Recensie —

Een huis voor glas

Philip Willaert

Met het Glazen Huis is Lommel een attractie en een centrum rijker. Wie het plaatsje bezoekt, kan het gloednieuwe gebouw nauwelijks ontlopen. Zijn kegelvormige spits priemt opzichtig een gat in de wolken en markeert de skyline van het sluimerende Limburgse stadje.

Nu nog valt het Glazen Huis onder toezicht van de toeristische dienst van de stad, maar vanaf volgend jaar zal het deel uitmaken van wat genoemd wordt het Regionaal Toeristisch Bezoekerscentrum(RTB). Dat houdt in dat het glascentrum een uitstraling beoogt tot over de stadsgrenzen heen. In het zog van dit centrum zullen dan een resem streekproducten worden verkocht zoals kaas, bier en brood van de abdij van Postel. De bedoeling achter het centrum is het glasverhaal uit te dragen. Een verhaal dat vertrekt vanuit de grondstof van glas namelijk het witte kwartszand uit de streek. Het is heus geen toeval dat uitgerekend op deze plek een glascentrum werd opgericht. Lommel, Dessel, en Mol gelden als belangrijke centra voor zandwinning.

Cultuuras

Met de bouw van het Glazen Huis heeft de stad Lommel een duidelijk signaal gegeven dat ze hedendaagse architectuur hoog in het vaandel draagt, het Glazen Huis is namelijk geen alleenstaand architecturaal wapenfeit. Wie naar Lommel trekt, ontdekt niet alleen overrompelend natuurschoon. Recente publieke gebouwen kregen een monumentaal karakter, met oog voor architecturale kwaliteit en met een zekere belevingsgraad zoals het betaamt in een evenementeneconomie. In 2002 werd de evenementenhal De Soeverein, een ontwerp van het Italiaanse stel Afra en Tobia Scarpa in samenwerking met Vittorio Simoni, opgetrokken – vioolvirtuoos André Rieu speelde tijdens openingsconcert voor 6.000 toeschouwers. Drie jaar later was het de beurt aan de gevierde architect Jo Crépain; Hij bedacht een riant stadhuis dat vandaag onder de wat weke benaming 'Huis van de stad' de toekomst afwacht. Het was de vorige burgemeester, Louis Van Velthoven die de stad impulsen gaf op het vlak van architectuur en ruimtelijke ordening. Ook pakt Lommel systematisch de ontsluiting van dichtgeslibde binnengebieden aan, zo creëert het Glazen Huis een doorgang naar het verderop gelegen cultuurcentrum De Adelberg en heeft  de stad in één klap een echte cultuuras.

Ledlampjes

Het Glazen Huis is een brok in het oog springende architectuur naar ontwerp van Philippe Samyn and Partners. Samyn is vooral bekend om zijn staalbouw en dat keurmerk heeft hij ook in Lommel achtergelaten. In het concept van de Brusselse architect schuiven twee volumes in elkaar. Een zes meter hoge glazen kist en een verdieping onder de grond herbergen expositieruimten. Het publiek kan vanuit de tentoonstellingsruimte in het atelier kijken waar de smeltoven dag en nacht wordt opgestookt tot 1.200 graden. De glazen kegel van Samyn wil blikvanger en attractiepool zijn. Het is een welgemeend fantasietje, het is een spel van opgestapelde driehoekige raamkaders die het oog verstrooit. Je kunt na het beklimmen van heel wat trappen boven in de spits, zestien meter boven de grond, genieten van een riant uitzicht over de stad. Sommigen noemen het geslaagde sensatie- of belevingsarchitectuur, anderen zullen er moeite mee hebben omdat de constructie tegenover broze en breekbare glasobjecten te verpletterend overkomt. Weer anderen betwisten de functionaliteit van het gebouw als tentoonstellingsruimte.

‘s Avonds sieren honderden ledlampjes in wisselende kleuren de opzichtige kegel. Oorspronkelijk wou architect Philippe Samyn de zintuigen nog meer strelen met klanksensoren, beeldprojecties en zelfs met een geurinstallatie binnen de conische structuur. Maar zoals het gebouw zich vandaag manifesteert, is het voor Lommel meer dan genoeg.