Feature —

Open laten of ontwerpen

Bart Cosijn

De eerste lezing in de Capita Selecta serie Relax! op de Academie van Bouwkunst in Amsterdam werd op 13 september gegeven door ZUS (Zones Urbaines Sensibles). Met een in alle richtingen uitvloeiende collage van observaties, eigen werk, filosofische bespiegelingen, geschiedkundige verklaringen, obsessies en referenties lieten Jonge Maaskantprijs winnaars Kristian Koreman en Elma van Boxel zien hoe breed hun benadering is. Tegelijkertijd bleek het zo nu en dan lastig om hun boodschap helder voor het voetlicht te brengen.

Koreman en Van Boxel legden een verbinding tussen werk en vermaak 'The labor law was also the leisure law.' Er heeft een verschuiving plaatsgevonden in de verhouding tussen de hoeveelheid werktijd in een week en de momenten waarop vrije tijd genoten kan worden. In plaats van dat een dag waarop niet gewerkt wordt een uitzondering is, 'a holyday', constateert ZUS dat nu het omgekeerde geldt. De toestand van vermaak is alom aanwezig, nagenoeg oneindig: ‘work is the denial of leisure time’. Ze verwezen in hun verhaal naar het boek Pret van Tracy Metz. Ook de foto’s van Bas Princen vormen een belangrijke inspiratiebron voor ZUS. Zijn foto’s van het informele gebruik van landschappen, van plekken die in eerste instantie weinig ‘leisure kwaliteit’ in zich lijken te hebben, tonen volgens Koreman en Van Boxel aan dat niet alles tot de laatste vierkante meter ontworpen hoeft te worden.

Volgens ZUS werd de festival modus al uitgevonden in het oude Griekenland. Plekken in de stad waar men samen kwam om handel te drijven, werden steeds vaker ook gebruikt om de vrije tijd door te brengen. De marktplaats als festivalterrein ging echter aan zijn succes ten onder, stelt ZUS. Later begonnen de Romeinen aan hun opmars. Op het moment dat de Romeinen geen grote veroveringen meer deden omdat de buitengrenzen van hun rijk vast lagen ging het mis 'If you do not have things to do, you start to burn down your own cities'. Het Romeinse rijk stortte in en de donkere jaren van de Middeleeuwen braken aan. Beschutte tuinen waren de nieuwe plekken om tot rust te komen. Toen deze tuinen een succes werden begon men parken aan te leggen, de voorlaatste schaalsprong naar het totale Leisure landscape.

ZUS gaf vervolgens enige voorbeelden van het landschap van vermaak zoals een strand bij de Erasmusbrug in Rotterdam, dat alleen in de zomer wordt ingericht. Deze tijdelijke bouwwerken ziet ZUS als lichte stedenbouw, tijdelijk aangepast aan specifieke behoeftes. De inventieve mens vermaakt zich op plekken die daar niet voor bedoeld zijn. Volgens ZUS is de ecologie van vermaak een vorm van lichte stedenbouw en een nieuwe manier om na te denken over de stad.

Zo haalde ZUS ook het Formule 1 evenement in Rotterdam aan. In Augustus reden er snelle racewagens door de stad, waar grote stukken van Rotterdam voor werden afgezet. Het was daarom onmogelijk om het evenement te negeren. Door een gebrek aan tribunes om de auto’s goed te kunnen zien, zag je veel mensen met hun eigen keukentrap langs de route staan. ZUS zag hierin een link met Nieuw Babylon van Constant: een gestapeld landschap waar de nieuwe mens zich al traplopend doorheen beweegt. Een te dominant evenement in een te drukke evenementenagenda, zo concludeerde ZUS, een conclusie die Koreman en Van Boxel echter meer als stadsbewoners leken te trekken dan vanuit hun vakspecialisme.

De projecten van het duo, zoals het ontwerp voor het centrale park bij de wereldexpo in Shanghai en het project op het landgoed Groot Bijgaarden in Brussel, geven blijk van een uitgesproken idee over de rol van het landschapsontwerp binnen een stedelijke context. De ontwerpen bouwen vooral krachtig voort op een bestaande situatie, in plaats van dat ze proberen een nieuw esthetisch uitgebalanceerd verhaal te vertellen. Het langgerekte park in Shanhai biedt volgens ZUS straks aan 50.000 mensen een rustpunt in de stad, weg van het tumult van de iconen op het expo-terrein. De ‘bloemen interventie’ in Brussel, het eerste grote werk van ZUS, had tot doel om een groot park aan de noordwestzijde van de stad nieuw leven in te blazen.

Aan de ene kant lijken Koreman en Van Boxel een haat-liefdeverhouding te hebben met de stad en dan met name hun eigen vestigingsplaats Rotterdam. Aan de andere kant houden ze een sterk pleidooi voor de herwaardering van de publieke ruimte. Een strand moet niet alleen een tijdelijke inrichting zijn die mensen stimuleert om meer ijs te kopen. Maak een echt strand, stelt ZUS, een plek waar mensen van verschillende achtergronden elkaar kunnen ontmoeten. Maar ZUS worstelt ook met de vraag in hoeverre deze ontmoeting doelbewust moet worden vormgegeven, het verstedelijkte landschap biedt mensen juist vanuit haar ruwheid en onbepaaldheid ruimte voor bijzondere hobby’s en tijdelijke bouwsels.