Feature —

Vorm op Zuid

Stan van der Maas

Tijdens de internationale Masterclass van de 3e architectuurbiënnale ontwierpen zestig studenten een serie multifunctionele gebouwen voor Rotterdam Zuid. Sinds enige tijd worden daar de krachten gebundeld in een ‘Pact op Zuid’ om dit achtergestelde deel van Rotterdam vooruit te helpen. Woensdag 20 juni werden in Zaal de Unie de architectuurambities van Zuid tegen het licht gehouden.

Zondagochtend, uurtje of elf. Op mijn fiets naar Zuid. Willemsbrug over, langs de Hef, en de ‘brug’ van Unilever. Slalommen om de vele joggers langs de Maas. Binnenhaven, Rijnhaven, Maashaven, Stop. Verder kom ik ook dit keer niet. Fiets op slot, achteringang van deelgemeente Feijenoord. Is hier de tentoonstelling? De vele postertjes zeggen van wel. Lift in, tot de 6e verdieping. Op kartonnen tafels staan maquettes en liggen panelen uitgestald. Niemand te bekennen. Toch, in een hoek maakt een meisje haar huiswerk. Ik ben aangekomen bij Form and the City: de tentoonstelling.

‘Achterliggende decennia is er nauwelijks aandacht geweest voor Rotterdam-Zuid, alle aandacht ging naar Noord. Zelfs Kop van Zuid mag niet bij Zuid horen,’ lees ik op de website van de architectuurbiënnale. En daarom is er nu het Pact op Zuid: vijf ambtenaren die met een extra investeringsprogramma Zuid gaan optrekken tot het niveau van Noord. ‘Erop en erover,’ zegt Karin Schrederhof, programmamanager van Pact op Zuid, zonder er zelf in te geloven.

Het vervolg van Schrederhofs verhaal tijdens de avond in de Unie is wervelend. Sociaal, economisch en fysiek worden grote inspanningen geleverd om Zuid in tien jaar tijd weer aantrekkelijk te maken. Door werkloosheid aan te pakken, onderwijs en zorg te verbeteren, selectieve migratie te stoppen, ondernemerschap te stimuleren, de woningvoorraad te vernieuwen, in de openbare ruimte te investeren en de bewoners hun identiteit ‘terug’ te geven.

De workshop Form and the City, georganiseerd ter gelegenheid van de biënnale, heeft als inzet eerste schetsten op tafel te leggen voor dat nieuwe Zuid. De organisatoren van het Berlage Instituut en Columbia University laten niet na daar een ‘intellectuele’ agenda aan te koppelen. ‘Form and the City offers itself as a platform for a new debate on the limits and possibilities of formal thinking in architecture. Its purpose is to radically rethink the meaning of architectural form beyond the stereotypes of self-referentiality and indifference to intentions and programs. By challenging these clichés it aims to open a space for an alternative mode of discourse concerning architectural form in relation to the cultural, political and urban context. The master class is about praxis rather than abstract speculation.’ Zo luidt het opening statement van Pier Vittorio Aureli, Elia Zenghelis en Joan Ockman.

De architectuurcase in de Unie is georganiseerd door AIR. Met Ruud Reutelingsperger (Observatorium) als moderator, en Kristian Koreman (ZUS), Siebe Thissen (CBK), Michelle Provoost (Crimson) en Ruurd Gietema (KCAP) in het panel. Studenten en docenten van het Berlage-instituut zitten in de zaal. Centrale vraag: kan architectuur fungeren als katalysator bij de ontwikkeling van gebieden als Rotterdam Zuid? En hoe moet die architectuur er dan uitzien? Naar aanleiding van de gepresenteerde projecten rijst algauw de vraag of het inzetten van architectonische iconen als ontwikkelingsstrategie niet wat kort door de bocht is. Een heldere antwoord daarop komt met name van Michelle Provoost. ‘Er zijn ook kleine iconen (we zitten er in één). Het hoeft niet eens een gebouw te zijn.’ Een publieke ruimte, een plek kan een icoon zijn, volgens Provoost. Bovendien: een icoon staat nooit op zichzelf, maar is geworteld in een veel breder verband, een ‘grote visie,’ een programmatische context, vult Gietema aan. Eigenlijk is er dan al geen sprake meer van een katalysator, maar van ‘de kers op de taart.’ Zelfs Bilbao’s Guggenheim is niet meer dan dat, aldus Gietema.

Pier Aureli is ook aanwezig, hoewel niet als spreker. Steunend en zuchtend brengt hij de avond door, lost in translation. Aan het eind van het debat krijgt hij de kans om zijn hart te luchten: Pact op Zuid slaat de plank mis met de gehaaste toe-eigening van de ontwerpen van de masterclass als architectonische iconen van hun investeringsprogramma. De intentie van Form and the City was juist om een alternatief te formuleren voor de ‘icon fever.’ Geen architectonische hoogstandjes omwille van de architectuur, maar een resultante van culturele, politieke en sociale factoren. Het zoeken van die context is precies wat opvalt in de tentoonstelling. Toch stelt Aureli vervolgens: ‘Appearance is crucial.’  En ook dat valt op in de tentoonstelling. Waar de architectuur niet krachtig genoeg is, of juist zo krachtig dat ze alleen komt te staan, wordt de kans om welke pretenties dan ook tot uitdrukking te brengen hopeloos verspeeld. Waar ze aansluit op een onderbuikgevoel én het aanwezige potentieel; eureka, daar valt alles op zijn plaats.

Eigenlijk ondersteun ik zowel de intenties van het Pact op Zuid, als die van Form and the City, hoewel ze beide over the top gaan in hun formulering. Van mij mogen de mensen op Zuid net zo gelukkig zijn als die op Noord. En van mij hoeft architectuur niet altijd patserig te zijn, zie ik liever dat ze een verbinding aangaat met de mensen die haar gebruiken, de cultuur waarin zij tot stand komt en de plek waarin ze staat. Toegegeven, waar onze cultuur zelf patserig is, zal de architectuur dat ook zijn. Iedereen de dikste toren op de eerste rij, maar daarachter ergens op Zuid iets anders graag. Daar ga ik dan mooi wonen.