Opinie —

Voorstellen tot verbetering Europese aanbesteding

Oliver Thill

De voorzitter van de BNA, Jeroen van Schooten, uitte eind mei in het NRC Handelsblad kritiek op de wijze waarop in Nederland de regels voor de Europese aanbesteden worden toegepast. Hij krijgt bijval van Oliver Thill (Atelier Kempe Thill) die een aantal suggesties doet ter verbetering.

EU barcode, OMA/AMO 2001

Ons inziens is een wijziging van de Nederlandse aanbestedingspraktijk op korter termijn absoluut noodzakelijk wil Nederland in toekomst überhaupt nog een belangrijke rol in de internationale architectuurwereld spelen. Om hiervoor naar de lokale overheden toe relevante modellen te kunnen presenteren is het onze optiek vooral belangrijk om goed naar de huidige situatie en de interpretatie van de aanbestedingsregels in het buitenland te kijken. Op basis van onze kennis en werkervaring aan bouwprojecten in vier Europese landen kunnen wij hierover volgende uitspraken doen.

1  Dramatische hedendaagse situatie voor jonge architectenbureaus in Nederland

De huidige interpretatie van de Europese aanbestedingsregels door de Nederlandse overheid is buiten gewoon streng in vergelijking met andere landen in Europa. Ook voor relatief kleine bouwprojecten maakt de combinatie van hoge omzeteisen (vaak tussen de 1,5 miljoen en 2,5 miljoen per jaar) met gebouwde referentieprojecten het voor de jonge generatie architectenbureaus onmogelijk zich op deze markt überhaupt nog te kunnen manifesteren. In de praktijk heeft dat volgende consequenties:

– Onvoldoende doorstroming; jonge bureaus komen niet meer op de markt en kunnen zich niet goed ontwikkelen.

– De opdrachten worden onder een steeds kleiner wordende groep van steeds ouder wordende architecten verdeeld (gemiddelde leeftijd ligt naar onze schatting inmiddels rond de 55 jaar).

– Deze bureaus krijgen steeds meer overheidsopdrachten; door de toenemende hoeveelheid opdrachten binnen deze bureaus daalt de kwaliteit.

– De jonge generatie binnen dit systeem rest nog slechts drie opties:

a) Fuseren met een gevestigd bureau (hierdoor komt de ontwerpkwaliteit bijna altijd enorm onder druk te staan).

b) Allianties vormen met facilitaire bureaus (hierdoor komt de uitvoeringskwaliteit onder druk te staan en bouwen de bureaus geen structuren op om zelfstandig te kunnen werken).

c) Uitwijken naar het buitenland.

Wij denken dat deze situatie buitengewoon ernstig is en op korte termijn naar een nog veel groter kwaliteitsverlies van de Nederlandse architectuur zal leiden. Ons is dan ook geen Nederlands architectenbureau onder de ‘40 jaar’ bekend:

– Met relevante opdrachten in de scholenbouw.

– Opdrachten voor overheidsvoorzieningen (behalve RGD opdrachten met honorarium kleiner dan 130.000 euro).

– Opdrachten voor ziekenhuizen, universiteiten, musea etc.

2 Situatie in het buitenland

De strenge invulling van de Europese aanbestedingsrichtlijnen is een Nederlands probleem. Kijkend naar het buitenland valt op dat daar de regels veel soepeler worden geïnterpreteerd. Uit onze eigen ervaring kunnen wij hierover het volgende mededelen:

A) België

België kent sinds een aantal jaren het systeem van de ‘open oproep’. Hierbij wordt naast referentieprojecten, ook de kwaliteit van het werk zelf meegewogen. Per selectieronde worden vijf bureaus uitgenodigd, waar bijna altijd een jong bureau (met weinig ervaring) en een bureau uit het buitenland tussen zit. De opdrachtgrootte varieert tussen 0,5 – 50 miljoen euro. Dit systeem maakt het mogelijk dat jonge Belgische bureaus zich beter kunnen ontwikkelen en dat de kwaliteit van overheidsgebouwen duidelijk toeneemt.

B) Duitsland

Duitsland kent sinds een aantal jaren het systeem van besloten prijsvragen, potentiële deelnemers moeten zich hiervoor inschrijven. Vervolgens worden 25 bureaus uitgenodigd deel te nemen aan de prijsvraag. Ook hierbij worden jonge bureaus uit eigen land als ook bureaus uit het buitenland uitgenodigd. Wij zijn in het verleden vier keer uitgenodigd voor altijd relatief grote projecten (bouwsom groter dan 10 miljoen euro). Een van deze prijsvragen hebben wij gewonnen en leidde tot een opdracht (Jugendherberge Prora).

C) Oostenrijk

In Oostenrijk wordt – net als in Spanje – nog steeds een groot deel van alle openbare opdrachten verdeelt via het systeem van open prijsvragen waaraan vaak zeer veel bureaus deelnemen. Hierdoor is er zeer zware concurrentie, maar kunnen nieuwkomers zich wel op de markt te manifesteren. Een ander deel van de openbare opdrachten wordt verdeeld via besloten prijsvragen inclusief betaling op basis van inschrijving met referenties, ook hiervoor worden jonge bureaus uitgenodigd.

3 Voorstel aan de Nederlandse overheid

Om de kwaliteit van de Nederlandse (overheids)architectuur te verbeteren, nu en in de toekomst, lijkt het ons noodzakelijk dat de praktijk van aanbestedingen wordt veranderd. Om een beter systeem met meer doorstroom te garanderen, hebben wij volgende suggesties:

– De omzeteis relateren aan de hoogte van het architectenhonorarium. Voorstel: honorarium opdracht = hoogte eis jaaromzet. Dit systeem biedt in onze optiek voldoende zekerheid voor de opdrachtgever aangezien de opdracht bij een looptijd van gemiddeld vijf jaar per project nooit meer dan 20% van de werkzaamheden van het architectenbureau uit zal maken.

– Uitzonderingsregel kleine bureaus. Per selectie bestaat 20% van de geselecteerden uit jonge en kleine bureaus, die niet voldoende omzet of referenties hebben.

– Verdeling van een bepaald percentage overheidsopdrachten via open of besloten internationale prijsvragen, bijvoorbeeld 5 tot 10%. Hiervoor zouden bijvoorbeeld de belangrijke sleutelprojecten in aanmerking kunnen komen.

– Het kritische herzien van de 'design- en build' praktijk door de overheid. Beperking van het percentage design- en build opdrachten door de overheid, maximaal 10% van alle overheidsopdrachten.