Recensie —

Leve de Vinex…

Harry den Hartog

Het woord Vinex roept zowel binnen als buiten de vakgemeenschap gevoelens van onbehagen op. Zelfs bureaus die betrokken waren bij de uitvoering van de Vinex zijn niet zelden vol kritiek. Volgens critici zullen Vinex-wijken dankzij hun eenzijdige samenstelling en slechte bouwkwaliteit de getto’s van de 21ste eeuw worden. Maar de aandacht is alweer verschoven, iedereen lijkt zich nu druk te maken over verrommeling. En terwijl we terugverlangen naar de rigide planning van weleer verschijnen de eerste lovende publicaties over Vinex.

De op Nederlands mooist gelegen Vinex-locatie (IJburg) wonende Volkskrant journalist Toine Heijmans, auteur van La Vie Vinex – Over leven in een nieuwbouwwijk zegt op zijn weblog dat de sociale verbanden in de Vinex hecht zijn. ‘Als er iets met me gebeurt ben ik nooit lang alleen.’ Toine bewierookt de burenhulp en pioniersmentaliteit die schijnen te bestaan op IJburg. Onduidelijk is wat dit zegt over het veronderstelde succes van de Vinex, burenhulp komt toch ook buiten de Vinex voor? Ondanks alle lof en goede ervaringen heeft Toine nog wel een puntje van kritiek. Er moet veel meer geld beschikbaar komen voor het beheer van de openbare ruimte. ‘Voor veel bewoners was het een schok toen de eerste graffiti in de wijk verscheen. Nu wordt er ook al in cocaïne gedeald en is er brand gesticht bij een school. Het is echte stad aan het worden!’

Het boekje Via Vinex is kritischer en laat zowel een bewoner als een recensent aan het woord komen. Vinex-bewoner Tim Donker (hij noemt zichzelf een links stemmende intellectuele dertiger en is postbode in Leidsche Rijn) prijst de Vinex-wijk als groeimodel: ‘hier kan nog van alles uit ontstaan. In tegenstelling tot oudere stadswijken waar bewoners de indruk wekken er altijd al gewoond te hebben en er tot in de eeuwigheid te zullen blijven wonen’, aldus Donkers. ‘Ik begrijp sowieso niet zo goed waarom je leefomgeving een soort vakantiepark zou moeten zijn waar alles voorhanden is.’

Hans Ibelings schreef in hetzelfde boek als tegenwicht een meer kritisch essay over de dubieuze totstandkoming van de Vinex (speculatie, bouwfraude, etc.), het gebrek aan medezeggenschap en de typologische gelijkvormigheid. Tegelijkertijd geeft hij de nodige kritiek op de eenkennigheid en vooroordelen die leven binnen de architectuurwereld. Met een reeks zorgvuldig gekozen foto’s bevestigt Via Vinex deze vooroordelen overigens onbedoeld. Zonder onderschrift is voor degenen die geen architectuurbladen lezen niet te zien waar de foto’s genomen zijn. Staat de woning op de foto in het Hollandse polderlandschap of op de Brabantse zandgronden? Betreft het de rand van de wijk of juist het centrum? Wie wonen er achter deze mooie gevels?

