Feature —

Architectuur en macht

Harry den Hartog

Met als titel Instant City: The rise of Dubai vond op dinsdag 13 maart in het Berlage Instituut de eerste lezing plaats van een reeks waarin de relaties tussen architectuur, macht en politieke correctheid centraal staan. De aankondiging beloofde dat het die avond vooral zou gaan over de sociale en economische ongelijkheden in deze snel groeiende woestijnstad aan de Perzische Golf. Dit kwam echter noch tijdens de inleidingen door Kees Christiaanse en George Katodrytis, noch in het hierop volgende korte debat, goed uit de verf.

Roemer van Toorn introduceerde Dubai met een citaat van de Amerikaanse schrijver Mike Davis. In zijn artikel Fear and Money in Dubai (New Left Review, 2006) schrijft Davis dat Dubai één grote gated community is. Een werkelijkheid geworden neo-liberale droom waar de rijken der aarden zich veilig terugtrekken in buitenissige weelde.

Dubai is de gelijknamige hoofdstad van één van de zeven emiraten die tezamen de Verenigde Arabische Emiraten vormen. Steeds meer westerse investeerders richten zich op de V.A.E. vanwege het gunstige belastingklimaat. De ontwikkelingen zijn helemaal in een stroomversnelling geraakt sinds veel Arabische investeerders zich na 9-11 teruggetrokken uit Noord Amerika en hun geld in projecten in de golfstaten gingen stoppen. Olie is voor Dubai geen belangrijke inkomstenbron meer. Men zoekt de toekomst in massatoerisme, zakelijke dienstverlening en industrie. Voor deze laatste twee sectoren is een speciale, belastingvrije, economische zone ingesteld: de Jebel Ali Free Zone (JAFZ). Hier bevindt zich onder meer een grote containeroverslaghaven en worden honderden torens in ijltempo gebouwd. Als versteende fata morgana is de duizend jaar oude nederzetting in amper tien jaar tijd geëxplodeerd tot een wereldstad van formaat. Een door Nederlandse baggeraars voor de kust opgespoten eilandenrijk heeft een oppervlakte van twee maal Manhattan en is 100% privaat eigendom. Voor vermaak zijn gigantische shoppingmalls en themaparken uit de woestijngrond gestampt waar veeleisende toeristen op afkomen. De grens tussen fantasie en realiteit is ver te zoeken. In 2003 kwam al 12% meer toeristen af op de gekopieerde piramiden in Dubai dan op de echte in Gizeh.

Dubai haalt in het Westen regelmatig het nieuws vanwege mensenrechtenkwesties en uitbuiting van de tijdelijke migrantenarbeiders, met name bouwvakkers uit India. Volgens de laatste statistieken bestaat ruim tachtig procent van de bevolking uit immigranten, waarvan minder dan tien procent afkomstig is uit westerse landen.

De eilanden zijn nog niet helemaal gereed of men is al begonnen aan nieuwe grootschalige ontwikkelingen zoals Dubai Marina en het Madinat al Arab, een nieuw stadscentrum dat de oude historische stad letterlijk zal overschaduwen. Binnen dit nieuwe centrumgebied wordt met een snelheid van zeven dagen per etage ’s werelds hoogste bouwwerk uit het zand gestampt door de Belgische aannemer Besix. Laatst genoemde is overigens door diverse mensenrechtenorganisaties aangeklaagd wegens uitbuiting. De door Skidmore, Owings and Merrill ontworpen Burj Dubai doet qua vorm en ambitie denken aan de toren van Babel. Het bekende schilderij van Pieter Breughel de Oude van dit bijbelse verhaal werd door beide sprekers getoond. Het Arabische woord Burj betekend letterlijk ‘toren’ of ‘ommuurde stad’. Een andere betekenis die met dit woord samenhangt is ‘bourgeoisie’. Volgens George Katodrytis had men geen betere naam kunnen bedenken die de lading van dit bouwsel dekt.

1 Eilandenrijk voor de kust
2 Hotels aan de kust
3 Sneeuwpret in Dubai

De in Dubai woonachtige en werkzame Katodrytis (architect, professor aan de American University of Sharjah en enige in de zaal aanwezige ervaringsdeskundige) vertelde dat de stad uit drie delen bestaat: de oude traditionele stad, de nieuwe gated community of the world en de tijdelijke bouwvakkersnederzettingen. Katodrytis vergeleek Dubai met een airport lounge: de samenleving bestaat uit toeschouwers in plaats van inwoners. De enige vorm van community is te vinden op het internet. Katodrytis noemt dit satellite urbanism: via google earth heeft men visueel contact met de buren. Vervolgens liet hij enkele projecten van zijn studenten zien, zoals een museum of replica’s en een destruction machine die met enorme happen gebouwen opeet en recycled; ook binnen Dubai is er kritiek op de nietsontziende bouwwoede.

