Feature —

Bouwen: het kan zoveel beter

Frido van Nieuwamerongen

Aannemers komen zelden positief in het nieuws. Bouwfraude, instortende daken, gebrekkige opleveringen, torenhoge bouwkosten, telkens wordt de bouwwereld weer aangeklaagd. Marlon Huysmans ontwikkelde al tijdens haar studie radicaal andere ideeën over het functioneren van het bouwbedrijf. Bij Slavenburg kreeg ze de kans haar ideeën in de praktijk te brengen. Als de vierde spreker in de Nai serie ‘bouwwereld@nai’ gaf Huysmans op 3 mei een lezing over een andere manier van bouwen.

‘De bouw is traditioneel erg gericht op kosten’ stelt Huysmans aan het begin van de lezing vast. Klanten worden eigenlijk maar lastig gevonden en het geweten wordt weggestopt. Huysmans ideeën beginnen juist bij dit geweten. Zij wil dat het hele concern een collectief geweten ontwikkelt, dat er bewust wordt gestreefd naar een maximale kwaliteit.

Marlon Huysmans studeerde in Eindhoven. De eerste twee jaar architectuur, maar al snel kwam ze tot de conclusie dat haar kracht schuilde in de uitvoerende kant. Tijdens haar studie concludeerde Huysmans dat de bouwbedrijven het niet goed doen en ontwikkelde een heldere visie over de rol van de aannemer. Na haar afstuderen solliciteerde zij daarom niet zomaar ‘in het rond’ maar zocht ze bewust naar een bouwbedrijf waar ze haar visie in de praktijk kon brengen. Bij Silvester Slavenburg, directeur van Bouwbedrijf Slavenburg vonden haar opvattingen weerklank en kreeg ze de ruimte om dit te realiseren.

In haar positiebepaling ziet Huysmans enkele trends die het werk van de aannemer in de toekomst ingrijpend zullen veranderen. De door haar geconstateerde trends als globalisering, bewustwording, communicatie en transparantie zijn weliswaar niet verrassend, en de conclusie dat de aannemer van grote monopolist verandert in een netwerkorganisatie misschien ook niet, wel verrassend is de vergaande wijze waarop zij bij Slavenburg deze algemene trends vertaalt in daden.

‘Wat in de bouw opvalt, is de gerichtheid op techniek. Als je een auto wilt kopen ga je eerst naar de showroom, het frontoffice. Daar laat je je voorlichten over typen, opties, kleuren en accessoires. In de garage zelf, het backoffice, kom je als het goed is nooit.

In de bouw bestaat geen frontoffice. Er wordt meteen over de techniek gepraat, meestal over het hoofd van de klant heen. Bouwers zijn techneuten die vooral denken aan kosten, geen bedrijven die zich primair richten op de omgeving zoals klanten en samenwerkingpartners.

In lijn met deze visie opende Slavenburg in Amsterdam recent een frontoffice. Klanten, opdrachtgevers, architecten kunnen hier de basisoplossingen zien en de elementaire keuzes maken. Het ideaal voor Huysmans is een bouwcatalogus waar, bijna, alle oplossingen in staan. ‘In de praktijk wordt telkens het wiel opnieuw uitgevonden. Terwijl een groot deel van de keuzen in wezen vastligt. Bij een vijfsterren kantoor ligt al snel tachtig procent van de keuzen vast,vierkante meterprijzen, materialen, installatieconcepten komen grotendeels overeen. En bij een startersconcept is het niet veel anders.’ Met de bouwcatalogus wil Huysmans dus de basiskeuzen vastleggen. Ze beseft dat ze hiermee afstand doet van de avant-garde architectuur. ‘Maar negen van de tien opdrachtgevers vraagt niet om een avant-garde gebouw. Hij wil gewoon een goed gebouw. Een gebouw volgens de laatste kwaliteitseisen waar mensen prettig werken. Daar willen wij goed in zijn.’

Een andere opvallende kenmerk van de nieuwe aanpak is het aantrekken van kennis. Waar andere bouwers zich steeds meer richten op inkoop en kostenreductie, wil Slavenburg juist meer kennis naar zich toe trekken. ‘Wij moeten weten wat er speelt. Als een architect of een klant met een idee komt, moeten wij de mogelijkheden aan geven. Welke materialen er voldoen, of de arbo eisen gehaald kunnen worden; een klant mag verwachten dat wij onze kennis hebben ingezet voordat wij met een voorstel komen.’ In lijn met de eigen visie van kennisverwerving, klantgerichtheid en het aanbieden van uitgewerkte modellen heeft Slavenburg ook afstand genomen van de traditionele aanbesteding. ‘Deze op prijs gerichte methode past niet langer bij ons. Zelfs als het om grote opdrachten gaat zien wij af van aanbestedingen.’

Marlon Huysmans noemt enkele voorbeelden van vernieuwende trends waarin Slavenburg een voortrekkersrol speelt. Het Movenpick hotel in Amsterdam bijvoorbeeld. Na eerdere mislukkingen met geprefabriceerde badcellen, lukte het Slavenburg dankzij de projectgrootte van 400 badkamers nu wel om alle badcellen te prefabriceren en compleet tot en met de haarföhn op de bouw te plaatsen. Een andere vernieuwing waar Huysmans trots op is, is de werkmethode bij het nieuwe KPMG gebouw in Rotterdam. Bij dit project wordt gewerkt met een 4D datamodel waarmee alle bouwpartners gezamenlijk werken. (4D omdat ook het bouwproces, de tijd, er in wordt vastgelegd) ‘In China is het in veel gevallen al verplicht om met zo’n BIM (Building Information Model) te werken, hier beginnen we er schoorvoetend aan. Bouwpartijen willen nog steeds graag hun eigen tekeningen maken en willen de informatie niet afstaan. Bij de BIM zijn ze verplicht al hun informatie over te dragen en te verwerken in het gemeenschappelijke model.

De radicale opstelling van Slavenburg is niet voor elke bouwonderneming weggelegd, zo geeft Huysmans grif toe. ‘Beursgenoteerde bedrijven moeten zich veel meer op de directe winst richten, Slavenburg is een familiebedrijf en kan zich meer op zijn eigen visie richten. In 2005 hadden we een slecht jaar, toch stelden de aandeelhouders kwaliteit boven kwantiteit en zetten we onze uitgestippelde visie voort, zelfs toen we daarmee een opdracht van 40 miljoen misliepen’. ‘Het kan zoveel beter’ was haar motto tijdens de studie productietechnologie. Samen met Silvester Slavenburg lijkt het Huysmans te lukken om haar ideeën in de praktijk te realiseren.