Feature —

(Ver)bouwen in de tijd

Piet Vollaard

Aan het Groningse Zuiderdiep wordt al zeven jaar gebouwd aan één van de meest bijzondere woningen van dit moment. Eigenaar/bewoner/bouwer Wouter Hoogland woont sinds enige weken in deze opvallende glazen torenwoning. Af is het nog niet, komt het misschien wel nooit, maar het ‘proces in tijd en ruimte’ is een nieuwe fase ingegaan.

Wie de laatste jaren over het Gedempte Zuiderdiep in Groningen heeft gelopen, kan het niet zijn ontgaan: midden tussen de wat rommelige, maar desondanks geliefde, historische bebouwing verrees bovenop een verwaarloosde loods een jaar of zes, zeven terug een zware stalen draagconstructie. Er werd een houten kern in getimmerd en er kwam een  staal-en-glashuid omheen. Al enige jaren leek het af, maar er werd steeds getimmerd en gedaan. Sinds kort wordt het huis bewoond, maar af is het nog niet.

Dit huis is niet alleen bijzonder door de vorm en het architectonisch concept, maar vooral door het proces. Of beter gezegd: het concept is het proces. Dit is een procesontwerp omdat alle belanghebbenden – opdrachtgever, architect, gemeente en makers – in gelijke mate hebben bijgedragen aan het bedenken en (mogelijk) maken. Er is niet één auteur van dit ontwerp, het is een groepsresultaat. Het ontwerp is gegroeid door te doen, de resultaten vervolgens te bespreken en het desnoods weer over te doen, die resultaten weer te bekijken en te bespreken en verder te gaan.

DAAD Architecten werd in 1997 betrokken bij de bouwplannen van Wouter Hoogland en Hannah Versteegh. Zij hadden een stuk grond verworven, inclusief de loods aan het Gedempte Zuiderdiep. De achterliggende tuin wilden zij uitbreiden richting het Zuiderdiep en bovendien wilden zij een huis bouwen op de loods.  De loods diende te blijven als stalling voor paard en motor. Projectarchitect Eric de Leeuw bedacht een eenvoudig concept. Laat de loods staan, trek de tuin door over het dak van de loods en plaats de woning op poten op deze daktuin. De woning zelf is een torentje van drie lagen met een kern; een houten container waarin de woonvertrekken (eten, wonen, slapen) zijn ondergebracht. Daar omheen is een schil getrokken met trappen, omloop en toilet. De gangschil dient als serre. ’s Winters trekken de bewoners zich terug in hun verwarmde kern, in de lente kunnen de deuren naar de serre open en in de zomer kan de glazen buitenschil worden geopend om helemaal buiten te wonen. In de glazen schil zijn plantenbakken opgenomen zodat klimop in de zomer voor schaduw kan zorgen.

Met een paar schetsen, enkele eenvoudige plattegronden en een kleine maquette werd een bouwvergunning aangevraagd. Normaal gesproken zou met deze stukken geen vergunning kunnen worden verkregen. Omdat de opdrachtgevers het huis zelf wilden bouwen en omdat ze de ruimte wilden hebben om gedurende het bouwproces verder te denken en te werken aan de verfijning en detaillering, lag hier een probleem. Toch zijn gemeente en welstand akkoord gegaan met het idee van dit ontwerpproces in de tijd en is er een bouwvergunning verleend. Dat was moedig en genereus. Om te zorgen dat het huis aan alle regelgeving voldoet is een ambtenaar van Bouw- en Woningtoezicht al die jaren die de bouw duurde, regelmatig langsgekomen om de vorderingen te bespreken en zonodig zelf voorstellen voor verbetering te doen.

Ook de architect is moedig geweest. Het bureau heeft een sterk concept uit handen gegeven in het geloof dat interactie met de opdrachtgever/bouwer en met de vaklieden die voor de uitvoering zorgden, uiteindelijk tot een bijzonder resultaat zou leiden. Ook de architect is al die jaren langsgegaan, heeft de laatste resultaten besproken, problemen opgelost, maar vooral ook oplossingen zien ontstaan die het bureau zelf nooit bedacht zou hebben. De opdrachtgever is met verve het avontuur aangegaan.