In navolging van grootheden als Daniël Liebeskind, Michael Graves, OMA, Zaha Hadid en Jean Nouvel heeft ook KCAP via internet gewerkt aan een project in Dubai. Door het ontbreken van een ruimtelijke context blijft het ontwerpen een geïsoleerde bezigheid, het resultaat had overal kunnen staan. Kees Christiaanse erkende nog nooit in Dubai te zijn geweest en dat, vanwege teleurstellende ervaringen, op korte termijn ook niet van plan te zijn. Christiaanse plakte vier labels op de ontwikkelingen aldaar: sameness, gatedness, fakeness en mailness. Dubai lijkt, volgens Christiaanse, de rest van de wereld niet meer nodig te hebben. Zo is een indoor skiparadijs gebouwd waar het binnen 50 graden celsius kouder is dan buiten (over energieverbruik wordt in Dubai niet moeilijk gedaan). De bedoeling is dat er binnenkort een ski dome naast wordt gebouwd met ‘echte’ bergen.

Stuk voor stuk scheurde Katodrytis de vier beladen labels van Christiaanse doormidden. Iedere stad ter wereld heeft immers een mate van fakeness. Zelfs het modernisme kan als fake worden gezien. Katodrytis vertelde dat niet alleen de inwoners trots zijn op hun jonge stad. In de hele Golfregio tot diep in het aan de overkant gelegen Iran heeft Dubai een positieve uitstraling. In plaats van zich paternalistisch op te stellen zou het Westen eerst naar zichzelf moeten kijken en tegelijk meer respect moeten tonen voor andere culturen.

De vraag die deze avond centraal stond maar niet bevredigend werd beantwoord was hoe architecten de politiek agenda van ‘dubieuze’ politieke systemen kunnen beïnvloed. Een door KCAP ingezonden ontwerp voor een prijsvraag voor een 300 meter hoge toren in Sint Petersburg (Rusland) heeft gelukkig niet gewonnen, vertelde Christiaanse. Hij zei blij te zijn met de uitsluiting omdat bij nader inzien het bouwen op zo’n kwetsbare plek voor een malafide opdrachtgever makkelijk verkeerd kan uitpakken. Christiaanse ziet het leven in gated communities als toekomstbeeld voor de zich globaliserende steden en haalde ook een voorbeeld aan van een gated community buiten Istanbul waar zich buiten de poort een informele economie aan het ontwikkelen is. In deze squattersnederzetting worden broodjes verkocht en kledingreparaties uitgevoerd om het gemis binnen de omheining te compenseren. Net als Coney Island bij New York werken zowel themaparken als gated communities als incubator.

Dat geldt ongetwijfeld nog sterker voor culturele ontwikkelingen. In de aangrenzende emiraat Abu Dhabi wordt een heuse cultuurwijk uit de grond gestampt. Veilinghuis Christie’s heeft er al een filiaal en een dependance van het Louvre wordt gebouwd. Calatrava werkt er aan een fotomuseum en net als Las Vegas zal ook hier een Guggenheim verrijzen, ditmaal ontworpen door Frank Gehry. Op de vraag of een museum bouwen voor een ‘dictator’ kies is, gaf Christiaanse toe ook best graag een museum te willen bouwen: ‘zelfs als er geen blote tieten aan de muur mogen hangen’. De invloed van architecten op regimes moet niet overschat worden. Of meesurfen een betere optie is zal de geschiedenis ons leren.

Het antwoord op de vraag van een kritische Indiase dame uit het publiek naar het lot van de bouwvakkers, de vergeten helden zoals Katodrytis ze eerder noemde, werd (om politieke redenen?) vakkundig omzeilt en kwam ook verder niet meer ter sprake op deze optimistische maar (metaforisch) afstandelijke avond. Ondanks de denkbeeldige global village waarin we leven lukt het nog steeds niet daadwerkelijke betrokkenheid te voelen bij zaken die zich ver weg van het bed lijken af te spelen.