Feature —

Het karakter van de leegte

Like Bijlsma

Op dinsdag 27 februari sprak architect en stedenbouwkundige Kees Christiaanse in de AIR lezingenserie Buitenruimte Binnenstad over de Rotterdamse openbare ruimte. Hij had het over de verschuivende betekenis van de openbare ruimte in de hedendaagse stad. Als case study presenteerde hij zijn stedenbouwkundige visie op het gebied rond de Laurenskerk in Rotterdam.

Christiaanse begon zijn lezing met een aantal interessante overdenkingen. De hedendaagse binnenstad wordt overspoeld door de almaar toenemende consumptie en een schaalvergroting van stedelijke voorzieningen. Dat leidt tot een commercialisering van de openbare ruimte, die zich manifesteert in eendimensionale en homogene winkelstraten die geen specifieke identiteit hebben en minimaal verknoopt zijn met het omliggende weefsel. Dit ‘gekanaliseerd consumeren’ vindt bijvoorbeeld plaats in de Lijnbaan en de Koopgoot, maar is ook in andere binnensteden duidelijk herkenbaar. Daarnaast hebben de veranderende gebruikspatronen internalisering van openbare ruimte tot gevolg. Vooral rond transportknooppunten is dat goed te zien. Op plekken als Schiphol Plaza is reizen allang niet meer de belangrijkste bezigheid. Een ander interessant voorbeeld is de recente ontwikkeling op het centraal station van Zurich, waar in een zogenaamde ‘gated environment’  zeer uiteenlopende programmaonderdelen, zoals mega-entertainment, zorgvoorzieningen en commercie onder een enorm dak aan elkaar gekoppeld worden.

‘Plan de Paris’ van Hausmann

De uitdaging, zegt Christiaanse, is om steden aan te passen aan actuele ontwikkelingen zonder hun identiteit en karakter te verliezen. Hoe kunnen de homogene winkelroutes en grootschalige, multifunctionele knooppunten op een betekenisvolle wijze verbonden worden met bestaande stedelijke structuren? De aanpak waar hij steeds naar verwijst is die van Hausmann in het 19e eeuwse Parijs. Over de middeleeuwse stad werd een nieuw netwerk gelegd, bestaande uit knooppunten en verbindingen. In het geval van Parijs waren de knooppunten open ruimtes: pleinen, promenades of parken. Deze plekken werden met elkaar verbonden door de beroemde Parijse boulevards. Het nieuwe, moderne stedelijk gebruik werd zo letterlijk in de oude stad gekerfd en verbond de verschillende stadsdelen.

De Hausmann strategie zou eigenlijk heel goed een rol kunnen spelen in het creëren van samenhang in de stad Rotterdam. Maar volgens Christiaanse biedt de stedelijke cultuur van Rotterdam daar weinig aanleiding voor. Stedelijke activiteiten liggen ver uit elkaar en zijn voor outsiders moeilijk te vinden. Hotel New York, Club Now en Wow en het Schouwburgplein zijn niet op een logische manier met elkaar verbonden. Volgens Christiaanse karakteriseert ‘leegte’ de Rotterdamse ruimtelijke identiteit. De leegte; enerzijds als het gemis van de vooroorlogse stad, anderzijds als het karakter van moderne Rotterdamse openbare ruimte: een identiteitsloze, open restruimte.

Het Laurenskwartier is een van deze typisch Rotterdamse plekken. Op de historische onderlegger, waarvan alleen de Laurenskerk is overgebleven, is een open stad gebouwd. Op de kruising van de Hoogstraat en het Binnenrotteplein is het adagium van de moderne stad het best voelbaar: solitaire gebouwen van divers pluimage, zoals de bibliotheek, Station Blaak, het stedelijk blok van kubuswoningen en de Laurenskerk staan wat weifelend aan de rand. De Hoogstraat, de belangrijkste winkelstraat van het vooroorlogse Rotterdam, lost hier op in de ruimte. De opgave voor het gebied heeft een fundamenteel karakter: hoe wordt de historische stad met de moderne stad verbonden? Op welke wijze kan hier betekenisvolle stedelijkheid ontstaan?