Rob Hendriks (DAAD Architecten) schetst het proces als volgt: De kennis en ideeën ingebracht door ingehuurde vaklieden of vrijwilligers op de bouw, voortschrijdende inzichten van opdrachtgevers- of ontwerperzijde, de wijze waarop het zonlicht binnenvalt, nieuwe technieken en materialen, dit alles zou het uiteindelijke resultaat gaandeweg gaan vormen. Op gezette tijden komt een medewerker van de gemeente langs om de voortgang te bespreken. Af en toe worden de architecten geraadpleegd bij nieuw opgeworpen vragen, maar meestal is het in het werk al opgelost door de ‘meester van het werk’ en zijn handlangers. De wijze waarop loodzware stalen deuren en vensters bewegen, de manier waarop het glas het beste kan worden aangebracht en de consequenties hiervan voor de puidetaillering, de plekken voor de vensters in de binnendoos (afhankelijk van uitzicht en zonlicht), kleur en bewerking van de beplating, alles wordt in werkende modellen gemaakt, in het werk bekeken, eventueel gewijzigd en opnieuw uitgevoerd. Tot het goed is. De kwaliteit die op deze wijze tot stand komt is vele malen hoger dan ooit door de architect alleen op papier kon worden gezet. Naast een team van uitstekend samenwerkende, gelijkgestemde, vakbekwame partners is de factor TIJD een essentiële voorwaarde geweest voor het slagen van dit project.

Hoewel het huis nu dus bewoond is, is het nog niet af. De tuin moet nog worden aangelegd, het dak nog worden afgemaakt (de maker/bewoner stelt zich een kajuitconstructie als dakluik voor, hoe dat precies gemaakt gaat worden, weet hij nog niet), de trappen nog gemonteerd (wordt het staal of hout?), de houten delen van de omloop nog vastgeschroefd (of misschien toch weer vervangen door ander materiaal). Het huis kan nog niet worden opgeleverd, kan eigenlijk nooit worden opgeleverd, want het is zeer aannemelijk dat de bewoner, het verbouwen zit inmiddels dik in zijn bloed, het niet kan laten om aan zijn huis te blijven schroeven en zagen, om het nog beter te maken, om het aan te passen aan nieuwe behoeften. Dat het hier een daadwerkelijk bouwproces in de tijd betreft wordt door het ontbreken van enig ‘oplevermoment’ bevestigd.

Er valt aan het huis voor de liefhebber veel te genieten. Er is over elk detail nagedacht, conventionele oplossingen zijn er nauwelijks. Sommigen zien dit huis, door het gebruik van staal en glas, als een soort hightech huls om een conventionele woning. Dat lijkt me een misverstand. Inderdaad ademt het interieur van de woning, met zijn houten balken en zijn antieke kleuren en meubels en met zijn bedstee aan de serre, eerder de sfeer van een oude boerenhofkamer. Dat er in de loods een paard en een vooroorlogse Harley Davidson worden gestald zegt al genoeg. Maar ook het staalwerk daaromheen is eigenlijk erg archaïsch en nauwelijks hoogtechnologisch. Dit is het huis van een begeesterd dilettant en een aantal zeer deskundige vaklieden. Alles werkt ook mechanisch, er is nauwelijks een stroom- of computerdraadje te vinden.

In die zin is een vergelijking met Maison de Verre op zijn plaats. Net als in dat huis, draait, scharniert, kiept en kantelt er van alles en net als in dat huis is er een zeer deskundige smid aan het werk geweest. En net als Maison de Verre behoort het glazen torentje in Groningen tot de zeer weinige voorbeelden van autobiografische ontwerpen. Het is een huis dat de bewoner zich – in een geduldig en onthaast proces van trial and error – langzamerhand tot een verlengstuk van zichzelf heeft gemaakt.

Dit is architectuur van een superieure soort omdat het waanzinnig doordacht is en het toch nergens dwingend wordt. Dit huis ademt daarentegen een aangenaam soort huiselijkheid en informaliteit. Elk esthetisch of vakmatig oordeel over dit huis is zinloos. Dit huis gaat daar niet over. Dit is een huis waar het plezier in het maken en het bewonen van afspat.

Je zou wensen dat het altijd zo kon gaan.