Recensie —

Basic en Mobiel

Lotte Haagsma

Kort achter elkaar verschenen recentelijk boeken over het werk van de kunstenaars Joost Conijn en Joep van Lieshout (Atelier Van Lieshout). Stoere mannen die graag dingen bouwen en houden van ‘basic’ en ‘mobiel’.

Joost Conijn bouwt, op eigen kracht en naar eigen inzicht, vliegtuigen en krijgt deze zelfs voor even de lucht in. Met zijn houten auto trekt hij door Oost-Europa naar Tsjernobyl in Rusland. Niet alleen de carrosserie van de auto is van hout, hij rijdt ook op hout. Achterop de auto staat een verbrandingston, het hete gas dat bij de verbranding van hout vrijkomt wordt door een buis naar voren gezogen en door de motor geleid. Vooral op beukenhout draait hij lekker, zo ontdekt Conijn.

Het begint met fietsen. Na zijn eindexamen reist hij met zijn zelfgemaakte ligfiets door India. Later bouwt hij een achteruitrijfiets. Vrienden die hem begeleiden op gewone fietsen moeten ervoor zorgen dat hij nergens tegenop botst – een taak waar zij niet altijd tegen opgewassen blijken. En vervolgens bouwt hij een constructie die zich ergens tussen bromfiets en lichtgewicht auto bevindt. Dit mobiel bestaat uit niet veel meer dan vier wielen en wordt aangedreven door een kleine motor. Liggend op zijn buik, voeten bij de achterwielen, armen bij de voorwielen en de handen aan het besturingssysteem racet Conijn ermee over het dak van het Sandberg Instituut, waar hij op dat moment studeert.

C’est un Hek bestaat uit een video waarin te zien is hoe Joost Conijn een hek in elkaar last met de portieren en voorspatborden van een oude Citroën DS Break. Dit hek opent en sluit automatisch door een ingenieus mechaniek waar geen elektriciteit aan te pas komt. Met de losse delen van het hek op een kleine aanhangwagen achter zijn oude Peugeot reist hij door Frankrijk en Spanje, neemt de boot naar Marokko en gaat verder, de Sahara in. Daar zoekt hij ‘een mooie plek’. Zet het hek in elkaar en rijdt er een aantal keer doorheen. Telkens opent het hek zich wanneer de auto nadert en over het mechaniek rijdt, om zich keurig weer te sluiten als de auto door het hek is gereden en het mechaniek weer terug schiet in zijn oude stand. Na een aantal maal door het hek te zijn gereden keert Conijn om kijkt tevreden lachend in de camera en rijdt weer naar huis. Het hek blijft achter en staat er misschien nog steeds, toegang te bieden tot…, ja tot wat eigenlijk? Het werk van Conijn straalt een prettig soort gedrevenheid zonder voor de hand liggend doel uit. Het maken, het doen, het uitzicht, de reactie van mensen die hij onderweg tegenkomt; deze elementen komen allemaal samen in de videofilm die het uiteindelijk werk vormt.

Het boek Joost Conijn. IJzer en Video biedt een samenraapsel van video stills, schetsen, krabbels, faxen en twee essays van kunsthistorici. Tussendoor zijn teksten van Conijn zelf opgenomen. Hij schrijft over de ontmoetingen die hij heeft tijdens het realiseren van zijn projecten. Deze ontmoetingen lijken net zo belangrijk voor Conijn, als het maken van auto’s, fietsen en vliegtuigen. In de film Hout Auto (2002) die Conijn van zijn reis naar Rusland maakt, is te zien hoe de auto zich moeizaam voortbeweegt over onverharde bergweggetjes. Op afgelegen plekken komt Conijn oude vrouwtjes en zigeuners tegen, eenvoudig levende mensen die hem gastvrij onthalen, te eten geven, aanduwen en van hout voorzien. Deze ontmoetingen worden steeds belangrijker. In zijn laatste films spelen de zelfgefabriceerde voertuigen helemaal geen rol meer. Hij volgt een groepje kinderen dat niet naar school gaat en in de buurt van het ADM-terrein in Amsterdam (waar hij zijn atelier heeft) rondstruint. En hij reist met twee vrienden per racefiets door Marokko en overnacht onderweg bij mensen thuis.

boven: omslag boek Atelier Van Lieshout (voor en achter)
onder: spread uit boek met inrichting Lloyd Hotel in Amsterdam

Het boek Atelier van Lieshout is in zekere zin het vervolg op een eerder verschenen boek, dat de ondertitel A manual voerde. Joep van Lieshout start al vroeg in zijn carrière een werkplaats met meerdere medewerkers die hem helpen bij het realiseren van zijn werk. Sinds begin jaren negentig presenteert hij zijn werk onder de naam Atelier van Lieshout. Een serie meubels, multiples, bekleed met polyester worden voor verschillende opdrachtgevers en tentoonstellingen geproduceerd. Het atelier maakt losse units die in, aan of naast bestaande gebouwen kunnen worden geplaatst. En Van Lieshout bouwt mobile homes, luxe uitgevoerde campers waarin het goede leven (drank, eten, seks) geconsumeerd kan worden. Deze werken stonden al in het eerste boek, het tweede net uitgekomen boek toont het vervolg, met als hoogtepunten de vrijstaat AVL-Ville uit 2001 in de haven van Rotterdam en het recente Slave City project, een plan voor een zelfvoorzienend en winstgevend werkkamp. Het nieuwe boek is meer een traditionele monografie, met vier verantwoorde essays van onder andere Aaron Betsky en Wouter Vanstiphout, en vooral veel mooie plaatjes. Hier wint de zakenman het van de vrijbuiter.

Waar Joost Conijn als romantische eenling aan zijn dromen sleutelt, is Joep van Lieshout meer het type succesvol ondernemer. Hij leidt zijn Atelier van Lieshout als een bedrijf dat zijn producten over de hele wereld aan de man brengt. Zijn boek toont een schier oneindige serie kunstwerken, die over de hele wereld circuleren en continue op tentoonstellingen en biënnales te zien zijn. Conijn houdt het liever traag en overzichtelijk. In een in zijn boek opgenomen artikel van Jan Braet noteert deze hoe Conijn tijdens zijn tentoonstelling bij de Lisson Gallery in Londen reageert op een invloedrijk galeriehouder die hem vraagt waarom hij zijn originele werken niet ‘vermarkt’ door er foto’s en tekeningen van te verkopen. ‘If you’re very good in the system of art and the galleries and the collectors and the important people, you can go ahead like a spear. But I ask myself: what’s the hurry? I have to be able to keep up with it a bit myself. My new film is only just finished, and it’s already being shown at the International Film Festival Rotterdam. Jesus…’ Joost Conijn hoeft niet zo nodig ‘als een speer’ te gaan, dat laat hij graag aan zijn collega Van Lieshout over.