Feature —

Touch it, smell it, feel it

Stan van der Maas

Op vrijdagavond 27 oktober was het NAi met haar reeks over zeven kolommen van de architectuur toegekomen aan kolom nummer vijf, veiligheid. De Amerikaanse architect Steven Holl was uitgenodigd om hierover te spreken.

Volgens inleider Aaron Betsky (Nai) zou Steven Holl ons als geen ander kunnen vertellen hoe de architectuur in staat is een gevoel van veiligheid op te roepen, een gevoel van ‘thuis zijn in de wereld.’ Holl: “As usual Aaron tries to put words in my mouth. This is the lecture, it is not about safety

Nee, Holl had een andere powerpoint in zijn labtop staan. ‘Urbanisms,’ heette die, en bestond uit een niet geringe selectie eigen werk, gegroepeerd rond vijf thema’s die weinig verband met elkaar hadden. Maar niemand in de zaal die zich daar aan stoorde. Zelfs de nieuwe titel van Holls lezing was misleidend. Naar eigen zeggen zou de lezing  provocatie worden richting urban planners en ‘dutch data.’ Al dat gereken, of het nu om geld gaat of wat anders, dat zegt uiteindelijk helemaal niets over de kwaliteit. Holl pleit daarom voor een fenomenologische benadering. Hoewel Wittgenstein hem interesseert, is Holls interpretatie vrij eenvoudig; in architectuur gaat om zintuiglijke zaken, om waarneming, om de meest fundamentele aspecten van het vak, om tastbare dingen. Schaal, structuur, ordening, tast, licht, contrast, beweging, gehoor, natuur en landschap zijn de begrippen waarvan het oeuvre van Holl is doordrongen. Ze worden steeds weer benoemd en expliciet gemaakt. “Touch it, smell it, feel it

Zo gaat het in het thema porosity bijvoorbeeld over de mate waarin een gebouw contact met zijn omgeving legt. Op grote schaal betekent dit het zorgvuldige ordenen van volumes, zoals in het project Linked Hybrid in Peking, waarin Holl zoekt naar filmische stedelijke ruimte. Met een ring van bruggen en openbaar programma worden acht woontorens in de top met elkaar verbonden. Holl wil hiermee een alternatief wil bieden voor de ‘autistische’ wolkenkrabber. Het gaat ook over de porositeit van het gebouwvolume zelf. De langgerekte MIT studentenhuisvesting is door zijn grote uitsparingen ‘exact 25% poreus,’ waardoor de campus niet helemaal wordt afgesloten van het water. En tenslotte is er de zachtheid van het materiaal, hoe sponziger hoe beter. Het project aan de Sarphatistraat in Amsterdam dient hier als voorbeeld.

Holl is niet bang voor metaforen, clichés of wel erg voor de hand liggende ‘inspiratie.’ Sterker nog, hij koketteert ermee. Een Chinees teken wordt ingezet als ‘caligraphic cut,’ om een stedenbouwkundig plan in China te verbijzonderen, groundscrapers worden met hetzelfde gemak opgetild tot een floating horizon en uiteraard zal het landschap eronder floreren als nooit tevoren. “Very good Feng Shui.” Een schilderij van Magritte inspireerde Holl voor de prijsvraag rond het casino in Knokke en de Alpen worden opnieuw beleefd in de Zwitserse residentie van de ambassadeur in Washington. Het gaat erin als zoete koek. Bij opdrachtgevers, bij prijsvraagjury’s en evenzo bij het NAi-publiek. Het werk van Holl is schitterend en poëtisch. Maar zodra die poëzie als broodjes kroket door de zaal vliegen, begint een opstandigheid in mij op te borrelen.

Als de lezing is afgelopen wil ik nog wat aan mijnheer Holl vragen. Wat hij nu precies over Wittgenstein gezegd had. Maar ik ben niet de enige die aandacht van de grote architect wil. Geduldig wacht ik tot hij is uitgesigneerd. Als ik hem naar de filosoof vraag, is Holl zo slim de vraag te retourneren. Of ik zelf al wat van Wittgenstein gelezen had. Nee, moet ik bekennen. Nou, voor diegene die het interesseert, Steven Holl beveelt het lezen van Wittgenstein van harte aan. Héel inspiratievol.