Feature —

Het Pekingnese Probleem

Bert de Muynck

Haast evenredig met de spectaculaire ontwikkeling van de Chinese steden is de groei van het aantal huisdieren in het straatbeeld. Naar verwachting zullen tegen 2050 500 miljoen huiskatten en -honden deel uitmaken van de Chinese samenleving. Speciaal voor dierendag een analyse.

Het is een steeds terugkerende vraag die ik van vrienden in Europa krijg, of ik al hond heb gegeten. Meestal probeer ik zo goed als ik kan het antwoord schuldig te blijven en vertel hen in principe niet. Je kan namelijk nooit met zekerheid vast stellen wat de restaurants hier door je soep mengen, maar in Beijng heb ik hond in ieder geval  nooit op het menu zien staan; zwaan, schildpad en slang daarentegen wel, gegeten en aan te bevelen. De hond in China bevindt zich in een vreemde situatie; ergens tussen het sudderen in de stoofpot en het luxueuze verblijf in een Gucci-handtas in.

De opkomst van een groeiende middenklasse en het aanhoudende één-kind-beleid heeft een situatie geschapen waar financiële, sociale en emotionele ruimte is voor huisdieren. Waar tot voor enkele decennia krekels, kleine vogels, en enkele vissen voor een goede feng shui, nog tot de norm behoorden, duiken nu overal honden, en in mindere mate katten, in het straatbeeld op. Iedere buurt in de hoofdstad heeft nu een hondensalon en in de buitenwijken rijzen trainingcentra als paddestoelen uit de grond op. Vroeger waren honden het teken van een verwerpelijke bourgeois levensstijl, nu is het voor de generatie van de Chuppies (Chinese Yuppies) een statussymbool, haast surrogaatkinderen, en pet fashion designer een officieel erkend beroep. Toen begin jaren negentig in de supermarkten de eerste blikken hondenvoer opdoken, meenden niet weinig mensen dat het hier de lekkernij hond-in-blik betrof.

Om aan de ongebreidelde opkomst van honden paal en perk te stellen introduceerde de regering de voorbije jaren ook een één-hond-beleid. Protest van misnoegde hoofdstedelijke bewoners bleef niet uit. Midden jaren negentig had de regering al een andere wet in voegen gesteld om een mogelijke hondenepidemie tegen de gaan; honden groter dan 35 centimeter werden uit het centrum verbannen. Een simpele blik op het hedendaagse straatbeeld lijkt er op te wijzen dat men vandaag lichtjes flexibeler is geworden, en dat terwijl officieel de boete voor het hebben van een te grote hond rond de 500 euro ligt. De investering in een hond is niet gering; 100 euro voor de jaarlijkse registratie, zowat een vijfde van een gemiddeld maandloon. Kosten voor verzorging in een hondensalon, manicure, haarspoeling, etc… lopen op tot gemiddeld 20 euro per beurt.

Sinds het begin van 2007 werden in Beijng alleen al meer dan 100.000 honden geregistreerd, wat het totale aantal op meer dan 700.000 brengt, en dat op een bevolking van ongeveer 18 miljoen (12 miljoen vaste inwoners en 6 miljoen Chinese migranten). Volgens Xinhua News brengt deze dierlijke aanwas nieuwe sociale problemen met zich mee; ongeregeld geblaf en geren op publieke plaatsen, een groeiend aantal verweesde straathonden en rond de 80.000 aanvallen per jaar op mensen. Dit betekent dat ruwweg iedere 6 minuten iemand het slachtoffer van een hond wordt. In 2006, het jaar van de hond, stierven in China 3000 mensen aan beten van honden met hondsdolheid, in 1996 waren dat er nog maar 159.

Voor architecten en stedelijke onderzoekers is Beijng en haar grootste en chaotische ontwikkeling geen makkelijke opgave. Niet zelden voel ik me als Franz Bibferkopf uit Alfred Döblins Berlijn Alexanderplatz; “Franz begint de stad te bekijken en te besnuffelen als een hond die het spoor kwijt is. Wat is dat eigenlijk voor een stad, en wat een grote stad, en een lawaai, Jezus, wat een lawaai, hoe lang heeft hij hier nu al niet gewoond, al heel lang.” Iedereen lijkt hier zich af te vragen welke stad dit nu eigenlijk is. De voortdurende herhaling van sloop en opbouw die op het zenuwstelsel inwerkt en die de hoop belichaamt dat hier een nieuwe soort stad wordt gebouwd met ongekende mogelijkheden en werk, vertoont frappante gelijkenis met het Pavlov-experiment waar de herhaling van een prikkel inwerkt op de speekselklieren van een hond.