mijden. Voor het project in Hoogvliet bestaat overigens de optie dat, mocht er onverhoopt te weinig belangstelling zijn in co-housing, de projecten zonder bouwkundige wijzigingen omgebogen kunnen worden naar reguliere woningbouw. Provoost noemde dit Plan Z. Bewoners bepalen dus uiteindelijk zelf hoe en of de collectiviteit vorm krijgt.

1 Compagniekwartier
2 impressie steeg Compagniekwartier
3 Le Medi

Studio Sputnik presenteerde vervolgens het Compagniekwartier (Delftshaven). Het bestaat uit een hoge concentratie grondgebonden stadswoningen zonder achterkanten. Het fijnmazige plan is in twee richtingen opgeknipt door twee interne korte straatjes en haaks daarop twee steegjes. Aan de binnenstraatzijden krijgen de woningen zogenaamde ‘Delftse stoepen’, een private strook waar bankjes of bloembakken geplaatst mogen worden. De overige ruimte is collectief eigendom. Het uitgangpunt is dat er geen hekwerken komen tussen de collectieve en openbare ruimte. De bedoeling is dat er op de begane grond ook een galerie of kantoortje kan komen, om het gevoel van openbaarheid te vergroten en te voorkomen dat men snel een hek zal plaatsen. Mochten de hekken onverhoopt toch nodig blijken, Studio Sputnik heeft het ontwerp hiervoor al klaar liggen. De beslissing voor afgrendeling leggen de architecten bij de uiteindelijke gebruikers.

Het derde project, Le Medi (Delftshaven), is ontstaan op initiatief van een Marokkaanse buurtbewoner. Op basis van een eerste opzet door One Architecture ontwierp Geurst & Schulze een complex bestaande uit meegroeiwoningen, waar t.z.t. nog een verdieping bovenop gebouwd kan worden, zeer geschikt voor grote huishoudens. In de ornamentiek zijn mediterraan ogende elementen verwerkt. Het project wil zich echter niet uitsluitend richten op groepen van niet-Nederlandse afkomst. De bedoeling is dat er een evenwichtige mix zal ontstaan, beloofde architect Marc Jan Boerman. Het plangebied omvat twee voorheen gesloten bouwblokken die na sloop samengevoegd worden tot één omkaderd geheel. Via een vijftal afsluitbare poorten is het binnengebied toegankelijk. In eerste instantie wordt uitgegaan van een tijdslot, na zonsondergang gaat het hek dicht. Volgens Boerman wekt het gebouw nieuwsgierigheid op en heeft de mystiek van de besloten binnenruimte een uitnodigend effect. De praktijk zal uitwijzen of het hek overdag open blijft staan of dat de bewoners besluiten het permanent 24 uur dicht te houden.

Het debat dat na de drie presentaties volgde bleef een beetje steken op de ethische vraag of het naar de omgeving toe wel verantwoord is hekken te plaatsen. Dit terwijl bij twee van de drie projecten nog geen sprake is van hekwerken en in het derde project de poort pas na zonsondergang gesloten wordt. De gentrificerende impact die nieuwe bewonersgroepen op de omringende buurt zouden kunnen uitoefenen leek minder belangrijk dan de zich door omwonenden onterecht toebedeelde gebruiksvrijheden van voorheen onbereikbare maar nu privaat beheerde binnenterreinen. De oude bebouwing die voor deze nieuwe projecten – in het geval van Delfshaven – is verdwenen bestond namelijk altijd al uit ontoegankelijke gesloten bouwblokken. Het grote struikelblok is de schaal van de projecten. Hoe groot mag een gebied zijn dat beheerd wordt door een select groepje particulieren? Worden er routes afgesloten of ontstaat er een tweedeling in de wijk? In de drie behandelde voorbeeldprojecten lijkt dit niet het geval te zijn. Vraag blijft wat er gebeurd als er meerdere van dit type projecten naast elkaar zullen worden ontwikkeld of als een complete wijk op deze manier wordt samengesteld. Gezien de overheid het beheer steeds meer laat afweten is dit niet ondenkbaar.