Feature —

“Waarom teken ik niet gewoon een geil project?”

Willemien van Duijn

In de reeks theatrale lezingen vertelde Matthijs Bouw van One Architecture, op 11 december in de Brakke Grond over zijn zoektocht naar nieuwe instrumenten om architectuur te maken. Een lezing met veel verwijzingen, onder meer naar bijbelteksten.

De spreker wordt aangekondigd als een ‘onschuldig megalomaan’, een verwijzing naar het voorwoord van Rem Koolhaas in de uitgave van het Koreaanse DD18 dat geheel gewijd is aan One Architecture. Gedurende de avond is het echter niet een megalomaan die aan het woord is, eerder een eigenzinnige perfectionist die wellicht belemmerd wordt door een calvinistisch juk.

Matthijs Bouw (1967) stelt zich tot doel nieuwe instrumenten te ontwikkelen om los te raken van het, zoals hij dat zelf noemde, centralistische van de architectuur. Hij wil derhalve de grenzen van het vak verkennen en hij wil projecten maken waarmee hij kan helpen goede steden te maken. Dat de grens van de architectuur wordt opgezocht komt tot uitdrukking in onwaarschijnlijk uiteenlopende (aspecten van) projecten die de revue passeren. Van een banketbakker die een suikermaquette maakt van de Vleeshal in Middelburg via een Miesiaanse uitbreiding van een villa bij Eindhoven en de ontwikkeling van een voormalig ziekenhuisterrein in Deventer, tot en met een installatie voor ‘the unassociated writers conference’ te Vancouver. Dat hij zijn doel om een betere stad, dan wel een betere leefomgeving te maken, daadwerkelijk nastreeft laat hij zien met het ontwerp voor een huis, een shelter, voor twee zusjes met het syndroom van Gilles de la Tourette.

De projecten bespreekt hij aan de hand van bijbelteksten zoals ‘Heb uw naaste lief’, ‘Geef aan de armen’ en ‘Eert het kleine’, als verwijzing naar zijn jeugd in Nijkerk waar het calvinisme een grote impact op hem heeft gehad. Bouw laat, wanneer hij het stedenbouwkundig ontwerp van One Architecture voor Tblisi toont, het nummer Once in a lifetime van the Talking Heads horen. Is dit een verwijzing naar zijn manier van werken? Credits die opgebouwd worden, worden door Bouw bewust weer kapot gemaakt. Herhalingen lijken uit den boze, alleen de cirkel is voor herhaling vatbaar, de perfecte, zuivere vorm die in veel van de ontwerpen van One Architecture terug te vinden is.

Het niet winnen van de prijsvraag voor Les Halles in Parijs is twee jaar na dato nog steeds frustrerend en onbegrijpelijk voor Bouw. De samenwerking met Rem Koolhaas en Xavier De Geyter bleek eigenaardig doch zeer vruchtbaar. Tot grote ergernis van Koolhaas ging Bouw zich tijdens de conceptfase verdiepen in de kleine dingen van de opgave: ‘Eert het kleine’. Bijvoorbeeld de sociale structuur en de draagconstructie van het gebouw. Terwijl Koolhaas zich bezighield met het grote is er juist door te tekenen vanuit dit kleine, het concept voor het grote ontstaan, aldus Bouw. De zogenaamde emergences of flacons des parfums beantwoordden in de loop van het proces steeds beter de vraag. De zoetgekleurde structuurtjes die op de bestaande structuur gebouwd konden worden, bleken bijvoorbeeld bijzonder goed faseerbaar. Door de bestaande ondergrondse snelweg als bouwput te gebruiken hadden de kleine torens als puncties van onderaf het maaiveld kunnen doorboren. Toen na Les Halles vanuit Parijs de vraag kwam om een ontwerp te maken voor Porte de Montreuil, werd deze beantwoord met een ontwerp van een boze Bouw: “Ik ga nu een gebouw maken waar ze in Parijs helemaal niet mee kunnen dealen”. Het maken van een fors, lomp, agressieopwekkend, loeder van een gebouw dat op een grootschalige wijze het gewenste programma in zich opneemt in plaats van het uit te smeren over de locatie werkte louterend en maakte bij Bouw een nieuw enthousiasme los.

Het in de Bijbel omschreven Dienstbaarheid heeft Bouw tot het ontwerp van de uitbreiding van een Eindhovense villa gebracht. De dienstbaarheid zit hem in het vertalen van de wensen van de opdrachtgever naar een architectuurstijl die de opdrachtgever aangaf te bewonderen. Dus werd het een uitbreiding die heel duidelijk geïnspireerd is op het Farnsworth House van Mies van der Rohe. Is dit dienstbaarheid? Of is het zo, zoals een toehoorder opmerkte, dat al het onderzoek dat Bouw heeft verricht hem belemmert een eigen taal te ontwikkelen?  Ook al wordt dit laatste door Bouw beaamd toch laat hij die avond een taal zien die rijker is dan dat van menig ander architect.

Zoals het ontroerend mooie project House of Hearts voor de tweelingzusjes Carla en Claudia Huntey met het syndroom van Gilles de la Tourette. Deze ziekte is er de oorzaak van dat zij regelmatig moeten verhuizen omdat buren de ongecontroleerde gevolgen van de ziekte niet kunnen verdragen. Bouw is samen met beeldend kunstenaar Berend Strik een project gestart om samen met de tweeling een huis te ontwerpen waar zij zowel een eigen kamer hebben als een gezamenlijke veilige plek waar het mogelijk is om hun ticks te laten gaan. In het proces bleek het niet altijd even gemakkelijk om met de vrouwen te communiceren, omdat het praten over ideeën soms aanleiding gaf tot het ontstaan van nieuwe ticks. Daarom worden de ideeën verwoord door samen te borduren. Deze borduurwerken zijn inmiddels aangekocht door het Stedelijk Museum en dragen zo ook bij aan de verwezenlijking van het huis. House of Hearts was het meest concrete voorbeeld dat Bouw gaf van het ontwikkelen van nieuwe instrumenten om architectuur te maken. En daar waar therapie en medicijnen eindig zijn, blijkt architectuur nieuwe kansen te bieden. Of zo als de tweeling het zelf verwoordt: “Carla and Claudia believe in architecture, architecture will give them dignity

Matthijs Bouw besloot zijn lezing met een regel van Charles Ludlam, ‘You are a living mockery of your own ideals. If not, you’ve set your ideals too low.’  Eerder vertelde hij dat hij zijn eigenaardige, ongemakkelijke verhouding tot de architectuur wijt aan zijn Hollandsheid. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan, dus zou hij graag zijn pragmatische manier van werken eens terzijde schuiven. “Waarom teken ik niet gewoon een geil project?” Maar als je als architect met zoveel respect en oog voor het kleine een opgave onderzoekt lijkt dit ideaal totaal misplaatst, ook al past het bij zijn once in a lifetime-stijl.