Als een van de eersten bracht het Ruimtelijk Planbureau een rapport uit over de Vinex. Met de weinig kritische, relativerende benadering die het RPB eigen is bejubelt Vinex! Een morfologische verkenning de grote variatie aan Vinex-wijken. Tijdens een debat op 16 mei bij de Rotterdamse Academie van Bouwkunst – waar Vinex-criticus Adri Duivesteijn debatteerde met de auteurs van de drie recente publicaties – lanceerde Han Lörzing een lijst met twaalf stellingen om alle vooroordelen tegen de Vinex te ontkrachten. Lörzing (medeauteur van het RPB-rapport) herinnerde ons er aan dat veel Vinex-locaties binnenstedelijk liggen, maar vergat daarbij dat de meeste kritiek juist is gericht op de buiten de stad gelegen uitleggebieden. Met droge ogen beweerde hij vervolgens dat het openbaar vervoer en voorzieningenniveau in vrijwel alle Vinex-en (planologisch gezien) klopt. De grote vraag is dan waarom een Vinex-wijk niet meer mag zijn dan een zielloze slaapstad met de bekende standaardvoorzieningen: een supermarkt, een snackbar en soms een postagentschap. Voor buitenstaanders valt hier doorgaans weinig te beleven. Verder wist Lörzing te melden dat bij het opstellen van de Vinex het autogebruik is onderschat. ‘De wijken waren oorspronkelijk zelfs bedoeld als auto-arme woonmilieus!’ Wederom een onbevredigend excuus. Straten vol opgepoetst blik tonen aan dat de flexibiliteit van deze wijken blijkbaar al tijdens de uitvoering ernstig tekort schoot. Het meest schokkend was echter zijn mededeling dat het gerealiseerde groen in veel Vinex-en boven de norm is. Het aantal vierkante meters groen weegt blijkbaar zwaarder dan de gebruikswaarde. Vinex-groen is (enkele uitzonderingen daargelaten) meestal niet veel meer dan restruimte of camouflage. Waar kun je, behalve in je eigen tuin, nog barbecuen en waar kunnen kinderen buitenspelen? Openbaar gebied als ontmoetingsplek heeft hier afgedaan.

Gelukkig geloofde Adri Duivenstein alle positieve verhalen van de boekenschrijvers niet. De Almeerse wethouder stelde terecht vast dat de bejubelde variatie slechts in de gevels aanwezig is en dat de achterliggende plattegronden (de essentie van het woongenot) praktisch identiek zijn. ‘Voor hetzelfde budget had een veel betere kwaliteit bereikt kunnen worden.’ De voortvarende socialistische wethouder werkt momenteel in Almere aan een plan om maar liefst 30.000 kavels in particulier opdrachtgeverschap uit te geven. Hij wil zo breken met de door institutionele krachten bepaalde bouwpraktijk die de Vinex heeft grootgemaakt. Aan de hand van het onder vakgenoten bekende strookje particulier ontwikkelde woningen aan de Scheepstimmermansstraat (Borneo 6/7 – Amsterdam) liet Duivenstein de grote variatie in plattegronden zien die mogelijk is. ‘Daar kan ik echt emotioneel van worden’, vertelde Duivenstijn. In het vervolg van zijn betoog moest de Vinex-confectie met woningtypes als manestraal en waterlelie het ontgelden.

De drie auteurs gingen daar natuurlijk tegenin. ‘Sinds de Woningwet is er vooral seriematig gebouwd. De Vinex toont voor het eerst enige variatie’, vindt Mattijs van’t Hoff, co-auteur van het boek Via Vinex. Lörzing deed hier een schepje bovenop met de onweerlegbare stelling dat veel Vinex-bewoners dikwijls heel tevreden zijn over hun woning. ‘Maar Nederlanders zijn sowieso een tevreden volk, volgens de statistieken’, verweerde Duivenstein zich. Het grote probleem van de Vinex is volgens de wethouder het winstbejag, in combinatie met een gebrek aan vrijheid. Ondanks de goede bedoelingen zijn de wijken door parkeernormen, speelplekkenbeleid, allerlei keurmerken en normeringen gemanipuleerd tot brave veilige wijken zonder enige spontaniteit. Door gebrek aan keuzemogelijkheden waren kopers bereid er flink voor te betalen en is veel geld op de verkeerde plek terecht gekomen.

Vinex lijkt voorlopig synoniem te blijven voor aan de snelweg gekoppelde buitenwijken vol varianten op de rijtjeswoning, gevelfratsen, een krappe openbare ruimte, onlogische straten met rare bochten en irritante verkeersdrempels. Vinex is vlees nog vis, stad nog land. Meerdere deskundigen (ontwikkelaars, corporaties en gemeenten) zijn het er over eens dat al voor 2025 herstructurering nodig zal zijn. Een lastige opgave dankzij het hoge percentage particulier bezit. Vinex was een groot commercieel succes maar is op negen van de tien locaties zowel sociaal, cultureel als stedenbouwkundig een gemiste kans. Dat valt met geen enkel boek goed te praten.