Recensie —

The Wrong House: Alfred Hitchcock als architect

Arthur Wortmann

Tot 16 december is in deSingel in Antwerpen de tentoonstelling The Wrong House te zien, over de architectuur van filmregisseur Alfred Hitchcock. Bij de tentoonstelling verscheen een gelijknamig boek.

Auteur Steven Jacobs sprak in zijn lezing bij de openingsplechtigheden met een ondeugende twinkeling in de ogen over zijn boek als ‘een monografie over een niet bestaande architect’. Het boek verscheen bij Uitgeverij 010, die kennelijk meeging in deze visie. Het is een claim die het waard is om te onderzoeken: heeft het zin om Hitchcock als architect te benaderen?

Waarom juist Hitchcock als onderwerp van studie kiezen als je geïnteresseerd bent in zowel film als architectuur? Jacobs gaf vijf redenen. (1) Hitchcock begon zijn carrière als decorontwerper. (2) Hitchcock besteedt in zijn films opvallend veel aandacht aan architectonische elementen als ramen, deuren en trappen. (3) In veel van Hitchcocks films spelen beroemde bouwwerken een dramatische rol. (4) Hitchcock maakte vier ‘single set’ films, films die zich volledig in één afgesloten ruimte afspelen. (5) Opsluiting is een centraal thema in Hitchcocks films.

Jacobs bestudeerde de huizen die voorkomen in Hitchcocks films. Hij bekeek de films, deed op enkele plaatsen archiefonderzoek en nam kennis van de zeer uitgebreide bibliotheek aan beschikbare literatuur over het onderwerp. Dat leidde tot case studies over niet minder dan 26 huizen uit 22 verschillende films. Al deze huizen waren in werkelijkheid filmdecors, in de studio gebouwd. Van 17 van die huizen maakte hij reconstructies van de plattegronden, veelal enkel op basis van wat we in de films te zien krijgen. Kennelijk bestaan dergelijke tekeningen niet, heeft Jacobs ze niet weten te vinden, of zijn ze in de loop der tijd verloren gegaan. Vaak laten de reconstructies ‘onvolledige’ plattegronden zien; de fictieve huizen zijn meestal slechts gedeeltelijk uitgevoerd.

In zijn openingswoord deed Jacobs enkele behartigenswaardige uitspraken. Het maken van tentoonstellingen over architectuur, zo zei hij, is ‘ridicuul’. Het maken van tentoonstellingen over film, voegde hij daaraan toe, is evenzeer ‘ridicuul’. Die twee opmerkingen vormden de opmaat voor de stelling dat de tentoonstelling over een combinatie van beide verbazingwekkend goed was geslaagd. Helaas had hij daarin geen gelijk. De tentoonstelling in Antwerpen bestaat uit een aantal monitoren waarop loops van scènes uit Hitchcocks films te zien zijn, terwijl men aan tafels zit waarop de gereconstrueerde plattegronden van de huizen waarin de scènes zich afspelen staan afgebeeld. Je kunt er niet veel meer mee dan te constateren dat de reconstructies zo op het eerste gezicht wel ongeveer lijken te kloppen. (deSingel heeft ook nog gepoogd een tentoonstelling over het Oostenrijkse architectenbureau Pauhof met Hitchcock in verband te brengen, maar die poging is – om met Jacobs te spreken – betrekkelijk ridicuul.)

Zoals altijd bij architectuurtentoonstellingen (en vaak ook bij films, trouwens): het boek is beter. Het boek biedt een schat aan informatie over de totstandkoming van de verschillende filmsets. Ook de relevante commentaren op de films zijn uit verschillende bronnen bij elkaar gebracht. De inbedding in iets van een theoretisch vertoog is – met verwijzingen naar bronnen als Edgar Allan Poe, Walter Benjamin, Jeremy Bentham, Hermann Muthesius en Beatriz Colomina – echter wel erg voorzichtig, en soms nogal plichtmatig.

Hoe moeten we de ‘architectuur’ van Hitchcock nu duiden? Wat heeft Hitchcock bijgedragen aan de architectuur? Het best is Jacobs op dreef bij het becommentariëren van de op architectonisch vlak meest uitgesproken meesterwerken Rope, Rear Window en North by Northwest, maar bij veel van de andere cases valt hij vooral in herhalingen: het huis werkt als een valstrik voor zijn bewoner. Tja, dat wisten we natuurlijk al… In een monografie over het werk van een architect zou je toch wensen dat er meer betekenissen van het werk aan het licht komen en meer inzichten worden gelanceerd. Jacobs heeft dan wel de plattegronden gereconstrueerd, maar doet daar verder weinig mee. Wat hij aan analyse te bieden heeft had doorgaans ook geschreven kunnen worden zonder die tekeningen.

Het belang van het onderzoek van Jacobs zit hem niettemin in het nieuw geproduceerde materiaal, in de gereconstrueerde plattegronden. Een nieuwe generatie Hitchcockvorsers kan ermee verder werken. Zij zullen de geboden informatie op waarde kunnen schatten en smullen bij de vele weetjes die verscholen zitten in het 342 pagina’s dikke boek: voor Rebecca werden in de studio van producer David Selznick liefst 25 decors gebouwd; in The Lodger horen de huiseigenaren voetstappen van hun huurder in de kamer boven zich, terwijl die kamer zich volgens de reconstructie van de plattegrond aan de andere kant van het huis bevindt; de onregelmatige natuurstenen muren van het Vandamm House in North by Northwest zijn geen verwijzing naar Frank Lloyd Wright, maar een gevolg van het script: Cary Grant moest tegen het gebouw op kunnen klauteren; enzovoort. Dit alles maakt van het boek geen architectenmonografie. The Wrong House presenteren als architectuurboek is leuk en onverwacht, maar uiteindelijk is het gewoon een boek over film.