Opinie —

De leiding hebben of de leiding nemen…

Ole Bouman en Patrick van Mil

Ole Bouman en Patrick van Mil – de directie van het Nederlands Architectuurinstituut – reageren op het nieuwe regeerakkoord dat als motto heeft ‘Samen werken, samen leven’.

1-Aalsmeer e.o.
2-Winterwijk e.o
3 Naaldwijk e.o.

Sinds 2006 hebben we een officiële Nederlandse canon. Het gaat om de vijftig bijzondere ‘momenten’ uit de Vaderlandse Geschiedenis die ons moeten bijblijven, willen we ons kunnen blijven herkennen als zelfstandige en trotse natie. Opvallend aan de lijst is het aantal zaken met een architectonische component: Hunebedden, Beemster, Grachtengordel, de Eerste Spoorlijn, Deltawerken… Er zit zelfs een Atlas bij! Ons geestesmerk wordt sterk belichaamd door onze bouwkundige prestaties en heroïsche ingrepen in de inrichting van ons land. Het zijn monumenten van onze volksziel, en als deze cultuur zou worden bedreigd, dan zouden we pal moeten staan voor niet alleen hun waarde als materieel erfgoed, maar ook voor hun waarde als onderdeel van een levende geschiedenis. Nederland heeft genoeg om warm voor te lopen, zou je zeggen.

De werkelijkheid is helaas anders. Nederland loopt al lang niet meer het vuur uit de sloffen voor een heldere inrichting van de ruimte of voor een stedenbouwkundige samenhang die ons met trots kan vervullen. Integendeel.

De Nieuwe Kaart van Nederland die in 1998 werd geïntroduceerd en maandelijks wordt geactualiseerd, is daarvan al de voorbode. Deze kaart is geen neerslag van wat gebouwd is, maar van wat gebouwd zal gaan worden. Het gaat om een toekomstprojectie. Met de kaart willen het Nederlands Instituut voor Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting (NIROV) en het Ministerie van VROM “hét totaaloverzicht bieden van geplande ruimtelijke ontwikkelingen en functionele veranderingen in Nederland”.

Wat uit de kaart sinds zijn publicatie is gebleken, is dat Nederland een voorraad plannen op stapel heeft staan die het karakter van het land drastisch doet veranderen. Je ziet overal hoe steden en andere agglomeraties zich als een olievlek in het omringende land uitbreiden. Wat vooral opvalt is het totale gebrek aan samenhang tussen al die plannen. Het is mooi dat het ministerie van VROM mede het initiatief tot deze kaart heeft genomen, zou je nog kunnen beweren. Het is immers een handig instrument om te weten wat het uiteindelijke effect van al die plannen is. Gesteld natuurlijk dat al die ruimtelijke plannen nog een beetje te ordenen zijn en dat het ministerie de afkorting RO niet voor niets in zijn vaandel voert. Deze laatste veronderstelling wordt door de werkelijkheid om ons heen echter genadeloos gelogenstraft. Wie door dit land reist – en daarvoor hoef je heus niet in een privévliegtuig plaats te nemen – ziet niet alleen de wildgroei die al door de Nieuwe Kaart van Nederland werd voorspeld, maar daar bovenop nog eens de effecten van allerlei ruimtelijke ontwikkelingen en functionele veranderingen die niet gepland zijn. Allerlei projecten die lukraak, arbitrair, solistisch of illegaal hun beslag krijgen en die – als ze wel op de toekomstkaart van het ministerie van VROM zouden zijn verwerkt – eerder angstwekkende metaforen als schimmel en metastases zouden oproepen.

Voor een analyse van de situatie is een realistisch kaartbeeld echter al lang niet meer nodig. Inmiddels is de ervaring van dichtslibben en ruimte weggeven zo sterk, dat zich een breed front lijkt te manifesteren dat zich op steeds alarmerender toon in het publieke debat roert. Rijksbouwmeester, College van Rijksadviseurs, Raad voor Cultuur, VROM Raad, allerlei schrijvers, dichters en intellectuelen, hoofdcommentaren in de landelijke pers, ja zelfs uit de wereld van vastgoed en Bouwend Nederland, klinken geluiden dat het mis dreigt te gaan. Voor de een dreigt de vernietiging van het Hollands Landschap, voor de ander een enorme waardevernietiging door kortzichtig winstbejag. Voor de een wordt de identiteit van het land te grabbel gegooid, voor de ander gaat het land ten onder in de stroop van ad hoc besluiten en opportunisme. En al deze geluiden worden gericht aan de overheid, aan de leiding van het land. Logisch, daar is het de leiding voor.

Gelukkig, er is net nieuwe leiding. Onlangs stonden ze op het bordes voor het paleis van het staatshoofd. De regering toont zich aan het volk. Maar neemt ze ook de leiding?

Het is even afwachten, natuurlijk, maar wat de inrichting van het land betreft blijft het coalitieakkoord beangstigend op de vlakte. Wel worden er allerlei nieuwe beleidsvoornemens geuit die een ruimtelijke consequentie zullen hebben, zoals ‘wijkaanpak’, een ‘Randstadoffensief’ en de voortzetting van ‘grote stedenbeleid’. Ook het accent op duurzaamheid en milieu zal ongetwijfeld gevolgen hebben voor bepaalde ruimtelijke processen. Maar in grote lijnen wordt het vigerende ruimtelijke beleid, waarvan de negatieve effecten inmiddels duidelijk genoeg zijn, gewoon voortgezet. Sterker nog, de Nota Ruimte, die voor een Mooi Nederland domweg ontoereikend blijkt te zijn omdat hij het primaat legt bij het lokale initiatief, wordt zelfs expliciet voortgezet. Hoe nodig het ook is, er komt geen Minister van Ruimte die alle ruimtelijke effecten van het beleid doorrekent en aan een leidinggevende visie onderwerpt, die daarbij met kracht een minimum aantal regels oplegt om de omgevingskwaliteit te waarborgen, die overtredingen van die regels aanpakt, en die tenslotte zorgt voor een cultureel ontwerpklimaat dat partijen/mensen stimuleert ook zonder die regels zorgvuldig te bouwen en prachtige dingen te maken.

Met andere woorden: terwijl de natie vanaf het bordes met vertrouwen wordt tegemoet getreden omdat haar lot in goede handen is, wordt het territorium van die natie weggegeven aan krachten die leiding ontberen. Terwijl de mensen wordt beloofd dat de nadruk veel sterker zal komen te liggen op ‘samenhang’, wordt de omgeving van die mensen steeds meer bepaald door fragmentatie en impulsbouw.

Of er nu verkiezingen zijn of een referendum over Europa, of er nu coalitiebesprekingen plaatsvinden, of een regeringsverklaring wordt opgesteld, om een of ander reden lijkt het lot van de staat als een fysiek domein geen ambitie te wekken. De spreekwoordelijke kaasstolp van Den Haag, lijkt het onmogelijk te maken het eigen territorium te ervaren. Maar inmiddels is de tegenstelling tussen de rust in Den Haag en de hitte van de strijd om de schaarse ruimte elders in Nederland zo groot, dat een koerscorrectie niet lang meer op zich zal laten wachten. Misschien meteen al, in de aanstaande regeringsverklaring. Of meer voor de handliggend, door de Tweede Kamer in haar eerste kans op actief dualisme.