Feature —

Huis van Oranje

Philip Willaert

Met Mijn Huis, Mijn Architect houden ruim 200 Belgische architecten in het laatste weekend van september open huis. Een leuk initiatief waar bouwlustigen frisse ideeën op kunnen snuiven.

De geschiedenis van Mijn Huis, Mijn Architect gaat terug tot eind jaren tachtig van de vorige eeuw. Op initiatief van architect Cecile Feron organiseerde de Orde van Architecten toen twee edities van de open dag. Maar toen bezielster Feron overleed, viel alles stil. In maart 2000 kwam het evenement weer van de grond, en met succes. Vorig jaar bracht het 27.000 bezoekers op de been. Dat Mijn Huis, Mijn Architect bij een breed publiek aanslaat is niet verwonderlijk: architectuur is nauw met ons leven verbonden. En voor wie plannen heeft om te bouwen of te verbouwen is het een goede gelegenheid om eens uitgebreid te proeven van woningarchitectuur. Het aardige aan heel het evenement is, dat de architect zijn creatie ter plaatse toelicht.

Over de grens

Een noviteit van deze editie is dat Mijn Huis, Mijn Architect nu ook over de grens trekt. In het Nederlandse Weert (Limburg) bouwde architect Jos Vanderperren een ‘zomerkamer’ in staalskeletbouw. De nieuwe woning van Rob en Marij aan de oever van een waterpartij in het Limburgse Weert (NL) oogt open en transparant. Grote glaspartijen richten zich vrijelijk naar de omliggende natuur. Op elk moment geniet het echtpaar van het brede zicht op het omliggende landschap. Rob: ‘Aanvankelijk droomden we van een “zomerkamer”, maar we vinden de plek zo overweldigend. Ook in de winter krijg je ons hier niet meer uit. Onze woonervaring is daarvoor te sterk en vol nieuwe uitdagingen. Je zit altijd schitterend.’

In België geldt Jos Vanderperren als een pionier op het gebied van de staalbouw. Ook in Weert koos hij voor deze bouwtechniek, die een flexibele indeling van de ruimte mogelijk maakt. Dat Rob en Marij de architect resoluut volgden in zijn keuze is geen toeval. Met de jaren ontwikkelde het stel een andere en vernieuwende kijk op wonen en bouwen. Rob: ‘Dit doe je niet in één jaar. Jaren bezochten we musea en daar zie je toch vaak nieuwe toegespitste bouwprincipes als staalstructuur, zwevende vloeren, beton en allerhande elementen die uit de industriebouw zijn overgewaaid naar de woningbouw. Insel Hombroich, De Kunsthal in Rotterdam, de universiteitsbibliotheek van Wiel Arets… We hebben lang genoeg rondgekeken en zijn dus niet over een nacht ijs gegaan.’

Heilige Huisjes

Rob en Marij ontmoetten Jos Vanderperren zes jaar geleden in Rotterdam tijdens de woonmarkt Heilige Huisjes in het Nederlands Architectuurinstituut (NAi). Met deze manifestatie wilde de Nederlandse overheid particuliere bouwinitiatieven aanmoedigen en een tegenwicht bieden tegen de veelal eentonige Vinex-locaties. Het stel voelde zich aangesproken door de hedendaagse staalbouwconcepten van de Belgische architect die bovendien weet om te gaan met de individuele grillen en eisen van zijn opdrachtgevers.

Metaforen

Hoewel de architect bestaande elementen een rol laat spelen in zijn concepten, weet hij te prikkelen met scherpe en gedurfde accenten zonder te vervallen in grote gebaren. Zo ontwikkelde hij een carport met bergruimte in staalstructuur. De nieuw gebouwde delen spreken een onmisbaar hedendaagse taal en distantiëren zich consequent van de oer-Hollandse bouwstijl van het bestaande woonhuis, zonder evenwel de samenhang ervan te loochenen. Beide woonvolumes weet Vanderperren perfect op elkaar af te stemmen. De interne circulatie van ‘oud’ naar ‘nieuw’ gebeurt nagenoeg naadloos via een intermediaire ‘sluis’. Om het contrast tussen bestaand en nieuw volume extra te onderlijnen, beklede de architect sandwichpanelen met een levendige oranje korrel. De kleur refereert niet alleen aan het Huis van Oranje maar in eerste instantie aan de typische dakpannen in de streek. Kortom, aan metaforen geen gebrek.

In de gesloten oranje wand stulpt het raam als een aquarium naar buiten waardoor het landschap aan de andere kant van de woning zich ongehinderd aan de blik presenteert.