Feature —

Natura 2000 komt eraan

Remco Daalder

Het ministerie van LNV heeft de procedure in gang gezet om 111 natuurgebieden aan te wijzen als Natura 2000 gebied. Later in het jaar zullen nog 52 gebieden volgen. Als de aanwijzing is voltooid is Nederland de trotse bezitter van 162 natuurreservaten die onder Europese bescherming vallen. In en om die gebieden zal dan vaak minder mogen dan nu. Soms zelfs veel minder. Wie bij die gedachte angstige visioenen krijgt doet er goed aan zich met de procedure te bemoeien. Inspreken is mogelijk tot 19 februari.

De Natura 2000 procedure moet niet verward worden met de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Met de EHS wil het ministerie van LNV een samenhangend stelsel van natuurgebieden in Nederland ontwikkelen. Door grote natuurgebieden te maken en die gebieden onderling te verbinden met smallere natuurlinten ontstaat een vlechtwerk van natuur door Nederland heen. Dieren kunnen zich via dat vlechtwerk overal heen verplaatsen. Dat verkleint de kans dat diersoorten uitsterven omdat hun leefgebied versnipperd raakt. De EHS is Rijksbeleid. Het ministerie wil de operatie in 2018 hebben voltooid. Maar als dat niet lukt, en daar lijkt het op dit moment sterk op, dan zullen alleen de oppositie en de natuurlobby protesteren. De regering van dat moment kan volstaan met excuses en het beloven van beterschap.

Met Natura 2000 liggen de zaken heel anders. Nederland moet hier net, als alle andere lidstaten, Europees beleid uitvoeren. Lukt dat niet op tijd of niet grondig genoeg, dan zijn forse boetes te verwachten. Nederland werd al tweemaal door Europa veroordeeld vanwege te grote laksheid en dat moet niet te vaak gebeuren.

Nederland heeft in totaal 162 gebieden aangedragen om onder Natura 2000 te laten vallen. Een aantal van die gebieden viel al onder het strenge regime van de Vogelrichtlijn of de Habitatrichtlijn, een aantal gebieden niet. Voor elk gebied worden in de aanwijzing instandhoudingsdoelstellingen vastgelegd. Daarin staat welke natuurwaarden in het betreffende gebied behouden moeten blijven of ontwikkeld moeten worden. Dat kan ver gaan: soms staat het te huisvesten aantal dieren tot op het broedpaar nauwkeurig vermeld. Zodra de aanwijzing is vastgesteld moeten de doelstellingen worden gehaald. Hoe dat moet gebeuren wordt beschreven in een beheerplan. In dat beheerplan staat welke activiteiten wel en niet geoorloofd zijn in het gebied. Wil je in een watergebied dat valt onder Natura 2000 een zeilschool oprichten of waterwoningen bouwen, en staat dat niet in het beheerplan, dan kan je het schudden. Sterker nog: ook bestaand gebruik of plannen die al flink op weg naar uitvoering zijn mogen alleen doorgaan als ze in het beheerplan zijn opgenomen – of je moet een ontheffing los weten te peuteren. Het kan dus verstandig zijn eens op de website van het ministerie te kijken waar die Natura 2000 gebieden liggen. Bedenk daarbij dat ontwikkelingen vlakbij zo’n gebied ook verboden kunnen worden als ze een negatieve invloed op de natuurwaarden hebben. Dat ondervond de gemeente Amsterdam anderhalf jaar geleden. De tweede fase van de nieuwbouwwijk IJburg moet vlak naast het vogelrichtlijngebied IJmeer komen te liggen. Omdat de gemeente niet afdoende kon aantonen dat de nieuwbouwwijk geen enkel negatief effect had op de watervogels van het IJmeer werd het bestemmingsplan door de Raad van State vernietigd. De plannen moesten worden aangepast, een nieuwe MER en een nieuw bestemmingsplan moesten worden gemaakt. Dat kost veel tijd en geld.

Overigens: het hele Natura 2000 verhaal is natuurlijk wel een uitstekende actie. Door heel Europa heen krijgen belangrijke natuurgebieden een stringente bescherming. Nationale regeringen hebben meestal onvoldoende oog voor de natuur, omdat ze verwikkeld zijn in een economische concurrentiestrijd met andere landen of omdat ze onder druk staan van pressiegroepen. Alleen een instantie die daar boven hangt kan ervoor zorgen dat er een minimum-areaal aan kwalitatief hoogwaardig natuurterrein in stand blijft. Dit is de enige manier om de biodiversiteit in stand te houden. En hoe belangrijk dat is hoef ik in het post-Al Gore tijdperk niet meer uit te leggen. Hoop ik.