Feature —

A house in transition

Marieke van Rooy

Een rijtjeshuis in Ypenburg , dat normaliter de galerie 7 X 11 van de Haagse artotheek huisvest, is sinds begin januari omgetoverd tot HabitatYpenburg, house in transition. Gedurende zes maanden zullen architecten en kunstenaars uit de nieuwe Europese lidstaten een periode in het woonhuis verblijven en reflecteren op het begrip ‘suburbia’.

Volgens Sebas Veldhuisen van Qenep, initiatiefnemer van het project, hebben Nederlanders een eenzijdig en vaak negatief beeld van de nieuwe lidstaten. Met het uitnodigen van ontwerpers en architecten wordt er een kans geboden om vakgenoten uit de ‘exotische’ gebieden te leren kennen en een dialoog op gang te brengen.

Het project is gestart met een viertal Turken die gedurende een maand een Turkse barbecue van leisteen hebben gebouwd, die traditioneel in Turkse woonhuizen te vinden is. Zij werden opgevolgd door een Estse familie, bestaande uit een architect en architectuurhistoricus met hun twee kinderen van vijf en twee. Zij sloten hun verblijf van twee weken af met een lezing waarin ze vertelden over hun ervaringen in het huis en in suburbia. Uit hun verhalen bleek dat de grootste opgave bestond uit het personifiëren van dit enorme, vijf verdiepingen tellende door Diener en Diener ontworpen huis dat nauwelijks gemeubileerd is en niet echt is ingericht op een huiselijk familieleven. De oplossing werd gevonden in verbal mapping. Door in het gehele huis teksten aan te brengen die gevoerde gesprekken op specifieke plekken visualiseren, kon het huis langzaamaan toegeëigend worden. Zo staat op een raam de volgende tekst:

A (10.30 p.m.): Should I roll down the curtain?

T: No, I like the lights … the view looks almost like in a city

En op een muur:

S: Bedtime story! Bedtime stooooooooooory!

A (3rd floor): Wait I’m coming!

S: Today I want you to tell me about an evil battery and a good lamp.

boven: nieuwbouwwijk Tallinn
midden en onder: Huizen ontworpen door 3+1 architecten

Natuurlijk vergeleken ze Ypenburg met de nieuwe buitenwijken in Estland. Triin Ojari, die hoofdredacteur van Maja, een toonaangevend architectuurtijdschrift in Estland is, opende haar lezing met een fascinerende afbeelding van een buitenwijk in Tallinn, die geheel bestaat uit Russische plattenbau. In Tallinn woont eenderde van de bevolking in satellietsteden die door de Russen na de tweede wereldoorlog werden gebouwd om te voorzien in gratis woningbouw voor hun werknemers. Maar door het ineenstorten van de bezetting in 1993, kwam het realiseren van de droom van het eigen ‘huisje, boompje, beestje’ dichterbij. Triin vertelde dat zo’n 17.000 mensen sinds de jaren negentig de grauwe flats hebben verlaten en hun eigen huis laten bouwen met behulp van een architect. Veel van de huizen worden in neo-functionalistische stijl gebouwd en vervolgen zo de functionalistische traditie zoals die al bestond voor de Sovjetbezetting, dit zijn dan ook de voorbeelden die de architectuurbladen vullen.

Maar vanzelfsprekend is er ook in Estland sprake van een neo-traditionalistische stijl en dus toonde ze ook een paar voorbeelden van de Amerikaanse landhuizen en kasteeltjes die naast de functionalistische woningen worden neergezet. In Estland bestaat er geen welstandscommissie en überhaupt geen overheidplanning op dit moment. Sinds de onafhankelijkheid is er sprake van een keiharde privatisering met als gevolg dat de gemeente zelf nauwelijks meer land bezit, en de projectontwikkelaars zonder beleid losse kavels – die overigens gemiddeld zo’n 1000 a 1500 m2 zijn – aan geïnteresseerden verkopen.

Een groot deel van de opdrachtenportefeuille van het architectenbureau 3 + 1, waarvan echtgenoot Andres een van de oprichters is, bestaat uit particuliere woningbouw voor dit soort kavels. In zijn lezing liet Andres een aantal voorbeelden de revue passeren. Stuk voor stuk projecten die een internationale uitstraling hebben en door zowel de vorm als het materiaal ook wel als supermodernistisch geduid kunnen worden.

De avond werd afgesloten met een kort overzicht van het werk van Architectenbureau-K2 door Jan Richard Kikkert, die veelal actief is in de Nederlandse woningbouw maar ook bekend met de situatie in Estland. Tussen het bespreken van zijn projecten door gaf Kikkert een indruk van de huidige bepalende aspecten in de Nederlandse woningbouw, waarbij hij vaak een kritische houding innam. Bijvoorbeeld over de privatisering van de woningbouwverenigingen, de onmogelijkheid om je eigen huis te laten bouwen samen met een architect en de vaak ingrijpende sloopacties in de herstructureringsgebieden.

Dankzij deze laatste bijdrage werden de verschillen tussen de landen glashelder. Terwijl de Nederlanders graag meer zeggenschap zouden willen hebben over hun eigen woonomgeving, zouden de Esten juist wat meer overheidsbemoeienis willen zien, met name op het gebied van planning.

De Estse bewoners zijn inmiddels afgelost door Sloveense vakgenoten. Zij gaan de confrontatie met Ypenburg op een heel directe manier aan met hun project Meeting pot. Buurtbewoners kunnen zich daarbij aanmelden voor de bereiding van een Sloveens diner in hun eigen huis. Meeting pot is een onderzoek naar de relatie tussen eetgewoonten en de gebouwde omgeving, gekoppeld aan verschillende culturen.