Feature —

Cityscape & Vertigo

Martin van Schaik

Sinds kort staat aan de Brusselse Guldenvlieslaan een monumentale houten sculptuur van de Belgische Star-designer Arne Quinze. Op de dag van de inhuldiging van Quinzes Cityscape gooide pretpark Walibi ’s avonds zijn deuren open voor de luchtdoop van de attractie Vertigo, aangekleed en in scène gezet door het jonge architectentrio AgwA. Twee volmaakte tegenpolen: Brussels hoop in bange dagen?

Arne Quinze, oprichter en zaakvoerder van ‘sfeermakers’ c.q. ontwerpers Quinze & Milan, is neergestreken in Brussel. Groot feest in’t dorp. Politici buitelen over elkaar heen om met de man – spreek uit als kwinze, en dus niet als ‘vijftien’ – op de foto te mogen. De pers laat zich enthousiast voor de kar van de talentvolle ontwerper spannen. Quinze komt ‘Brussel op de kaart zetten’ en geen superlatief wordt geschuwd; aanschouw de zoveelste tornado in het hoofdstedelijk glaasje water.

Cityscape, aanleiding voor alle ophef, is geconstrueerd op een braakliggend terrein in de vanouds chique Louisawijk, pal tegenover het strak-laatmodernistische Hiltonhotel. Op uitnodiging van de plaatselijke middenstand en met ondersteuning van een fabrikant van snelle stadsautootjes, knutselde Quinze met zijn team in korte tijd een houten gevaarte in elkaar op een stuk grond dat al enkele jaren wacht op de realisatie van een groot woonwinkelcomplex. De sculptuur blijft een jaar staan, totdat alle procedures en bouwvergunningen rond zijn, en geeft de voorzet voor de algehele revamp en re-branding van de winkelwijk, die – inderdaad – ooit betere tijden heeft gekend.

De gelijkenissen met Quinzes eerdere constructies liggen voor de hand. Zoals bij de bouw van zijn magistrale Uchronia tijdens het festival Burning Man in Amerika (zie link onder), gebruikt Quinze in Brussel eenvoudige naaldhouten latten als basismateriaal, die hij samenvlecht tot gigantische vogelnesten of doornenkransen. Ontzettend knap. In Brussel tilt hij zijn houtjeswolk op stelten. Het resultaat is nu eens geen voorwereldlijke grot maar een kleine, kekke urban parasol, glad en minder grillig, met strakke contouren en dicht geweven structuur waar betrekkelijk weinig licht doorheen filtert. Hoewel het ding feitelijk enorm is (25×40 m op palen van 12 m) valt het op de schaal van de Brusselse ringboulevards in het niet. Met zijn aandoenlijke bochel, donutvormige oculus en zeepaardsnoet is het houten oerbeest eerder aaibaar dan ontzagwekkend. Met een beetje goede wil kun je meegaan in de retoriek van de maker (‘frozen movement; speed caught in time’); onder bepaalde hoeken lijkt Cityscape inderdaad een grote zwerm luciferhoutjes die, door middelpuntzoekende krachten bijeengehouden, in hun tomeloze woelingen verstild zijn.

Maar de kracht van het project ligt ergens anders. Cityscape opent een normaliter achter schuttingen verborgen terrain vague en tovert dat om tot een klassieke stedelijke ontmoetingsplek. Het grondvlak is bedekt met fijn wit grind (anyone for jeu de boules?), her en der staan betonnen bankjes. Hoewel er bij de opening veel licht-en geluidsgeweld aan te pas kwam, is de plek doorgaans het decor voor idyllische zondagstaferelen. Passanten gaan bij mooi weer even zitten, koppeltjes knuffelen, kinderen en honden vermaken zich in het zand. De ontwapenende, burgerlijke alledaagsheid van het project legt een wond bloot. Brusselaars snakken naar een simpel parkje om de hoek. Cityscape maakt het gebrek aan goede, publieke ruimten in deze vreugdeloze stad pijnlijk duidelijk. Alleen soms, als de wind opsteekt en het zand de mensen om de oren blaast, lijkt het machtige strandbeest tot leven te komen en wordt de plek een ruige, schitterend kale bouwvlakte. Dan waan je je, heel even, in de woestijn van zuidwest Amerika.

1/m 3: Vertigo door AgwA in pretpark Walibi Belgium, nabij Brussel

Beinahe nichts

Misschien niet de meest voor de hand liggende plek om goede architectuur te zoeken: Walibi, pretpark ten zuidoosten van Brussel, met een buideldier als logo. Het Belgische architectentrio AgwA – wiens werk er al uit sprong tijdens de laatste aflevering van de tentoonstelling Re: Nouveaux plaisirs d’architecture – kreeg na deelname aan een besloten prijsvraag de opdracht de enscenering van de nieuwe Walibi-attractie Vertigo vorm te geven. De ride is ontworpen door een Oostenrijkse kabelbanenfabrikant en heeft dan ook veel weg van een op hol geslagen stoeltjeslift. In strikte zin behelsde de opgave de aankleding van de machinerie die de bezoekers de lucht in schiet, en de vormgeving van de toegang, wachtzones en het landschap rond de attractie.

Vertigo benader je door een lange sleuf omzoomd door witgespoten golfplaat, waarna je oog in oog staat met een maagdelijk grasheuveltje waarop een schuur uit helder blauw polycarbonaat is neergestreken. Om de attractie te bereiken beweeg je in een sierlijke bocht om het gebouw heen. Vervolgens dring je via een slingerend pad de gestreepte blauwe schil binnen die op verschillende plaatsen van de grond gelicht is en zo zicht biedt op de stampende machinekamer.

Wat misschien klinkt als een gebouwd cliché wordt op geen enkel moment banaal. Nergens overvalt je het beklemmende gevoel dat er ‘Architectuur’ gemaakt moest worden, niets oogt gekunsteld of overmatig gestyled. De koelblauwe bonbon is een eenvoudige undecorated shed, die, naargelang de positie van de bezoeker en het invallend licht, afwisselend associaties oproept met een boerenschuur of ruimtetuig. Het object en zijn omgeving zijn sereen en vrolijk tegelijk. In zijn ambiguïteit is Vertigo zowel grappig als poëtisch, en in zijn eenvoud gewoon meesterlijk.

De omkering is frappant: terwijl steden zich nolens volens overleveren aan designer stardom, kortstondige hypes en andere pretparkerij, moet goede, pretentieloze architectuur het in de marges zien te rooien. Brussel is geen New York, Walibi geen Coney Island. Toch verschuilt de toekomst zich vaak op onverwachte plekken. Hopelijk slaat de vonk over naar de hoofdstad.