Feature —

Siza en het Fundação Iberê Camargo

Willemien van Duijn

Donderdag 16 maart jongstleden ontving de Academie van Bouwkunst de Portugese architect Álvaro Siza Vieira in de Reinwardt Academie aan de Dapperstraat. Hier vinden de onderwijsactiviteiten plaats, nu de eigen panden aan het Waterlooplein worden verbouwd.

Hoewel de collegezaal groter is dan die waar normaal gesproken de lezingen van de Capita Selecta plaatsvinden, was deze bij de lezing van Siza veel te klein om alle studenten en overige geïnteresseerden te herbergen. Siza vertelde over zijn laatste project. Een museum voor het werk van de overleden Braziliaanse kunstenaar Iberê Camargo. Om dit project in te leiden toonde hij eerst eerdere ontwerpen die hij maakte voor verschillende musea, waaronder het ontwerp voor het Stedelijk Museum. Over de projecten die niet zijn uitgevoerd zei Siza dat het geen vergeefse moeite was. ‘One work is not an isolated thing, our work is a continuum. It’s not lost.’

Siza verklaart dat een museum, vanwege het gedifferentieerde programma van eisen, de wensen van de museumdirecteur en het feit dat het vaak om een gesponsord gebouw gaat, een interessante opgave is voor een architect. Meestal is een museum gemakkelijk te herkennen aan de positie in de stad, de publieke schaal van het gebouw en de spaarzame gevelopeningen. De musea van tegenwoordig zijn echter minder sacraal dan de eerste musea die werden gebouwd. De huidige musea zijn meer naar buiten gericht, zoals Louisiana in Humlebæk, Denemarken en het Fondation Beyeler van Renzo Piano in Zwitserland. Siza’s lievelingsmuseum is het Museé Picasso in Antibes, waar via de openstaande vensters geluiden van het terras en de zoute zeelucht binnen dringen. Om die reden heeft hij openslaande vensters toegepast in het Serralves museum dat hij ontwierp in Porto. Tot zijn grote spijt worden de ramen echter nooit geopend, sterker nog ze worden zelfs geblindeerd om het licht te weren.

De museumontwerpen die Siza toont, zowel uitgevoerd als niet uitgevoerd, hebben allen als belangrijke basis de route die de bezoeker door het museum voert en vooral ook de route die de bezoeker aflegt om het museum te bereiken. De routing en het gegeven van het uitzicht en het contact met de omgeving zijn de pijlers van het verhaal dat Siza in de Dapperstraat vertelt.

Toen de architect de opdracht kreeg voor het museum in Porto Alegre, ten zuiden van São Paulo, maakte hij aan de hand van kaartmateriaal, foto’s en video’s zijn eerste ontwerpschetsen. De locatie, een voormalige steengroeve, bevindt zich aan een brede rivier, de Guaíba. De plek wordt aan drie zijden ingesloten door een rotswand van ongeveer 25 meter hoogte. Bovendien loopt tussen de rivier en de locatie een drukke verkeersader. De expliciete vorm van het kavel, een driehoek, en de vraag hoe het museum benaderd kan worden maakten de opgave tot een lastige.

1. Lift die de boven en benedenstad van Bahia (Brazilië) verbindt.
2. Plattegrond van locatie.
3. Begane grond museum
4/5. Vensters

In eerste instantie probeerde Siza of het museum van bovenaf, via het 25 meter niveau bereikt kon worden. Zijn voorbeeld was de lift in de Braziliaanse stad Bahia, die de boven- en de benedenstad met elkaar verbindt. Als zoon van een Braziliaanse vader ligt Brazilië hem na aan het hart en putte hij voor het museumontwerp onder andere uit herinneringen aan zijn jeugd. Het idee van de entree op het hoogste niveau sneuvelde echter omdat de grote parkeerplaats die bij het museum gerealiseerd diende te worden dan midden in een woongebied terecht zou komen. Vervolgens studeerde hij op een andere oplossing om het gebouw te betreden. Hij toonde de bijbehorende schetsen; ‘As you can see I was in much trouble’. Ingewikkelde routes van hellingbanen die zich om geometrische vormen vouwen waren het resultaat, totdat hij in één bepaalde schets de oplossing zag. Een hellingbaan die onderdeel uit zou gaan maken van de gevel. Met de beperkt beschikbare ruimte van het kavel moest hij deze hellingbaan in twee delen splitsen. De ene helft van de route zou door het gebouw voeren. Het andere deel, de overdekte hellingbanen die zich aan de gevels tonen, vormen het karakteristieke gezicht van dit in wit beton uitgevoerde museum. Het zijn tunnels die hoog tegen de gevel de onmetelijke Braziliaanse lucht doorsnijden.

Zonder ooit op de locatie te zijn geweest presenteerde hij zijn idee aan de weduwe van de schilder, vervolgens bezocht hij de locatie voor het eerst. De weduwe toonde zich enthousiast en het plan werd uitgewerkt. De plattegronden die Siza nader toelicht laten gekromde wanden en Aalto-achtige clusters van ruimten zien. Aan de hand van deze plattegronden zou je de kwaliteit van de ruimtelijke compositie van verschillende vormen in twijfel kunnen trekken. De opdrachtgevers twijfelden vooral aan de minimale sparingen die Siza aanbracht in de luchttunnels. Moesten deze niet wat groter zijn, vroegen zij zich af, met dat prachtige uitzicht over de rivier? Siza overtuigde hen met een verhaal uit zijn jeugd. Als kleine jongen bracht hij tijdens ziektes weken door op de veranda van het buitenhuis van de familie. Hij werd verzorgd door het kindermeisje en mocht de hele dag niets. Niet lezen, geen radio luisteren, niets wat te veel inspanning zou kosten. Hij kon vanaf zijn veranda slechts naar het uitgestrekte landschap kijken. Twee weken was hij tot dit landschap veroordeeld, en uiteindelijk kon hij het niet meer zien, hoe prachtig het ook was.

Het weidse uitzicht over de rivier wilde hij derhalve inkaderen: ‘Selected exterior, connected to the interior route.’ De eerste keer dat hij, onderweg van vliegveld naar museumlocatie, de witte, sculpturale betonkolos zag oprijzen en de uitsparingen in werkelijkheid zag dacht hij: ‘Oh my god! The windows are very small! But when I arrived to the window I said: OK, no problem’. Toch kan hij het niet nalaten om de kleine openingen tevens uit constructief oogpunt te rechtvaardigen. Het zijn deze uitspraken die tonen dat Siza een architect is die vooral intuïtief ontwerpt: ‘I was praying at home that the view would come at the right position’.

De plattegronden met de ogenschijnlijk willekeurige curven en orthogonalen bevestigen zijn intuïtieve ontwerpwijze. Op de vraag of het sculpturale van de architectuur niet te veel de concurrentie met de kunst aan zal gaan antwoordt Siza dat hij daar niet in gelooft. Als een kunstenaar in een uiterst sobere ruimte zegt dat zelfs de plint nog storend werkt, dan mag je je afvragen of kunst zo kwetsbaar is dat het zelfs de aanwezigheid van een simpele plint niet zou kunnen verdragen.