Christiaanse kiest voor een traditionele oplossing door het vernauwen van de rooilijnen en het voortzetten van de continuïteit van de Hoogstraat in een vooroorlogs patroon. Het Binnenrotteplein wordt een echt plein door aan alle vier de zijden gevelwanden te plaatsen en de openbare bibliotheek in te pakken met hoge voorzetwanden. Een andere belangrijke ruimte in het plan is het nieuwe marktplein, dat overigens precies op de plek van de historische grote markt ligt, ten noorden van de nieuw te bouwen mega-markthal van MVRDV. Verder blijft de ruimtelijke opbouw van het gebied nagenoeg gelijk, met extra aandacht voor het verlevendigen van het gebruik rondom het hier aanwezige water.

boven: Wijnhavenkwartier, Rotterdam
onder: Avenue de Choisy, Parijs

Bovenop de circa 20 meter hoge gevelwanden – of plinten van het plan – zijn torens voorzien die de dichtheid in het gebied oppompen. Volgens Christiaanse functioneert een stad veel beter met torens omdat de levendigheid door een hoge dichtheid toeneemt. Torens mogen dan wel een potentiële factor voor het bepalen van stedelijkheid zijn, de aansluiting op het maaiveld blijft echter, zo bleek uit de AIR lezing door Jan Gehl op 14 februari 2007, een cruciale factor. De Rotterdamse hoogbouw zoals deze tot op heden is gerealiseerd heeft een zeer slechte aansluiting op de openbaarheid. Entrees zijn gelegen in expeditiehoven of aan achterzijden, lobbies zijn onzichtbaar en gespeend van enig stedelijk programma. Het op elkaar stapelen van de traditionele en de moderne stad levert hier ruimtelijk en programmatisch weinig op.

Volgens Kees Christiaanse werkt een toren in de binnenstad alleen met een verhullende plint ervoor. Inspirerende voorbeelden van een andere combinatie van modern en traditioneel stadsweefsel zijn echter wel voorhanden. Aan de Avenue de Choisy te Parijs bijvoorbeeld, het Parijse Chinatown. In een bewerking van het eerder genoemde Hausmann schema verschijnen hier, naast een historisch kerkgebouw, opeens smalle torens in het monumentale straatprofiel. Juist door ze prominent en los in de ruimte te zetten, wordt opeens hun enorme hoogte en daarmee de derde dimensie van de stad op een spectaculaire manier voelbaar. Ruimtelijke continuïteit wordt vooral geschapen door vier rijen bomen die met zwarte stammen scherp afsteken tegen de lichtbeige Parijse gevels. Eenzelfde ruimtelijke ervaring geeft een project in Beijing van de Japanse architect Riken Yamamoto. Torens zijn hier op een geraffineerde manier gecombineerd met een plint van slechts drie lagen, die op ontspannen wijze schakelt naar de schaal van het maaiveld. Ondanks dat de plint het gebied omsluit heb je nergens het gevoel dat de torens erin verdwijnen; overal zijn ze overhoeks waar te nemen. De torentypologie (licht, lucht en ruimte) wordt er gecombineerd met de bouwbloktypologie (beschutting en omslotenheid). Dit lijkt een interessant middel om het karakter van de leegte te kunnen opladen binnen de randvoorwaarden van de veranderende gebruikspatronen van de stad.

Door het introduceren van gesloten straatwanden en omsloten pleinruimtes lijkt Christiaanse het karakter van de Rotterdamse leegte echter te verliezen. Het verhullen van torens en bibliotheken achter 19e eeuwse gevels is een bizarre maskerade. Het toelaten van een flexibele skyline lijkt niet voldoende om een werkelijk specifieke identiteit en moderne stedelijke ruimte ervaring vast te leggen. Als je een betekenis wilt verankeren in de plek vraagt dit om een doelgericht en precies stedelijk ontwerp waarbij ruimtelijke kenmerken en ervaringen van de open en gesloten stad heel scherp naast elkaar gezet worden. Of programmatische schaalvergroting daarbij hand in hand moet gaan met ruimtelijke schaalvergroting is de vraag. Het wordt tijd dat Rotterdam zijn ruimtelijke vocabulaire eens kritisch onder de loep neemt. Op een interessante manier combineren van de traditionele met de moderne stad is daarbij de opgave. Voor Rotterdam betekent dit de leegte ervaarbaar te maken vanuit intieme en beschutte plekken en vooral het karakter van de leegte een uitgesproken inhoud durven geven.