Recensie —

Harttransplantatie

Erik Stekelenburg

Het hart van de Europawijk in het Haarlemse Schalkwijk kreeg door Marco Henssen Architecten een nieuw lichaam aangemeten. De bestaande verkaveling vormt tot en met het casco van de eerste bouwlaag en een twintigtal oorspronkelijke bewoners, de kern van een nieuwe gemeenschap.

In 2000 won Marco Henssen, toen nog partner in M3H Architecten, de prijsvraag die door Elan Wonen, toen nog Haarlemveste, was uitgeschreven voor de ontwikkelingslocatie Monacopad en omgeving in de Europawijk van het naoorlogse Schalkwijk in Haarlem. Het ontwerp van Henssen kreeg de voorkeur omdat hierin de bestaande hovenstructuur werd gehandhaafd, de casco’s werden hergebruikt en het project gefaseerd kon worden uitgevoerd. Twee hoven met 112 kleine 2-kamer bejaardenwoningen maakten plaats voor een senioren- en een gezinshof. Voor de 40 seniorenappartementen zijn twee naast elkaar liggende bejaardenwoningen bij elkaar getrokken en voor de 36 eengezinswoningen zijn twee verticaal aangrenzende bejaardenwoningen bij elkaar getrokken. Op de plek van de groene leerwerkplaats werd een derde hof gemaakt: de ‘speeltuinhof’ of ‘heemhof’ biedt plaats aan 12 maisonnettes, 8 appartementen begeleidwonen, dagopvang verstandelijk gehandicapten en een kinderdagverblijf. Opvallend aan het project De 3 Hoven is dat veel woningen via de hoven worden ontsloten, het achterom ligt aan straat.

DNA

Het bestaande hart van de Europawijk was zacht, kleinschalig, laag en opgemaakt uit losjes over het terrein uitgestrooide blokken. Dat is nog steeds zo, hoewel de losheid wordt ondergraven door de alomtegenwoordige hekwerken. ‘De 3 Hoven’ waren openbaar gedacht, maar twee hoven werden tijdens het proces afsluitbaar/collectief; het seniorenhof tijdens de aanbesteding en het gezinshof tijdens de verkoop.

Het opnieuw benutten van de stedenbouwkundige footprint tot en met het casco van de eerste bouwlaag heeft de huizenprijs niet gedrukt volgens de architect. Henssen geeft andere argumenten voor deze keuze: het beperken van sloopafval en inspraakmogelijkheden. “Een enveloppe die de bestaande lijnen volgt beperkt het aantal opties, zorgt voor eenvoudiger procedures, werpt een dam op tegen het volbouwen van de hoven en tempert de klachten. Het zorgt voor continuïteit, laat het geheugen van de stad intact.”

Aansluiting op de bestaande bebouwing is geen kwestie, dat gebeurt vanzelfsprekend. Het casco, bestaande stramienen, vlakverdelingen en het ritme van open en dichte vlakken zijn niet alleen behouden, maar hebben als een soort DNA richting gegeven aan het ontwerp, vooral bij de woningen die zijn ontstaan door de verticale samenvoeging van twee voormalige bejaardenwoningen.

Kantelen

Bij de eengezinswoningen hebben de meters onder de schuine kap plaatsgemaakt voor een kanteelvormige sequens van dakopbouwen en dakterrassen. Volgens de architect om de rijtjes minder massief te maken en er licht doorheen te laten stromen, vooral van belang voor omwonenden, en anderzijds om de bewoners met het dakterras een goede privé-buitenruimte te bieden. De associatie met kantelen en een vesting wordt ook opgeroepen door de spaarzame muuropeningen in de hoge delen, met als toppunt de laag geplaatste ramen op de hoogste bouwlaag aan de noordzijde. Ook hier spelen omwonenden een rol. De architect vertelde dat deze ramen de tegenoverliggende bewoners van het idee moeten verlossen dat er bij hen naar binnen wordt gekeken. Of dat werkt is nog maar de vraag. Een dergelijk ‘spiedraam’ laat de kijker voor het grootste deel schuilgaan achter de muur. Dat heeft wat van gluren en kan wel eens bedreigender zijn voor overburen dan een glaspartij waarbij een kijkende bewoner zich niet kan verschuilen.

Dripgalerij

Op één onderdeel bleek een kloof tussen architect en bewoner. De galerijen van het seniorenhof zijn niet standaard en dijen uit tot een soort woonstraat. Hierdoor kunnen de bewoners van de galerijwoningen bij wijze van spreken ook aan het hof zitten. Er zitten ook gaten in om daglicht onder de galerijen te brengen. Bewoners gaan ervan uit dat het onder een dergelijke galerij droog is, dat blijkt uit de plaatsing van de tafeltjes. Een begrijpelijke reflex. De galerijen zijn echter waterdoorlatend en na een regenbui blijft het nog minutenlang doordruppelen. Volgens een bewoner spreekt de architect over een dripgalerij, een leuk woord voor de kwestie, de architect ontkent overigens het woord ooit te hebben gebruikt. Het donorhart vertoont echter geen serieuze afstotingsverschijnselen, het klopt: in de lieflijke hofjes vloekt slechts hier en daar de uitstraling van een vesting.