Feature —

Sidonia, Sissy Boys en de tweede wederopbouw van Eindhoven

Harrie van Helmond

Eindhoven en moderniteit lijken synoniem te zijn, ook de architectuur is toekomstgericht, zonder dat er een masterplan of stadbouwmeester aan te pas komt. Waar dat alles toe leidt is te zien op de tentoonstelling High Five, hi in het Eindehovense Architectuurcentrum.

Na de oorlog is er voortvarend gewerkt om de samengevoegde dorpen waaruit de stad Eindhoven is ontstaan tot een moderne industriestad te smeden. Dit proces stokte in 1969 bij het niet doorgaan van het Cityplan, ontworpen door Van den Broek en Bakema. De binnenstad was in de 60er jaren zelfs al nieuw geplaveid ter verwelkoming van de geplande grootschalige nieuwbouw. Onlangs zijn de laatste stille getuigen van deze moderniteit, de composiet straattegels, uit de Eindhovense binnenstad verdwenen om plaats te maken voor het nieuwe lichtplein van Massimiliano Fuksas. Na de jaren zestig was kleinschaligheid in Eindhoven bon ton, hetgeen duidelijk sporen heeft nagelaten en niet alleen in de huidige smoezelige binnenstadsbestrating.

Sinds een jaar of tien maakt Eindhoven opnieuw de sprong naar de gewenste moderniteit, sommigen hebben het zelfs over metropolitisch. Het voertuig heet Brainport en in een chaotisch lijkend patroon verrijzen er op het hele grondgebied van de stad ultrahippe gebouwen en infrastructuren. De regio Eindhoven, die de op een na sterkste economie van het land heeft, is qua architectuur en stedenbouw nog steeds – ten  onterechte – voor velen een terra incognita. Alle aanleiding voor het Architectuurcentrum Eindhoven (ACE) om met een tentoonstelling en een debat de stand van zaken eens nadrukkelijker onder de aandacht te brengen.

De door het ACE gemaakte High Five, hi brochure vormt een prima basis voor de High Five, hi tentoonstelling. In de publicatie zijn prachtige foto's van Karianne Bueno van stadsachterkanten opgenomen, evenals historische foto's waaronder de foto van de maquette op klaslokaalformaat van het Cityplan, en verder kaartmateriaal en essays van Willemien Ippel, Hans Schippers, Alwin Beernink en Sandra Janssen en Ester Juurlink. De tentoonstelling zelf geeft een beeld van vijf grote projecten, die representatief zijn voor de transformatie die de stad doormaakt. Het allermooiste en hilarische beeld komt uit een film waar het oude treinstation onder de slopershamer valt en waar na het optrekken van het stof het hagelnieuwe Hoogspoorstation van Koen van der Gaast bedrijfsgereed staat. Een WOWeffect avant la lettre.

Een citaat van Bernard Hulsman, opgenomen in de publicatie, geeft de euforische sfeer aan: 'Eindhoven, de meest eigentijdse stad van Nederland'. Of zoals iemand tijdens de debatavond heel nuchter opmerkte: ''t kan best mooi worden.' Op deze avond noemde Mary Fiers (wethouder wonen en ruimte) vier aandachtspunten waarmee ze de kwaliteit van wonen, werken en verblijven in Eindhoven wil verhogen:

* Wonen boven winkels en in leegkomende fabrieken.

* Verbetering van de kwaliteit van de openbare ruimte. Hiervoor wordt 20 miljoen euro extra geïnvesteerd, met name in de Dommelzone en ten behoeve van  het opnieuw boven de grond brengen van de binnenstedelijke waterloop de Gender.

* Entameren van typisch Eindhovense stedelijkheid, die zou bestaan uit het naast elkaar brengen van getransformeerde industriële gebouwen en ultramoderne architectuur.

* Belangrijke rol voor bewonerspreferenties.

Geen punten waarmee Eindhoven zich onderscheidt van andere grote steden.

Opmerkelijk was wel dat Fiers bij de stedelijke ontwikkeling geen heil ziet in een masterplan, maar vindt dat ontwikkelingen regelmatig getoetst moeten worden aan  algemener omschreven beleidsrichting.

Publicist Tijs van den Boomen hield een boeiend, informatief en humoristisch verhaal: 'tot haar eigen verbazing wordt Eindhoven een echte stad', daarmee nauwkeurig het gevoel omschrijvend dat in de stad leeft. Nuchter benoemde hij de nieuwe woon-en kantoortorens als 'tekenen van de macht, die als Sidonias over de kerken heen kijken'. Kritiek had hij op de nadruk op de vorm (Eindhoven Designstad) waarmee een geësthetiseerde stad ontstaat. Als voorbeeld gaf hij het prijswinnende MVRDV ontwerp voor bedrijventerrein Flight Forum waar met behulp van strenge spelregels een eenheid wordt gezocht, terwijl ernaast, in Park Forum (ook MVRDV), juist door minder regels, een veel lossere, leukere en vrijere sfeer kan ontstaan. Van den Boomen pleitte verder voor een meervoudig gebruik van de openbare ruimte in de stad, deze is volgens hem teveel gericht  op een beperkte gebruikersgroep. Zijn belangrijkste inbreng was een pleidooi voor een bottom-up stedenbouw waar in plaats van ontwikkelaars de gebruikers veel meer bepalen wat er gebouwd wordt.

Opgewarmd door de tentoonstelling, de publicatie en de sprekers kwamen er uit de volle zaal enthousiaste ontboezemingen van nieuwe stadsbewoners die Eindhoven 1000 x liever hadden dan Amsterdam (daar kan Theo Maassen nog een puntje aan zuigen, met zijn 'Eindhoven, de gekste'). Een opmerking uit het publiek onderstreepte het gevaar van overdesign: 'de stad lijkt voor Sissy Boys gemaakt te worden, ze zou een robuuster gebruik moeten mogelijk maken'.

Het zou geen typisch Eindhovense avond zijn als niet afgesloten was met de al jaren voortwoekerende kwestie: hebben we een stadsbouwmeester nodig? De wethouder was stellig: absoluut niet, het gaat toch goed, met behulp van de supervisoren. Ze ging niet verder in op wat zowel als kracht en zwakte van het Eindhovense model gezien kan worden: de (on)wenselijkheid van landschappelijke en stedenbouwkundige samenhang in de polynucleaire stad. Gerard van Zeyl benoemde Eindhoven 15 jaar geleden nog als een model van 'glanzende scherven in een zee van groen'. De glansgraad is sindsdien verder gestegen, maar de uitdijende infrastructuur maakt het er niet makkelijker op om de ruimten tussen de gebouwen als een weldadige groene zee te ervaren, de vele supervisoren ten spijt. Wellicht is het persen van de stadsontwikkeling in een bedacht model een procrustiaanse verwerpelijkheid, vergelijkbaar met de aversie van Tijs van den Boomen tegen een geësthetiseerde stad.