Feature —

Rem goes East

Florentine Visser

Op uitnodiging van de burgemeester van Amman, Ing. Omar Maani, hield Rem Koolhaas op 18 juli een lezing in de hoofdstad van Jordanië. Het verhaal van Koolhaas werd met groot enthousiasme ontvangen en met intelligente vragen beantwoordt. Florentine Visser woont en werkt in Jordanië en doet verslag.

Toen ik drie jaar gelden in Amman neerstreek dacht ik de Nederlandse Esthetische Icoonarchitectuur achter me gelaten te hebben. Echter, Rem Koolhaas is na China nu ook in het Midden Oosten neergestreken. Sinds twee jaar is OMA/AMO actief in de Arabische wereld. Gebaseerd op wetenschappelijke programmatische analyses worden Kuwait, Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten, waaronder Dubai, voorzien van nieuwe architectuuriconen. Hoewel we deze volgens Koolhaas ook kunnen opvatten als anti-iconen – zoals het Dubai Renaissance project van OMA.

Wordt de hoofdstad van Jordanië, Amman, de volgende locatie voor een anti-icoon? Jordaanse architectuur is vooralsnog erg vormgericht, programmatische analyse is nieuw, net zoals een integratie van programma, context, techniek en klimaat in het ontwerp- en bouwproces. Daar ligt voor Koolhaas een interessante uitdaging. Geruchten gaan dat er een opdracht voor een operagebouw zit aan te komen.

Ik ben benieuwd naar de OMA of AMO’s analyse van de verhouding publiek-privé in deze traditioneel gesloten islamitische maatschappij, waar de commerciële sector op dit moment een grote druk op uitoefent, gedicteerd door de bekende Y€$ economie, met de $ als hoofdmotor in Amman. Volgens Koolhaas veroorzaakt de commerciële sector de markt voor icoonarchitectuur. Echter een bezoek van tien uur is niet voldoende om de vraag te beantwoorden over wat de impact is van de maatschappelijke segregatie in Amman tussen de westers georiënteerde bovenlaag en de traditionele in zichzelf gekeerde islamitische ‘basis van de bevolkingspiramide’.

Het entertainmentgehalte van architectuur is al jaren in opkomst. Gebouwen moeten vermaken. Wat ontbreekt is het menselijke aspect. Het antwoord op de vraag van de lokale architect Ammar Khammash, die een sobere humane architectuur voorstaat, kwam dan ook niet uit de verf. Koolhaas beperkt zich tot het uitdiepen van het ‘verrassingseffect van architectuur’ dat volgens hem op meerdere niveaus bekeken moet worden: is het incidenteel, eenmalig of ieder keer opnieuw – zoals hij ervaart bij het Pantheon in Rome. Daarbij ‘verkoopt’ architectuur terwijl het tegelijkertijd de mogelijkheid biedt om ‘bewustwording’ op te roepen.

De abstracte concepten waarmee OMA-projecten als de openbare bibliotheek in Seattle, de Nederlandse Ambassade in Berlijn en het Casa de Musica in Porto een bewustzijn creëren in levens waar het aan niets ontbreekt mogen in het westen een noodzaak zijn, in dit deel van de wereld heeft de gewone burger daar weinig voeling mee. Die is bezig te overleven, in materieel opzicht maar ook in sociaal-emotioneel opzicht, door de sterke sociale druk die het leven hier bepaalt. Vandaar dat ik het bewustwordingsaspect van architectuur wat overtrokken vindt voor een regio waar eerst nog aan basisbehoeften voldaan moet worden.

boven: uitbreiding van Ras al Khaimah door OMA
onder: de wijk Jabal Nathief in Amman

Het Midden Oosten heeft volgens Koolhaas unieke condities, hoewel het moeilijk is de gangbare Arabische cultuur terug te vinden in zijn presentatie, ondanks de referentiebeelden van Sana’a in Jemen die het project Ras Al Khaimah in Dubai begeleiden. Hij heeft echter volkomen gelijk als hij stelt dat westerse critici zich hypocriet opstellen als zij Dubai vergelijken met een door Albert Speer gedirigeerd Disneyland. Het zijn voornamelijk westerse architectenbureaus die voor de woestijn tuinstadachtige stedenbouwkundige plannen ontwerpen. De relatie met de context is totaal zoek. Koolhaas’ voorstel voor de uitbreiding van Ras al Khaimah maakt de nieuwe uitbreidingswijk compacter en ecologischer, met meer uitbreidingsmogelijkheden voor de toekomst.

Het wordt politiek interessant als Koolhaas bij het beantwoorden van een van de vragen overheden oproept flexibiliteit en subtiliteit in acht te nemen om tot homogene oplossingen te komen. Iets waar het volgens Koolhaas in de Nederlandse architectuur, waar architecten vreselijk hun best doen uniek te zijn, aan ontbreekt. Een situatie die ook voor Dubai geldt, waar je tussen de expressieve bomen van de hoogbouw het bos niet meer ziet.

Het is een geruststellend idee dat ook Koolhaas duurzaam verantwoord bouwen heeft ontdekt. De glazen bouwwerken van zijn bureau zijn ingenieus doorgerekend door ingenieurs om de ‘Global Footprint’ laag te houden. Graag zou ik ook de menselijke schaal en verhouding terugzien in de analytisch geconstrueerde modellen uit de ontwerpkoker van OMA. Ik zou Koolhaas dan ook willen uitnodigen om tijdens een volgend bezoek aan Amman eens te gaan kijken in Jabal Nathief, tegenover het gemeentehuis van Amman. De ‘ervaringsfactor’ van architectuur moet in deze wijk nog ontwikkeld worden. In de tussentijd hebben de bewoners meer behoefte aan een dak boven hun hoofd dan aan een operagebouw onder aan hun heuvel.

De ‘ervaringsfactor’van Amman ligt niet in haar gebouwen, maar in haar ligging over zestien heuvels, waardoor het perspectief op de stad continue verandert. Zoals het hoort in de Arabische wereld, niets is zeker en alles kan veranderen, daarom is het hier zo leuk. De verrassing zit in de sociale context – en dat geldt waarschijnlijk ook voor Rem. Ik kijk uit naar de eerste Arabisch gesproken opera in een echte Koolhaas.