Recensie —

Dynamische kleurruimte

Stijn Hooijer

Een deel van het Groninger Museum staat in het teken van de tentoonstelling P. Struycken: het digitale paradijs. Peter Struycken is er alom aanwezig; in het tentoongestelde werk, maar ook in het interieur. De kunstenaar, beroemd om zijn specifieke omgang met kleur, structuur en vorm, raakte al vroeg geïnteresseerd in een samenwerking tussen verschillende disciplines. Voor het Groninger Museum ontwierp hij in 1994 en 1999 in opdracht van toenmalig directeur Frans Haks twee kleurenpaletten voor de inrichting van de nieuwbouw.

Na zijn studie aan de Koninklijke Academie in Den Haag van 1956 tot 1961, schilderde Peter Struycken (1939) figuratief. Hij werd gefascineerd door de verschillen en overeenkomsten in de visuele werkelijkheid. Zo interesseerde een rij bomen hem meer dan een specifiek exemplaar. Met zijn kunst wilde Struycken de onderliggende structuur van de zintuiglijke werkelijkheid blootleggen. Een landschapschilderij bleek hem echter geen eenduidig beeld van de innerlijke wetmatigheid op te leveren, aangezien allerlei keuzes, zoals de juiste uitsnede, het beeld willekeurig maakten.

Toen Struycken in 1968 als een van de eerste kunstenaars de computer gingen gebruiken, ontdekte hij een module die de basis is gaan vormen voor al zijn werk, zowel twee- en driedimensionaal als virtueel: een dynamisch veranderende, onbegrensde kleurruimte. Met behulp van dit systeem probeert de kunstenaar de samenhang in de natuur op een kunstmatige manier na te bootsen. Struycken ontwerpt geen concreet beeld, maar bepaalt regels waaraan zijn kleurbeelden moeten voldoen. Kleuren kunnen aan de hand van verschillende eigenschappen, zoals toon, helderheid en verzadiging, worden vergeleken. Bij ieder werk stelt hij van te voren de specifieke verhoudingen vast waaraan de kleuren moeten voldoen. De computer toont de uitkomsten en de kunstenaar kiest daar intuïtief de beste uit. Bewust creëert Struycken zo een wereld die parallel staat aan de alledaagse werkelijkheid.

De relatie met het Groninger Museum is hecht en stamt al uit 1965, toen het eerste werk van Struycken werd aangekocht. In deze vierde solotentoonstelling in het museum wordt Struyckens vrije kunst gecombineerd met zijn werken in opdracht, uiteenlopend van de Koningin Beatrix postzegel tot architectuurgerelateerde opdrachten in de openbare ruimte, zoals het dynamische lichtkunstwerk onder het NAi in Rotterdam. Om zo min mogelijk afbreuk te doen aan de ervaring van monumentale werken is er niet gekozen voor gewoon documentatiemateriaal. Struycken zelf kwam met het idee de sferische, interactieve panorama’s van zijn broer te gebruiken. Carel Struycken (1948) is vanwege zijn markante uiterlijk vooral bekend als acteur in Amerikaanse series als The Addams Family en Star Trek, maar sinds een aantal jaren houdt hij zich ook bezig met fotografie. Zijn sferische foto’s tonen een digitale presentatie van enkele architectuurgebonden projecten van Peter Struycken in de vorm van een driedimensionale bol. De ruimte kan door de toeschouwer van alle kanten bekeken worden, waardoor het gevoel ontstaat zelf in de geprojecteerde ruimte te staan.

De techniek van de panorama’s werkt zo overtuigend dat de museumzalen ondergeschikt dreigen te raken aan de geprojecteerde architecturale omgevingen. Groningen wordt zonder slag of stoot ingeruild voor de Blauwe Golven in Arnhem. De autonome tweedimensionale kunstwerken in de tentoonstelling worden daardoor naar de achtergrond gedwongen. Dat is jammer, juist omdat Struycken de wisselwerking tussen vrij werk en werk in opdracht van essentieel belang vindt. De vrijheid die hij in zijn autonome werk geniet, maakt dat hij zijn eigen stempel weet te drukken op de toegepaste kunstprojecten, waardoor deze meer kunnen zijn dan alleen vormgeving. De scheve verhouding viel echter te verwachten, weet ook de kunstenaar zelf. Ruimtelijkheid en dynamiek spreken de zintuigen directer aan dan een statisch plat vlak. Er wordt bijna automatisch intensiever naar gekeken, terwijl voor een abstract schilderij meer moeite gedaan moet worden.

Een werk dat speciaal voor de tentoonstelling in het Groninger Museum is gemaakt, bevindt zich in het Coop Himmelb(l)au paviljoen. Hier toont Struycken een dynamisch kleurbeeld bij de compositie … explosante-fixe…(1971-1993) van de Franse componist Pierre Boulez (1925). In de verduisterde ruimte staan en hangen vijf schermen verspreid door de zaal. Sommige schermen zijn gekanteld en refereren daardoor aan de schuine vloeren van het paviljoen. Bovendien wordt hiermee de ruimtelijkheid benadrukt, die zowel de muziek als de beelden kenmerkt. De muziek klinkt en op de schermen wisselen wervelende, vloeiende vormen in allerlei kleuren elkaar af. Weg is de sleur van alledag!